Anthony Jan Vorstman moet van zijn vader 'onder het meest moogelijke toezigt' gesteld worden, maar krijgt na anderhalf jaar op de kolonie van diezelfde vader een 'affaire' aangeboden

Het begint met een vermelding op vrijdag 1 december 1820 in de notulen van de permanente commissie, invnr 38. Genoteerd wordt:


J.G. Vorstman, te Delft, 24 nov. Zendt in het geteekende kontrakt; verzoekt zijnen zoon onder het meest moogelijke toezigt te stellen, en vraagt of dit ook meer bijzonder zoude kunnen geschie­den, door een of ander toelage, en of het hem vergund is, daar over met den Direkteur te korresponderen;
vraagt voorts of die jon­geling aan de koloniale kleeding onderwor­pen is;
vraagt nog of hij laadetafel, koffer of kist mag medenemen en eindelijk op welken tijd en op welke wijze de afreize moet ge­schieden;
verzoekt ook het dubbel van het kontrakt geteekend te rug.


E-contracten

De vraag om 'het meest moogelijke toezigt' wordt genoemd op pagina 261 van De proefkolonie. Het bedoelde contract is een zogenaamd E-contract, voor de plaatsing van één persoon in de kolonie tegen zestig gulden per jaar. Zie een korte uitleg bij Litera E op deze pagina. Naar aanleiding van Vorstmans brief wordt door de permanente commissie:


Besloten, het kontrakt geteekend te rug te zenden; voorts antwoorden
(1) dat geen meer bijzonder toezigt mogelijk is, alzo er een generaal exact toezigt over ieder plaats heeft: echter dat men den Direkteur den jon­geling zal beveelen;
(2) Dat ieder kolonist aan de koloniale kleeding, ter bevordering der gelijkheid, gehouden is, doch dat allen wel gekleed zijn en tegen de knive(?) ge­dacht;
(3) dat de jongeling vrijheid heeft om kist, ladetafel etc. mede te nemen;
(4) dat hij zoo spoedig hij verkiest kan afreizen, en dat ook de wijze aan hem worde overgelaten.

Besloten aan den Direkteur van 't een en ander kennis te geven, en hem te verzoeken den jongeling in te deelen bij de kolonist van der Hulst, kolonie 3, welk huisgezin meest assistentie schijnt te behoeven, daar volgens uit laatst ingekomen rapport bij hetzelve geen mest gemaakt wordt.


Even geduld

Met Van der Hulst zal bedoeld zijn Nicolaas Verhulst, zie op deze pagina. Maar daar zal zoon Vorstman niet terecht komen.

Het contracht wordt ingeschreven in het contractenboek, zie op deze pagina bij E7. Dan is het wachten tot de vorst voorbij is en er weer open water is. Op 24 februari 1821 schrijft de kassier van de Maatschappij Petrus Ameshoff, die in Amsterdam het vervoer van kolonisten regelt, invnr 56:


De Heer Antonie Jan Vorstman geb. Delft 1799 zal ik naar onze kolonien expedieren, zonder daarvoor kosten uitteschieten.


Aankomst

En in maart is het dan zo ver. De directeur is niet bijster onder de indruk van de capaciteiten van de net aangekomen jongeman. Hij schrijft op 12 maart 1821, invnr 56:


De persoon van A.J. Vorstman uit Delft is heden morgen hier mede aangekomen. Hij hadt een brief van den Heer Ameshoff, waarin mij verzocht wordt "den Heer Vorstman te ontvangen zo als men gewoon is een fatsoenlijk man te ontvangen, die eene goede educatie genoten heeft."

Ik heb gen: Vorstman gezegd dat ik ingevolge bevel der Permanente Kommissie, hem als kolonist bij een ander huisgezin zou indeelen, en dat hij zich in zijn nieuwe betrekking zal dienen te schikken.

De Permanente Kommissie hadt hem voor de kolonist de Kruif bestemd. Daar het mij voorkomt, dat deze man nimmer eenige dienst van den meergen: Vorstman hebben kan, zo wenschte ik denzelven, wanneer de Kommissie dit mede approbeert, bij den kolonist Baade in te deelen. Daar hij eene slechte hand schrijft. Zo zal hij de veldarbeid dienen te leeren. Zodanige lieden brengen de kolonist bij wien zij wonen, geen voordeel aan.


Bij Baade

Ik neem aan dat dit door gaat en Anthony Jan inderdaad bij de proefkolonist Jacob Baade in huis komt en dan is op dit kaartje te zien waar hij woont. Dan even wat nauwkeuriger om welke mensen het gaat en die informatie heb ik van Marcel Claessen die de familie Vorstman was tegengekomen toen hij onderzoek deed naar een vertaling van een boek van de markies de Condorcet.

De vader is de Delftse heel- en verloskundige en stads-chirurgijn Johannes Gerardus Vorstman (1773-1853). Hij is ook actief in de subcommissie van weldadigheid Delft, zoals te zien is op deze scan.

Zijn handtekening is te bewonderen op deze scan. Zijn echtgenote, en de moeder van Anthony Jan, is dan nog in leven, zij zal in 1823 overlijden. Anthony Jan is geboren op 11 oktober 1799 als tweede zoon in dit huwelijk. Zijn oudere broer Jan Gijsbert Vorstman (1797-1861) zal het ver schoppen, hij wordt 'heel- en verloskundige en accoucheur van HM. Koningin Sophie'.


Ontslag

Maar bij Anthony Jan is volgens vader Vorstman dus een hardere aanpak nodig. Het duurt anderhalf jaar. En dan, op 28 oktober 1822 schrijft Johannes van den Bosch vanuit Frederiksoord aan de permanente commissie, invnr 63:


Frederiksoord den 28 october 1822

WelEdele Heeren!

Ik heb de eer aan UWelEd te doen toekomen eene missive van de Heer Vorstman om ontslag van zijne zoon in de kolonien ge­plaatst. Er bestaan mijns inziens geene rede­nen waar om dat verzoek niet zoude kunnen worden geaccordeert. Het zal mij aangenaam zijn zo UWelEd het zelve zult gelieven te accorderen daar mij de famille omstandighe­den van Vorstman en het belang dat hij bij eene spoedige inwilliging heeft bekent zijn.
Met betuiging van hoogachting heb ik de eer te zijn.

UWelEd DWDienaar
J. van den Bosch


Een affaire

Bijgevoegd is de brief van Vorstman. Hij noemt als reden voor zijn verzoek 'eene aanzie­nelijke verandering in mijne uitzigten aan­gaande de bestemming van twee mijner kin­deren'. Voorts schrijft hij dat zijn zoon moet terugkomen 'ten einde met eenen zijner broe­ders, eene affaire te aanvaarden, welke ik zo onverwagt als in mijne schatting doelmatig, voor hen heb aangekocht, en onder toezeg­ging van vriendenhulp met 1 nov: hoop te aanvaarden'.


Vertrek

Anthony Jan Vorstman verlaat de kolonie op 1 november 1822. Volgens Marcel Claessen is de bedoelde 'affaire' de fabricage van kaarsen, want als zodanig staat de jongere broer Willem Hendrik (Delft 1802- Delft 1869) vermeld op pagina 349 van Nederland's Patriciaat 1941.
Het is niet voor altijd, Anthony Jan zal van 1836 tot 1861 als militair in Oost-Indië actief zijn. Na terugkomst overlijdt hij te Bemmel op 26 februari 1875.