Het gezin van Jan Zwaan en Marijtje Kramer komt 1820 naar Willemsoord, maar na tien jaar zijn beide ouders overleden

De schout van De Rijp heeft in december 1819 met de Maatschappij van Weldadigheid het contract A6 afgesloten. Zie een uitleg over A-contracten. Op grond daarvan mag hij bij de start van de kolonie Willemsoord zes weeskinderen plaatsen en twee verarmde gezinnen. Onder die laatsten het gezin van Jan Zwaan en Marijtje Kramer.

Op 8 juni 1820 komen ze in Willemsoord aan. Ze betrekken hoeve 62 die later hoeve 75 wordt. Ze staan vermeld in een stamboek met invnr 1407 van Willemsoord dat nog niet gedigitaliseerd is en waarover deze pagina gaat, zie bij hoeve 62.

Uit dit invnr en volgende inschrijvingen neem ik de gezinsgegevens over met de waarschuwing dat het koloniearchief slechts de aantekeningen zijn van een particuliere organisatie en geen officiŽle bron waarop blindgevaren kan worden.

Gezinssamenstelling
Jan Zwaan is volgens die kolonieadministratie geboren 29 mei 1784. Hij is net als de rest van het gezin rooms-katholiek. Hij is getrouwd met

Marijtje Jans Kramer, geboren 2 juni 1783. Ze zijn op de kolonie gekomen met twee kinderen:

Dirk Zwaan, geboren volgens het koloniearchief 26 augustus 1812, maar dat moet zijn 9 september 1811, en
Klaas Zwaan, geboren volgens het koloniearchief 26 december 1817, maar dat moet zijn 17 december 1816. Er zal van hem verder in de kolonieadministratie echter nooit meer iets vernomen worden.

Op de kolonie komen daar bij
Maria of Maartje Zwaan, geboren 7 december 1820, en
Jan Zwaan, geboren 25 december 1822.

Het laatste kind wordt vaderloos geboren, want een half jaar eerder, op 10 juli 1822, is vader Jan Zwaan te Willemsoord overleden. Vanaf dat moment wordt het knap ingewikkeld met Marijtje Kramer weduwe Zwaan, want er is al een weduwe Zwaan in Willemsoord.

Verwarring
Op  6 juli 1820, dus een maand na het gezin van Jan Zwaan, had zich te Willemsoord gevestigd Roelof Zwaan en gezin uit Bovenkarspel. Hij was al in juni 1821 overleden, zie verder over dat gezin deze pagina.

Het gevolg is dat er diverse vermeldingen in het archief zijn van 'de weduwe Zwaan' waarbij ik niet weet wie er bedoeld wordt. In het maandblad de Star van april 1824 wordt bijvoorbeeld  gemeld dat 'de WED. ZWAAN' behoort tot de mensen die de afgelopen maand ziek zijn geweest, maar is dat de weduwe van Jan Zwaan of de weduwe van Roelof Zwaan.

Meer verwarring
En nog een: op de tuchtzitting van 28 oktober 1826 moet de weduwe Zwaan terechtstaan 'beschuldigd van eenige aardappelen tot dagelijks gebruik gerooid te hebben op een stuk land, waar zij niet rooijen mogt'. Maar welke weduwe Zwaan ??

En bij de tuchtraad van 1 november 1828 maken ze het helemaal dol. Dan gaat het over de weduwe van J. Zwaan die woont op hoeve 101 (waar echter de weduwe van R. Zwaan woont). Kortom, de directie weet het soms ook niet meer.

Stamboeken
Als per 1 juni 1825 op grond van dit besluit alles is hernummerd en opnieuw ingedeeld, worden stamboeken aangelegd die bewaard zijn gebleven. De familie staat als bewoners van hoeve 75 op scan 28 van het stamboek met invnr 1358, op scan 18 van invnr 1359 en op scan 75 van invnr 1360.

We zien dat Klaas er niet meer bijstaat en dat ze nu ingedeelden hebben uit andere plaatsen dan hun oude woonplaats.

Overlijden moeder
Op 21 april 1830 overlijdt Marijtje Jans Kramer weduwe Jan Zwaan. Het huishouden wordt opgeheven en de drie verweesde kinderen - Dirk van 17 jaar, Maartje van 9 jaar en Jan van 7 jaar - worden ondergebracht bij andere koloniale gezinnen. Ik ga ze een voor een volgen:

Dirk Zwaan
Dirk Zwaan wordt samen met zijn jongere broertje Jan ingedeeld op hoeve 151 van Willemsoord, bij het gezin van de uit Utrecht afkomstige Leonardus Coelen.  Het duurt slechts twee maanden en op 10 juli 1830 verlaat Dirk Zwaan met ontslag de kolonie en hij komt er nooit meer terug.

Jan Zwaan-1
Jan Zwaan blijft nog een paar maanden bij de familie Coelen, maar als die op 22 november 1830 wordt teruggezet tot de status van arbeiders in Veenhuizen, gaat Jan naar hoeve 86 bij het gezin van Joannes Hendrikse Kok en Helena Thijsse van Middelaar. Zie over dit gezin deze pagina.

Daar blijft Jan vijf jaar. Dat is lang. Op 24 oktober 1835 gaat hij over naar de kolonie Frederiksoord. Hij komt op hoeve 47 bij het gezin van Jan Steenmetz. Die overlijdt na een half jaar, maar Jan blijft in dit huis tot 12 november 1836 als hij wordt overgeplaatst naar hoeve 126 van Frederiksoord.

Jan Zwaan-2
Hij komt bij het gezin van Arnoldus Roffers, maar dat duurt maar een maand. Op 17 december 1836 gaat hij naar Wilhelminaoord, zodat hij in alle drie de vrije koloniŽn heeft gewoond. Hij komt op hoeve 71 bij het huisverzorgersechtpaar Hendrik Willemse en Elisabeth Welling.

Als die laatste twee jaar later overlijdt, geeft Hendrik Willemse er de brui aan en verlaat hij met ontslag de kolonie. Jan Zwaan wordt op diezelfde dag, 17 oktober 1838, overgeplaatst naar hoeve 61. Hij komt bij het gezin van David Schouten en Maartje Verberne, die laatste komt voor op de pagina over Texel.

Jan Zwaan-3
Na zeven maanden wordt Jan overgeplaatst, op 17 mei 1839 gaat hij naar hoeve 77 van Wilhelminaoord bij Hendricus Hulsbring en gezin. Slechts vierenhalve maand, op 3 oktober 1839 gaat hij terug naar Frederiksoord, hoeve 64, bij Hermanus Havermans en Elisabeth Rubeling.

Het lijkt of de overplaatsingen steeds sneller gaan, want na drieŽnhalve maand, op 20 februari 1840, gaat hij naar hoeve 33 bij Kornelis van Os en Johanna van der Lugt. Op 6 augustus 1840 wordt hij overgeplaatst naar hoeve 38B (de B geeft aan dat het een wijkmeesterswoning is) bij Jean Joseph Nossin. Grappig is dat zijn zus een paar jaar later ook in hoeve 38B zal wonen.

Jan Zwaan-slot
Op 6 mei 1841 verhuist hij met het gezin Nossin mee naar hoeve 114.
Op 18 augustus 1841 wordt hij overgeplaatst naar hoeve 133 bij kolonist Klaassen. Hij gaat 21 april 1842 naar hoeve 110 bij het gezin van Albertus Lucassen, zoon van een van de allereerste proefkolonisten.

Daar blijft hij wat langer, maar daarna gaat het snel. Op 25 mei 1843 komt Jan op hoeve 66 van Frederiksoord bij het gezin van Nicolaas Hoogmoed en Bregje de Jong. Met de familie Hoogmoed mee verhuist hij op 6 juni 1843 naar Wilhelminaoord hoeve 43. Daar overlijdt Jan Zwaan, twintig jaar oud, op 29 juli 1843.

Maartje Zwaan
Maartje heeft een aanzienlijk rustiger geschiedenis qua verhuisbewegingen. Zij begint op hoeve 74 van Willemsoord, bij de kolonist Abraham van Anker en echtgenote Maria Elizabeth Pijpers en kinderen. Ze verhuist met deze familie mee als Van Anker op 18 mei 1831 wordt aangesteld als wijkmeester in de kolonie Frederiksoord, waar ze op hoeve 55 komen te wonen.

Op 24 december 1836 gaat Maartje naar een andere hoeve, maar als Van Anker een half jaar later overlijdt, keert ze op 6 oktober 1837 terug bij Marie Elizabeth Pijpers weduwe Van Anker en haar kinderen.

Met hen verhuist ze een dag later, 7 oktober 1837,uit de wijkmeesterswoning naar hoeve 62 van Frederiksoord. Maartje vertrekt op 16 september 1841 om te proberen in de gewone maatschappij een baantje te zoeken, zie de regeling waar dat op gebaseerd is, maar het lukt niet en ze keert 5 december 1841 weer terug.

Ingedeelden
Aan het stamboek valt te zien dat de directie het huishouden van de weduwe Van Anker gebruikt om er flink veel wezen in onder te brengen. Tot dat gezelschap behoort onder andere Jantje Blokkers, vermoedelijk een onecht kind van Abraham van Anker, Annetje Huisman, een voorkind van Franciscus Leloux, zie hier, Jean Pierre Vaubaillon, over wie deze pagina gaat, en, vanaf 23 november 1843 Johannes Franciscus Louwers.

Op 13 juni 1844 wordt Maartje dan wel overgeplaatst naar hoeve 131 van Frederiksoord, maar dan is de kennismaking al geschied. Zodat ik even overwip naar de kinderen Louwers.

De kinderen Louwers
Ze zullen ergens 1829/1831 onder de zorg gekomen zijn van het Rotterdamse Armbestuur en dat heeft ook een contract met de Maatschappij en stuurt de kinderen naar de kolonie als ze daarvoor de leeftijd hebben. Op 10 maart 1831 komen er twee aan:

Adriana Francisca Louwers, geboren 22 februari 1818, en
Johannes Franciscus Louwers, geboren 18 februari 1821.

Als hij oud genoeg is, komt op 27 maart 1835 in de kolonie aan:

Johannes Louwers. geboren 15 september 1827.

Invnr 1389
Ze staan alle drie - evenals trouwens de kinderen Zwaan die daar het nummer B78 hebben - in het stamboek van alle op contract geplaatste koloniebewoners met invnr 1389 met hun B-nummer (B is van bijzonder contract).
▪ Adriana Francisca Louwers met nummer B98 op scan 38,
▪ Johannes Franciscus Louwers met nummer B133 op scan 54, en
▪ Johannes Louwers met nummer B121 op scan 49.

Ouders
Ze zijn alle drie rooms-katholiek en in de kolom 'waar gevestigd' staan de hoevenummers van de gezinnen waar ze ondergebracht zijn zodat dat op de scans van de stamboeken te volgen is op de manier waarop dat hierboven met de kinderen Zwaan gebeurd is. Johannes is ondergebracht in Wilhelminaoord, Johannes Franciscus en Adriana Francisca eerst in Willemsoord en dan in Frederiksoord.

Volgens de stamlijsten (= de papiertjes die hun komst aankondigen), invnr 1391 scan 338 en scan 457, is hun vader Franciskus Louwers, van wie wordt vermeld dat hij 'afwezig' is. Hun moeder is Geertrui Elizabeth Rutte, die op 5 augustus 1829 met Louwers is getrouwd, bij welke gelegenheid de kinderen 'geŽcht' zijn, en die een week later, op 12 augustus 1829, is overleden.

Roepnamen
Adriana Francisca Louwers gaat in 1836 met verlof naar Rotterdam en op 17 september 1836 wordt geconstateerd dat ze daarvan niet terugkeert. Daarna komt ze nooit meer op de kolonie terug.

De namen van de jongens vallen een paar keer bij de zittingen van de tuchtraad en daaruit blijkt dat de roepnaam van Johannes Franciscus 'Frans' is en die van zijn jongere broertje Johannes 'Jan'.

De pastoor
Volgens een brief van de pastoor van Frederiksoord en Wilhelminaoord, over wie diverse kolonisten klachten hebben, bijlage 4 op deze pagina, ligt Johannes Louwers op 22 november 1843 zo ernstig ziek thuis dat de kolonist bij wie hij is ingedeeld, Dirk van Hoogmoed, de pastoor wil laten komen.

Uiteindelijk valt de ziekte mee maar het leidt tot een gigantische ruzie tussen de pastoor en Van Hoogmoed, die verhaald wordt op pagina 267-268 van De strafkolonie, en waarbij volgens de pastoor ook Johannes Franciscus aanwezig is. Het wordt behandeld in bijlage 3 en in de zitting van de tuchtraad, allebei op dezelfde pagina als de brief van de pastoor.

Verregaande ondeugd
Op 23 juli 1844 is Johannes Louwers het middelpunt van een rel in de spinnerij/weverij. De fabrieksbaas, wiens beheersing van het Nederlands te wensen overlaat, schrijft er een verslag over, de bijlagen 7 en 8 op deze pagina. Die worden behandeld bij de raad van toezicht van 23 juli, bijlage 6, waarin Johannes Louwers uitgebreid aan het woord wordt gelaten.

Lief is dat kolonistenzoons het voor Johannes Louwers opnemen 'omdat hij een wees is' en dus niet de bescherming van zijn ouders kan inroepen als hem onrecht wordt aangedaan. Maar de tuchtraad, hoger op de pagina, kiest altijd voor het gezag en veroordeelt Jan Louwers tot drie dagen cel, met de toevoeging: 'Gaarne zou de Raad hem verwezen hebben naar de Ommerschans zoo daar toe termen hadden bestaan uit hoofde van zijne verregaande ondeugd.'

Vertrek Johannes Louwers
Met die ondeugd zal men ook doelen op het feit dat Johannes Louwers al eens is weggelopen van de kolonie. Hij staat genoteerd als gedeserteerd op 4 september 1842, dus kort voor zijn 15e verjaardag, waarvan hij pas is teruggekeerd op 18 november 1843. Waarom daar geen straf op gevolgd is weet ik niet.

Uiteindelijk zal Johannes Louwers op 6 juni 1846 met groot verlof gaan om te proberen in de gewone maatschappij een betrekking te zoeken en zal hij daarvan niet meer terugkeren. Tegen die tijd is zijn oudere broer al getrouwd.


Huwelijksverzoek
Op 4 september 1845 buigt de permanente commissie zich over het bij de kleine raad voor de gewone koloniŽn binnengekomen 'verzoek van de kolonistendochter M. Zwaan om te mogen huwen met de bestedeling L. Louwers en op de hoeve van hare overledene ouders gevestigd te worden'. Bijlage 4 punten 2 en 8 op deze pagina.

De permanente commissie schrijft een brief aan de burgemeester van De Rijp waarin ze meldt:

Beide jongelieden zijn goed van gedrag en hebben een hoeveelheid tegoed in de spaarbank om de kosten der eerste verstrekking of zoogenoemde vervangingskosten des noods zelve te bekostigen.
Bij ons bestaan mitsdien in deze geene bedenkingen weshalve de zaak voortgang kan hebben willen ook door Uwed daarmede genoegen wordt genomen.
Waarom het ons aangenaam zal zijn Uwe gedachten te mogen vernemen.


Huwelijk
De reactie van De Rijp heb ik niet gezien, maar die is blijkbaar positief. Op 7 maart 1846 treden 'Maria Zwaan' en 'Johannes Franciscus Lauwers' te Vledder in het huwelijk en per diezelfde dag worden ze als kolonisten gevestigd. Ze beginnen op hoeve 61 en gaan dan naar hoeve 36B van Frederiksoord, op scan 41 van het stamboek met invnr 1350, vanwaar hun verdere verhuisbewegingen zijn te volgen.

Blijkbaar geniet de kolonist Johannes Franciscus Louwers vertrouwen bij de directie, want hij wordt in 1855 gekozen als gemeensman van Frederiksoord, in welke hoedanigheid hij wordt vermeld op pagina 333 van De strafkolonie.

Kinderen
De stamboeken melden de volgende kinderen van Maartje Zwaan en Frans Louwers:

Franciscus Jacobus Louwers, geboren 30 december 1846,
Maria Johanna Louwers, geboren 24 juli 1849,
Johannes Louwers, geboren 30 augustus 1851, maar hij overlijdt al 9 september 1851,
Hermanus Jacobus Louwers, geboren 23 december 1852,
Johanna Elizabeth Louwers, geboren 12 juli 1855,
Jacobus Johannes Louwers, geboren 10 april 1858,
Albertus Louwers, geboren 4 april 1861, en
Geertruida Louwers, geboren 31 mei 1865.

Het echtpaar Louwers-Zwaan blijft altijd op de kolonie. Maartje Zwaan overlijdt er 23 december 1872, Johannes Franciscus Louwers 25 augustus 1905.