Leendert Marinus van Waasdijk, Gijsbert van Zuijlekom en nog vier Delftse ingedeelden vanaf 18 november 1821

De 'Regenten van het Gereformeerd Weeshuis te Delft' sluiten op 15 juli 1821 het contract D3 met de Maatschappij van Weldadigheid. Zie voor uitleg over D-contracten deze pagina. Het is niet het eerste contract van deze regenten, zie ook deze pagina over drie eerdere wezen.

Op 18 november 1821 arriveren de zes Delftse wezen waarvoor gecontracteerd is. Ze komen terecht in het eerder dat jaar van start gegane Wilhelminaoord, wat op dit moment nog 'kolonie 4' genoemd wordt. In invnr 1343 bevindt zich een 'Nominative Staat der Huisgezinnen en Weezen, Aangekomen den 18 November 1821, met vermelding waar dezelve zijn gevestigd of ingedeeld', waarop hun namen staan:



Het zijn meest grotere jongens, zo'n 15, 16 jaar.

Gerrit van Oosterhout, volgens de kolonieadministratie geboren op 6 juli 1806. Op de Staat wordt gemeld dat hij wordt ingedeeld bij het gezin van Berend Goossens op hoeve 66 (zie bij die hoeve op de Wilhelminaoord-pagina), maar later woont hij op hoeve 1 van Frederiksoord (invnr 1346) bij de huisverzorger Hendrik Bultman. In het maandblad de Star van 1826 pagina 651 wordt vermeld dat hij van school ontslagen is. Hij verlaat de kolonie op 23 augustus 1828.

Cornelis van Leeuwen, volgens de kolonieadministratie geboren 30 april 1806. Op de Staat wordt gemeld dat hij wordt ingedeeld bij de weduwe Wakker op hoeve 66. Bedoeld wordt Maria Rubaij weduwe Wakker, zie bij hoeve 55 op de Wilhelminaoordpagina. Die verdwijnt echter al snel - 23 maart 1823 - naar de strafkolonie. Cornelis is dan terug te vinden op hoeve 1 van Wilhelminaoord (invnr 1352) bij kolonist Johan Conrad Bohle in huis. Vandaar verlaat hij op 5 mei 1827 de kolonie.

De andere vier worden allemaal ingedeeld op hoeve 63 bij Neeltje Wijn weduwe Pierre, later weduwe Westhoff, later echtgenote van Doodhagen, zie bij hoeve 63 op de Wilhelminaoordpagina.

Herman de Vries, die ik daarna helemaal nergens kan terugvinden, zodat nadere informatie ontbreekt.

Jakob Heiliger, waarvoor precies hetzelfde geldt.

Gijsbert van Zuijlekom, volgens de kolonieadministratie geboren 14 augustus 1808. Er is de nodige verwarring omdat hij in de kolonistendatabase, zie hier, staat als afkomstig uit Texel en als pas in 1825 aangekomen. Dat is allebei onjuist, hij komt uit Delft en is 18-11-1821 aangekomen.
In de kleine raad van 24 juni 1826, zie onderaan deze pagina, wordt besloten dat hij bij Neeltje Wijn, 'met welke hij niet zelden in onmin leeft', weg moet. Hij komt in Willemsoord bij Niesje Blokkers weduwe Molenbroek die net afscheid heeft moeten nemen van haar ingedeelde Abraham van Anker. Dat afscheid nemen lukt niet helemaal, zie deze zitting van de raad van policie en tucht.
Gijsbert is voor die tijd al overgeplaatst naar de huisverzorger Jan Ragius op hoeve nummer 70 van Willemsoord en vandaaruit gaat hij 16 juli 1828 in militaire dienst, maar keert daar op 3 augustus al weer van terug. Op 25 september 1828 gaat hij over naar hoeve 107, bij Trijntje Jans weduwe Karper.
Later dat jaar raakt hij serieus in de probemen, zie de tuchtzitting van 1 november 1828. Gijsbert van Zuijlekom, 'bekend als een ondeugende knaap', verdwijnt per 10 december 1828 naar de strafkolonie op de Ommerschans. In het stamboek van strafkolonisten met invnr 1580 staat hij op folio 11. Zie ook dit overzicht. Hij wordt 29 augustus 1829 uit de strafkolonie ontslagen en verlaat dan voorgoed de koloniŽn.

Leendert Marinus van Waasdijk is volgens de kolonieadministratie geboren op 19 oktober 1805. Hij blijft vijf jaar bij Neeltje de Wijn weduwe Pierre weduwe Westhoff. Op de kleine raad van 22 oktober 1825, zie op deze pagina, komt zij voor hem verlof vragen om Delft eens te bezoeken, maar dat gaat niet door vanwege de drukte met aardappels.
Op de kleine raad van 22 juli 1826, zie op deze pagina, wordt besloten dat hij wordt overgeplaatst, maar men laat na daar een reden voor te geven.
Hij komt per 28 agustus 1826 terecht in de kolonie Frederiksoord op hoeve nummer 11 bij de huisverzorger Abraham Schmidt of Smi (zie hier voor meer over hem) en Grietje van Voorst, de weduwe van de eerste overleden proefkolonist Johan Weender.
En op 25 november 1826 lukt in de kleine raad ook eindelijk het krigen van verlof om Delft te bezoeken.
Daarna hoeft dat ook niet meer want volgens het stamboek Frederiksoord 1824-1828 met invnr 1346, zie hier en dan hoeve 11, verlaat hij 2 mei 1827 de kolonie.


Elke keer dat een van deze jongens de kolonie verlaat, mogen de regenten van het weeshuis op basis van hun contract een ander zenden. Die ga ik niet allemaal nalopen, maar als er nog een interessante langskomt zal ik hem hieronder doen.