Samuel David Wijl en Rachel Mozes Glasslijper komen in december 1819 in de kolonie, hij blijft er tot zijn dood en zij woont nog bij hun zoon die hen opvolgt voor ze vertrekt

Het gezin van Samuel David Wijl wordt in de kolonie geplaatst door de subcommissie van weldadigheid onder de naam Tot Nut en Beschaving, zie hier. Zoals op die pagina te lezen is het de derde plaatsing door die subcommissie en zullen er nog twee volgen. Over die anderen heb ik vrij veel aantekeningen, maar over de familie Wijl slechts wat algemene gegevens.


Dat heeft te maken met het feit dat zoekacties op zijn naam vooral het oudNederlandse woord 'wijl' in de betekenis 'omdat' opleveren en dat er van 1829 tot 1838 ook nog een andere familie Wijl in de kolonie is. Onderzoekers met veel geduld kunnen zoeken via het zoekmachientje op deze site en via de ingekomen brieven van de Maatschappij van Weldadigheid, zie hier. Zoek dan ook op Weil en Weijl en Weyl, want zo komt de naam in de kolonie ook voor.

Aankomst

Het gezin komt op 3 december 1819 aan in de net gebouwde uitbreiding van Frederiksoord, die dan nog Frederiksoord-2 heet, maar die in 1823 met de rest van Frederiksoord samengevoegd zal worden. Hij staat ingeschreven als Salomon David Wijl op een lijst in invnr 53 scan 939. Zie helemaal bovenaan de pagina hoe de scans te bereiken zijn.

Aangetekend daar is dat er als ingedeelde bij Wijl, zijn vrouw en hun drie dochters is ondergebracht Simon Arend van Kassis, geboren te Nieuwkerk en 16 jaar oud dus geboren in 1803. Hij zal na anderhalf jaar, op 16 mei 1821, niet van een verlof terugkomen en nooit weer in de kolonie verschijnen.


Frederiksoord-2

Zij worden genoemd op een pagina met de aankomsten van de eerste bewoners van Frederiksoord-2.

Samuel David doneert, al is het niet veel, op 3 februari 1820 voor de slachtoffers van 'ijsgang en overstrooming' in vooral Gelderland, zie onderaan deze pagina.

Het gezin staat op een lijst met de oogstresultaten van bewoners van Frederiksoord-2, gepubliceerd in het maandblad de Star van augustus 1822, waaraan ik deze pagina heb gewijd.

Locatie

Ze wonen in een hoeve die eerst nummer 10 heeft, daarna nummer 72 en als in 1825 op grond van dit besluit alle hoeves en kolonies opnieuw zijn genummerd en ingedeeld het hoevenummer 69. Daar zullen ze lang blijven wonen, zie de locatie op dit kaartje.

Vanaf 1825 zijn er ook stamboeken bewaard gebleven en staan ze als bewoners van hoeve 69 in de stamboeken van Frederiksoord met de invnrs 1346 tot en met 1349. Daarvan zijn ook scans.

Uit die stamboeken neem ik de gezinsgegevens over, met de kanttekening dat de kolonieadministratie slechts de aantekeningen zijn van een particuliere organisatie en dus GEEN officiŽle bron waarop blindgevaren mag worden.

Gezinssamenstelling

Samuel David Wijl is volgens die stamboeken geboren op 20 december 1782. Hij en de rest van het gezin zijn dus 'Israelitisch', oftewel joods. Bij de geboorte van zijn jongste dochter staat hij te boek als schoenmaker. Hij is getrouwd met:

Rachel Mozes Glasslijper, geboren 23 december 1786. Ze hebben bij aankomst drie dochters bij zich:

● Euphemia Wijl, geboren 23 maart 1813,
Lea Wijl, geboren 2 juli 1815, en
● Esther Wijl, geboren 26 mei 1818.

Op de kolonie komen daar bij:

● Mozes David Nathan Wijl, geboren 12 mei 1821 (volgens zijn geboorteakte David NethaneŽl Wijl),
Levie David Wijl, geboren 3 augustus 1823 (volgens zijn geboorteakte Levi NathaneŽl Weijl) en
Jannetje Wijl, geboren 4 februari 1827.


Naamgenoten

Op 1 juli 1829 arriveert in de kolonie Willemsoord als bewoners van hoeve 114 het gezin van Joseph David Wijl, geboren volgens de kolonieadministratie  20 januari 1788, met echtgenote Mietje Daniel Hilsen, geboren in april 1791, en met de kinderen Jesayas Joseph Wijl, geboren augustus 1814, Betje Joseph Wijl, geboren april 1816, David Joseph Wijl, geboren april 1819, Euphemia Joseph Wijl, geboren april 1821 en Daniel Joseph Wijl, geboren augustus 1824.

Als geloofsovertuiging staat genoteerd 'HoogdIsraelitisch' en ze zijn geplaatst 'uit de contributie' (zie een uitleg van dat begrip) van de subcommissie Amsterdam.

Betje Joseph vertrekt 13 oktober 1834 met drie maanden verlof om een baan te zoeken (zie de regeling waar dat op gebaseerd is). Jesayas Joseph gaat 1 maart 1835 in militaire dienst, Euphemia Joseph deserteert 28 september 1837 en de rest van het gezin verlaat de kolonie met ontslag op 23 juni 1838. Vanaf dat moment zijn alle Wijls, Weils, Weijls enzovoort in de kolonie weer lid van het gezin van Samuel David.


Vertrekkende dochters

In het stamboek met invnr 1347 is aangetekend dat de oudste dochter Euphemia Wijl op 1 augustus 1829 de kolonie verlaat om 'te gaan dienen'.

In het stamboek met invnr 1348 is aangetekend dat dochter Lea Wijl hetzelfde doet op 18 mei 1833.

En op gevaar af dat het eentonig wordt staat in het stamboek met invnr 1349 ten aanzien van Esther Wijl precies hetzelfde op 31 augustus 1835.


Kleine raad

Op de zitting van 13 Maart 1830 komt vader Wijl, hier gespeld als Weil, klagen dat het gezin te weinig turf heeft ontvangen. De raad maakt echter duidelijk 'dat het thans zoo ver was, dat hij zich zelven moest redden , en dus zorgen dat zijne natte turf droog wierd gemaakt'.

Op de zitting van 24 januari 1835 staat het gezin op een lijst van kolonisten die over het jaar 1834 minder rogge hebben ingeleverd dan vooraf gecalculeerd. Dat kost hen twee broden, waarmee ze niet tot de topscoorders behoren.

Vermoedelijk zullen ze vaker verschijnen bij de kleine raad, maar ik heb van lang niet alle zittingen transcripties. Ook geen transcriptie heb ik van de enige keer dat ik familieleden bij de tuchtraad zie. Heel kort samengevat staat hier bij 29 juli 1837 dat de veertienjarige Levi David en de zestienjarige Mozes samen met andere jongens de tuinen van twee kolonisten hebben beschadigd.


Verhuizen

Op 9 mei 1838, na bijna twintig jaar op de oude hoeve, wordt het gezin overgeplaatst naar hoeve 9 van Frederiksoord, zie de locatie op dit kaartje. Daar woonde tot dan toe de weduwe Hofien, een van de eersten die door de subcommissie Tot Nut en Beschaving naar de kolonie was gezonden.

Op 23 september 1840 gaat vanuit die hoeve Mozes David Nathan Wijl naar de gewone maatschappij. Volgens een aantekening in het stamboek is er op 4 december 1840 een besluit over hem genomen (dat heb ik niet gezien, maar liefhebbers kunnen het op het archief vinden in invnr 510).

In het stamboek met invnr 1350 staat bij hoeve 9 aangetekend dat Jannetje Wijl de enige van het gezin is die niet door de voordeur de kolonie verlaat. Zij deserteert op 1 december 1844.

Opvolging-1

Dan is alleen Levie David Wijl nog in huis. Opvallend is dat er - in tegenstelling tot andere koloniale gezinnen - geen ingedeelden in huis gepropt worden.

Op 15 februari 1854 N5 wordt een besluit genomen (niet gezien, maar moet in invnr 772 zitten) dat volgens de omschrijving in het stamboek de hoeve kan worden overgeschreven op naam van Levie David Wijl 'na aangegaan huwelijk met B. Wolf'.

Wie is B. Wolf?? Op de kolonie kan ik haar niet vinden.


Opvolging-2

Vervolgens overlijdt de man des huizes Samuel David Wijl op 14 november 1854.

In het stamboek wordt aangetekend dat op 8 januari 1855 N11 (niet gezien, maar moet in invnr 795 zitten) is vastgesteld: 'het huwelijk met B. Wolf vervallen en kan nu huwen met M. D. Woudstra en de hoeve-overschrijving blijft als boven'. Op 27 april 1855 vindt te Vledder dat huwelijk plaats van Levie David Wijl met:

Martha David Woudstra, geboren 4 april 1819 te Noordwolde als dochter van David Heimans Levi Woudstra en Hendrika Sadoks van Leer. Op de kolonie krijgt het echtpaar ťťn dochter:

Regina Wijl, geboren 16 november 1858.

Tot slot

Levie David is nu kolonist en zijn moeder geldt als ingedeelde bij dit gezin. Ze staan nog als bewoners van hoeve 9 in het stamboek met invnr 2999, van hoeve 33 in het stamboek met invnr 3013 en van hoeve 30 in de stamboeken met de invnrs 3014 en 3015.

Maar op 30 april 1862 gaan ze met ontslag en dan vertrekt Levie David Wijl met echtgenote Martha David Woudstra, dochter Regina Wijl en moeder Rachel Mozes Glasslijper, en dan zijn de laatste gezinsleden van de kolonie verdwenen.