Naar het overzicht
van stukken over de proefkolonie





Harmeling - nageslacht

Bernardus Harmeling, kanonnier, en Johanna Maria Francisca Carmio zijn op 11-12-1796 in Den Helder getrouwd  Uit dat huwelijk zijn 10 kinderen geboren, waarvan het merendeel jong overleed.

Bovenstaande en diverse data komen van onderzoeker Simon Carmio en wijken nogal af van de data in de kolonie-administratie, maar die laatste is ook niet echt betrouwbaar als het gaat om data die voorafgaan aan het verblijf in de kolonie.

Hun verdere geschiedenis op de Ommerschans (gebaseerd op de stamboeken Ommerschans invnrs 1579, 1580, 1584)

- Dochter Geertruida gaat 30-12-1827 met ontslag van de Ommerschans weg.
- Op 1 april 1830 wordt ‘kleinzoon’ Frederik Rausch bij het gezin geplaatst.
- Zoon Lodewijk (die ook wel eens als Leonardus voorkomt) wordt 14 april 1831 opgeroepen voor de Nationale Militie; hij keert terug 25 januari 1834.

Dan gebeurt er in 1834 een heleboel tegelijk:
- Vader Bernardus overlijdt 5 februari 1834.
- Zoon Lodewijk trouwt 5 april 1834 met Maria Geraets, dochter van de proefkolonist Gerards (zie zijn file) die ook als hoevenaar rond de Ommerschans gevestigd is.
- Op 8 juli 1834 wordt Lodewijk aangesteld als hoevenaar als opvolger van zijn vader. Zijn moeder en diens kleinkind Frederik Rausch trekken er bij in, maar Johanna en Pieternella (of Petronella) gaan per diezelfde dag, dus 8 juli 1834, met ontslag. Pieternella blijft in de buurt, ze trouwt  1 augustus 1835 in Ommen-Stad.

Het hoevenaarschap is van zeer korte duur, op 14 oktober 1834 worden Lodewijk, echtgenote Maria, zijn moeder en diens kleinkind Frederik Rausch overgeplaatst als gewoon kolonist naar Wilhelminaoord hoeve 36.

De verdere geschiedenis van Lodewijk en zijn gezin:

- In Wilhelminaoord wordt 30 januari 1835 geboren zoon Bernardus (stamboek Wilhelminaoord invnr 1354).
- Op 16 februari 1836 worden ze weer bevorderd tot hoevenaar, dit keer op een boerderij bij het 1e gesticht van Veenhuizen. hoeve 10 (stamboek vrijboeren VH invnr 1582).
- Op 30 april 1837 wordt geboren dochter Wilhelmina Petronella.
- Op 19 juni 1837 wordt Lodewijk bevorderd tot zaalopziener (invnr 1582). Vermoedelijk over wezen, want het eerste gesticht is een weeskinderengesticht. Ze verhuizen dan wel van de boerderij naar een zaalopzienerswoning (gelegen tussen twee zalen met uitzicht op beide zalen).
- Daar worden geboren Johanna Maria op 23 augustus 1839, overlijdt Bernardus op 31 januari 1841, en wordt geboren Bernardus Ludovicus op 25 juli 1842 die op 20 oktober 1842 overlijdt.

Op 15 augustus 1842 keren zij als gewone kolonisten terug, ze komen in Wilhelminaoord hoeve 14. Frederik Rausch is er dan niet bij.
- Ze verhuizen 1 februari 1844 naar Frederiksoord, eerst hoeve 39, dan hoeve 40. Hier overlijdt moeder Harmeling, geboren Carmio, op 9 juni 1846 en worden geboren Antonia Theodora (15 april 1844), Elizabeth (3 november 1846), Ouwerdina Jacoba (26 april 1849), Lodewijk (2 augustus 1852) en Maria (9 februari 1856).
NB: Laatste gegevens zijn allemaal volgens de ‘rode boeken van Kloosterhuis’. Daar kunnen typefouten inzitten.

In 1863 verlaat het gezin de kolonie. Drie dochters trouwen met kolonistenzonen, Antonia Theodora en Wilhelmina Petronella allebei met een Lucassen, kleinzonen van de Nijmeegse proefkolonist Lucassen (zie zijn file) en Johanna Maria met Heidentrijk.