VRIES, Dirk Klaasjen de

Spellingvariaties:
Theodorus de Vries  
Levensdata:
1-5-1769 - 6-2-1857    
Subcommissie:
Leeuwarden
Aankomst:
1-11-1818
Hoevenr. (tot 1823)
Nr. 32
Vorig beroep:
 
Geloof:
Katholiek
Echtgeno(o)t(e):
Maria Angenitha Matteij, 30-3-1783 - 13-3-1855 
Kinderen:
 - Klaas 13-3-04
- Arnoldus 15-2-06
- Grietje Marghereta 15-10-11
- Kornelis 5-5-13
- Menke 1-8-18

Op de kolonie geboren:
- Katrina 28-12-20
- Trijntje 27-10-21
- Frederik 19-6-23

Overige huisgenoten:
Ingedeelde Elisabeth Beekman, geboren rond 1800, uit Zwolle. 
Opmerkingen:   

Koloniale carrière

Samengevat:
Geen opzienbarende arbeidsprestaties, maar ook niet opstandig. Koperen medaille in 1820. Is blijkbaar tevreden, doopt zijn op Frederiksoord geboren zoon ook Frederik. Blijft voor altijd op de kolonie, enkele kinderen ook, zoon Frederik neemt het kolonistenschap over..
In het boek:
Bij naam alleen op bladzijde 381, zonder naam is hij een van de bestrijders van de brand in de keuken op bladzijde 161 die daarvoor een beloning krijgt op bladzijde 185. Iets over een bij hun ingedeelde op bladzijde 222, een opmerking over zijn subcommissie op bladzij 160.

Fragmenten uit de archieven


Volgens de ingekomen post pc dd 21 juli ontvangt zij die dat een brief van Leeuwarden dat de stad naar aanleiding van het verzoek daartoe (zie hier) een subcommissie van weldadigheid Leeuwarden heeft oipgericht.

9 november 1818: De subcommissie maakt in de Staatscourant melding van het vertrek van het gezin naar de kolonie.

Uit een brief van Benjamin dd 19 november 1818: Het huisgezin van Dirk de Vries is door de Leeuwarder subcommissie met eene gewone geleijbrief naar herwaards gezonden.

Uit een brief van Benjamin dd 23 november 1818: De meisje(s) bij het huisgezin van de Vries ingedeelt was eenige dagen voor het overleiden van Stellinga aan dat gezin toegevoegt geworden.

Uit een brief van Benjamin dd 2 december 1818 als toelichting bij de lijst met kolonistengezinen: Het huisgezin van (...), de weduwe (...) en de Vries zijn elk met een persoon vermeerdert, waaromtrent de Permanente Kommissie nader berigt verlangd. (...)
    De 3 ingedeelde persoon is een meisje van 20 jaar en meede een militaire kind en door den Heer Van Roijen aanbevolen.
    Op de zelfde voorwaarden als de overigen wierd zij bij Stellinga ingedeelt, na mans overleiden zij aan het talrijk huisgezin van de Vries toegevoegd, waar zij door den spin arbeid van groot nut is.

Uit een brief van Benjamin dd 25 februari 1819: Aan (...) en de Vries, zijn op laatstgenoemde staat eenige betalingen op hun te goed gedaan. Aan eerstgenoemende: ten einde zijne verpande goederen terug te bekomen, en aan de Vries wegens dringende huishoudelijke omstandigheden.

Notulen pc dd 2 maart 1819: Brief van de subkommissie Sloten, terug zendende ingevulde kwitantien, en verzoekende dat Bransma's jongsten zoon moge gekleed worden, en dat het bij hem gehuisveste weesmeisje bij den kolonist de Vries worde geplaatst. De brief te stellen in handen van den Direkteur v.d. Bosch, om liquidatie en advies.
          

Zie voor beloningen voor kolonisten augustus 1819, voor donaties watersnoodramp februari 1820, beoordelingsrapport door de directie juni 1820 en de jaarinkomen over 1820 de desbetreffende files.

Uit een brief van Benjamin dd 17 april 1820: Uit de kolonie verdwenen: Elisabeth Beekman Zwolle oud 20 jaar ingedeelde bij de kolonist de Vries. N.B. Elisabeth Beekman is door genoemde subkommissie gezonden en op voorkennis van de 2e assessor in de kolonie geplaatst.

In het op 19 februari 1823 gedateerde schoolrapport over 1822 wordt genoemd als 'hebbende uitgemunt in gedrag en vorderingen: Klaas de Vries'.

Volgens de rode boeken van Kloosterhuis zou De Vries van 1844 tot 1849 vrijboer geweest zijn. In 1855, kort na de dood van zijn echtgenote, doet hij de hoeve over aan de op de kolonie geboren zoon Frederik, die trouwt met een kolonistendochter uit Deventer.
Twee jaar later overlijdt hij.
Dochter Katrina trouwt met een kolonistenzoon, zoon Kornelis wordt ook kolonist.