Naar het overzicht
van stukken over de proefkolonie





De familie Krabshuis in de archieven van de Maatschappij van Weldadigheid, voor zover ik er weet van heb, vanaf midden 1825 totdat Aaltje Krommendijk in 1836 hertrouwt

Dit is een vervolg op de archiefstukken van 1818 tot 1825.

Stamboeken

Als per 1 juni 1825 op grond van dit besluit alles opnieuw wordt ingedeeld, waardoor er nog maar drie kolonin zijn, worden nieuwe stamboeken aangelegd. Daarvan zijn scans, zie helemaal bovenaan de pagina hoe die scans te bereiken zijn.

De familie staat als bewoners van hoeve 29 in de stamboeken van Frederiksoord:
invnr 1346 (1825-1828) op scan 12,
invnr 1347 (1829-1830) op scan 9,
Invnr 1348 (1830-1835) op scan 31,
invnr 1349 (1835-1841) op scan 30.

Ingedeelden

Het gezin heeft voortdurend een heleboel ingedeelden. Ik heb de indruk dat de verstandhouding tussen de familie en de bij hun ingedeelde mensen steeds goed is. Ze blijven in veel gevallen ook behoorlijk lang inwonen.

Een van de eersten is Jan Jansen die april 1819 bij hun komt wonen (zie ook de afbeelding op de pagina 1818 tot 1825) als de proefkolonist Rigagneau, zie hier, bij wie hij eerst was ingedeeld, naar huis wordt gestuurd. Hij blijft bij de familie Krabshuis van april 1819 tot hij op 15 juli 1829 in militaire dienst moet.

Ik ga niet alle ingedeelden behandelen, maar pik er af en toe eentje uit. Bijvoorbeeld Elizabeth van Steenis, waarover ietsje meer staat op deze pagina, die op 23 april 1827 bij de familie Krabshuis in huis komt en daar blijft tot ze op 30 juni 1829 met ontslag van de kolonie vertrekt.

Eerste vertrek en overlijden

Op 1 februari 1828 verlaat de oudste zoon Hannes of Harmen Krabshuis het gezin en trekt de wijde wereld in.

Op 21 oktober 1828 staan de familieleden op een lijst, invnr 94 scan 255 en verder, die is ingezonden door dominee Clinge van Vledder met 'de Protestantsche Godsdienst belijdende' bewoners van Frederiksoord. Genoemd worden (scan 274):
Hendrikus Krabshuis
Aaltje krommendijk
Regina
Johanna
Lukas
Hendrikus.

■ Maar... op 2 december 1828 overlijdt de man des huizes Hendrikus Krabshuis, 49 jaar oud.

Hendrik van Ommen

Vanaf 17 maart 1829 krijgen ze als ingedeelde in huis de bejaarde proefkolonist Hendrik van Ommen uit Zwolle, zie diens file.

Er wordt over geschreven in een brief van de directeur dd 30 april 1831, invnr 113 scan 556.

Uit invnr invnr 121 scan 165 blijkt dat ze voor het in huis hebben van Hendrik van Ommen wekelijks n gulden krijgen 'uit de contributie van het arrondissement Zwolle'. Uit een lijst in invnr 160 scan 293 blijkt dat ze in juni 1835 nog steeds die wekelijkse gulden krijgen.

Van Ommen blijft bij hen wonen tot zijn dood op 30 september 1836.

Vrijboer af

Uit deze pagina blijkt dat ze tot 1830/1831 de status hadden van vrijboer (wat meer vrijheid geeft om je eigen tijd en je eigen landje in te delen) maar 'in dit of in het vorige jaar (= in 1831 of 1830) onder adminstratie hebben moeten komen' (wat veel minder vrijheid geeft).

Het gezin staat op een  'Nominatieve staat van de sterkte van de huisgezinnen in kol 1' per 1 oktober 1831, invnr 141 scan 8, als 7 zielen sterk.

Op de zitting van de kleine raad van 6 augustus 1831 wordt vastgesteld dat de weduwe Krabshuis en de haren de achterstand in het maken van mest hebben ingehaald. NB: Hierover kunnen veel meer notities zijn, maar ik heb van lang niet alle zittingen van de kleine raad transcripties.

Bosch

Bij de opsomming dd 4 januari 1832 van de verkoop van 'perceelen hakhout, staande op stam te Frederiksoord', invnr 121 scans 40 & 41, wordt ook een perceel genoemd dat enig zicht geeft op de directe woonomgeving van de familie:
'Een perceel eiken- en weekhout, zijnde een bosch bij het land van de weduwe Krabshuis, ten zuiden aan de sloot, ten noorden aan het bouwland, ten oosten en westen aan het jonge hout.'

Een wagen

Uit een overzicht dat is gemaakt op 18 januari 1832, invnr 121 scan 306, maar waar men is vergeten op te zetten welke periode het betreft, blijkt:
dat het gezin 7 zielen sterk is,
dat de 'waarde der ontvangen kleeding op loopende schuld' is 43,20,
dat de waarde van ontvangen 'kleine huisraad en gereedschappen' 14,90 is.
totaal dus 58,10,
dat voor die zaken van hun loon is ingehouden 56, 24,
zodat ze een schuld hebben opgelopen van 1,86.

In vergelijking tot andere kolonisten is dat niet slecht.

Uit het verslag van de Raad van Toezicht van Frederiksoord van 2 april 1832 blijkt dat de weduwe Krabshuis een wagen heeft waarmee ze rogge voor de Maatschappij naar de molen brengt waar de rogge gemalen wordt.

Brood

De verandering in het gezin in de maanden augustus en september 1833, invnr 141 scan 82,  is dat er een ingedeelde wordt overgeplaatst.

Als gevolg daar van is per 1 oktober 1833 de sterkte van het huisgezin 7 zielen, invnr 141 scan 8.

En dat heeft tot gevolg dat ze volgens een nieuwe berekening iets minder brood verstrekt krijgen, invnr 141 scan 164. In plaats van 24 pond krijgen ze voortaan 22 pond brood per week.

Toelage

Aan medailles is een jaarlijkse toelage verbonden. Het betreft nog steeds de zilveren medaille van augustus 1824 want dat was bij mijn weten de laatste keer dat er medailles werden vergeven.

De permanente commissie heeft in oktober 1832 een regel uitgevaardigd dat die toelage stopt als de man des huizes overlijdt, maar de weduwe Krabshuis is een van degenen die nog steeds het jaarlijkse bedrag krijgen.

De directeur schrijft op 4 maart 1835 dat zulke verstrekkingen leiden tot 'wangunst'. Het is mij niet duidelijk of zijn berekeningen, invnr 157 de scans 62 en verder, ertoe leiden dat de weduwe Krabshuis de toelage voortaan niet meer krijgt.

Verdiensten

Op de staat van verdiensten en uitbetalingen van 17 tot en met 23 mei 1835,  invnr 159 scan 457 valt te lezen:
De sterkte van het huisgezin is 7 zielen.
De verdienste in die week was 2,08, ze hebben die week geen zakgeld gehad en er is niets voor hun in de spaarbank gestort.
  Ze hebben voor 41 cent aan winkelkaartjes gehad (zie over winkelkaartjes op de muntenpagina's), er is op hun verdienste 21 cent ingehouden voor administratiekosten, en 83 cent voor aan hun verstrekte kleding, en er heeft hun geen toelage verstrekt hoeven te worden.

Het interessantst aan zulke lijsten is de vergelijking met andere kolonisten, maar zulke overzichten zijn slechts incidenteel bewaard gebleven.

Groot verlof Regina

Op 30 mei 1835 krijgt dochter Regina Krabshuis drie maanden groot verlof om te proberen in de gewone maatschappij een baantje te vinden. Zie de regeling waar dat op gebaseerd is.

Aan het verlof zal een verzoek bij de kleine raad voorafgegaan zijn, maar dat is een van de kleine raadzittingen waar ik geen transcriptie van heb.

Het lukt deze eerste keer niet, Regina keert op 20 juni 1835 terug in de kolonie en op het moederlijk nest.

Schuld

De stand van de schuld per 1 juli 1835 staat op invnr 164 scan 111.

Het 'saldo van de zestienjarige schuld' (de afbetaling van alles wat in het kolonistengezin genvesteerd is), is bij het gezin lager (dus beter) dan bij andere gezinnen, maar ze hebben de laatste tijd weinig afgelost.

Het 'saldo kleeding en loopende schuld' is gemiddeld.

Dan gaat Aaltje Krommendijk weduwe Krabshuis in april 1836 hertrouwen en verandert de situatie.

Zie de voorafgaande vermeldingen in de archiefstukken uit de begintijd of de lotgevallen van de familie van 1836 tot 1850 of uit de daaropvolgende periode van 1840 tot 1850 of de aantekeningen bij het verdere leven van Lucas Krabshuis of ga terug naar de overzichtspagina van Krabshuis.