Naar het overzicht
van stukken over de proefkolonie





De familie Krabshuis in de archieven van de Maatschappij van Weldadigheid, voor zover ik er weet van heb, vanaf 1840 tot 1850

Dit is een vervolg op de archiefstukken 1836-1840

De familie staat ingeschreven in de stamboeken Frederiksoord:
invnr 1350 (1841-1848) op scan 30, en
invnr 1351 (1848-1859) op scan 30.

■ Op 18 januari 1841 maakt de adjunct-directeur van de vrije koloniŽn een lijst van koloniebewoners die in 1825 zijn geboren en van wie geen geboorte-extract aanwezig is. Daarop ook, invnr 239 scan 427, waarin staat dat Hendrikus Krabshuis volgens het stamboek is geboren op 17 mei en volgens zijn moeder op 15 mei. De moeder heeft gelijk.

Willem Godwald

■ Op 22 december 1842 krijgt het gezin als ingedeelde Willem Godwald, zie over hem deze pagina. Hij gaat op 1 mei 1843 met ontslag omdat hij een baantje heeft bij een boer in de omgeving, maar dat bevalt niet en hij keert snel terug. Eerst bij een ander gezin, maar na een tijdje weer bij 'de weduwe Smies'.

Als hij vandaar op 27 juni 1846 met Groot Verlof gaat, schrijft hij vanuit Utrecht een brief aan Aaltje Krommendijk die aangeeft dat Willem Godwald ook weer iemand is met wie ze een goede band hebben opgebouwd. Ik heb hem niet helemaal ontcijferd, maar voor liefhebbers is de brief te vinden in  invnr 325 scans 24 & 25.

De adressering is scan 26: 'An de wede vrouw Smies provincie Drenthe'. Dat dat aankomt! Dat moet je nu eens proberen. Na de terugkeer van zijn vergeefse verlof zal Willem Godwald nog twee jaar bij de familie blijven wonen.

Touwtjes aangehaald

Na 1842 als de koloniŽn erg afhankelijk zijn geworden van overheidssteun en een gecommitteerde der regering alle vergaderingen van de permanente commissie bijwoont en streng toeziet, worden de financiŽle touwtjes aangehaald. Zo MOET elke vrije kolonist elk jaar de landhuur van 50 gulden betalen, waarbij men met een schuin oog kijkt naar de betreffende subcommissie of die dat niet uit haar contributies wil voldoen.

De stand per 1 juli 1843 staat in invnr 280 scan 594. De weduwe Smies heeft geen schuld en een tegoed van É 35,46.

De stand per 30 juni 1844 staat in invnr 295 scan 868. De weduwe Smies heeft geen schuld en een tegoed van É 49,23. Vermeld wordt met potlood 'vrijwillige bijdrage Almelo', wat volgens mij betekent dat Almelo uit de door haar opgehaalde contributies de 50 gulden landhuur heeft betaald.

De stand per 30 juni 1845 staat in invnr 309 scan 729. De weduwe Smies heeft geen schuld en een tegoed van É 47,25. Vermeld wordt met potlood 'vrijwillige bijdrage Almelo'.

Hendrikus en Johanna

■ Bij de raad van toezicht van Frederiksoord van 11 januari 1844, bijlage 1 op deze pagina, moet Hendrikus Krabshuis verschijnen, want hij heeft 'hazen strikken uit gezet in de brem, hetwelk hij vooraf reeds aan den wijkmeester bekend heeft, en aanwijzing gedaan van de door hem uitgezette strikken; nu ontkent hij, bij gedane ondervraging, daaraan schuldig te zijn.'

Bij de tuchtraad, hoger op die pagina, geldt geen pardon: acht dagen opsluiting, en de raad vindt dat eigenlijk nog te weinig.

■ Op 18 januari 1844 keert de in juli 1838 van de kolonie vertrokken dochter Johanna terug bij het gezin en wordt ze weer opgenomen in de kolonie. Daarvoor moet ze toestemming hebben van de kleine raad en van de permanente commissie, maar van die stukken heb ik geen transcripties.

Loting militaire dienst

■ 1844 is het jaar dat Hendrikus Krabshuis 19 zal worden en dat betekent dat hij moet meeloten voor de Nationale Militie, de dienstplicht. Hij trekt het nummer 25 en dat is een relatief hoog nummer, wat betekent dat hij niet in dienst hoeft, zie invnr 299 scan 272.

Die loting heeft plaatsgevonden te Meppel en om de uitloting te vieren zetten Hendrikus en enkele andere jongens het op een zuipen. Daarbij ook aanwezig is zijn oudere broer Lucas Krabshuis. Terug in de kolonie loopt het uit de hand.

Aangevallen en geslagen

Bij de raad van toezicht van Frederiksoord van 18 april 1844, bijlage 2 op deze pagina, komt een kolonist klagen dat hij en zijn zwager door de jongens zijn 'aangevallen, en geslagen'. Hendrikus had hem 'bij den nek genomen', een zoon van Verboom had hem geschopt, 'meer heeft hij, daar het avond was en allen hem aanvielen, niet kunnen onderscheiden'.

De jongens zeggen dat zij de mannen 'voor boeren gegroet' hadden en dat is blijkbaar heel erg. Van de behandeling bij de tuchtraad, hoger op de pagina, heb ik geen transcriptie, maar uit de samenvatting blijkt dat Hendrikus voor de tweede keer in een paar maanden acht dagen cel krijgt. Lucas moet ook acht dagen zitten.

In en uit

■ Dochter Aaltje Krabshuis gaat op 28 januari 1845 met 3 maanden verlof.

■ Dochter Johanna Krabshuis gaat op 16 juli 1845 weg omdat ze een dienstje heeft.

■ Aaltje Krabshuis keert terug op het moederlijk nest op 26 juli 1845.

■ Johanna Krabshuis keert terug op 16 januari 1846.

Diefstal

■ In een brief van de directeur van 31 december 1845, invnr 313 scan 162, wordt gemeld dat de directie een zestienjarige bestedeling uit Amsterdam (Johannes Frederik Smit, B1012) aan justitie heeft overgedragen vanwege een drietal diefstallen in de kolonie.

Eťn van die diefstallen was: 'een doosje met 3 gouden ringen, een zilveren vingerhoed en 2 vijfstuiverstukjes bij de weduwe Krabshuis'.

Derde vertrek Johanna

■ Dochter Johanna Krabshuis gaat ten derde male het huis uit om 'te gaan dienen' op 27 juni 1846. Maar op de lijst van in 1846 uit de kolonie vertrokken jongeren, invnr 339 scan 93, staat dat zij 'in dienst bij een koloniaal ambtenaar' is getreden. Er staat niet bij welke koloniale ambtenaar, maar ze blijft dus in de kolonie.

Op 25 januari 1848 wordt Johanna weer opgenomen in het gezin.

Schuld en tegoed

■ Op het 'extract uit het Rekeningboek in het bijzonder met de kolonisten betrekkelijk de oververdiensten op den 30 augustus 1846', invnr 325 scan 191, heeft de familie geen schuld en een tegoed van É 54,77 (plus een halve cent, maar ook al was het in die tijd best veel waard, aan halve centen doe ik verder niet).

■ Op het overzicht van de stand van de rekeningen van kolonisten per 1 juli 1847, invnr 344 scan 679, heeft het gezin van 'de weduwe Smies' geen tekort, maar een krediet van É 85,51. Erbij aangetekend is 'subcommissie Almelo'.

Huwelijk dochter Aaltje

■ Bij dochter Aaltje staat in het stamboek aangetekend dat zij op 17 juni 1848 van de kolonie deserteert, maar dat zal toch minimaal twee dagen eerder geweest zijn, want ze trouwt op 15 juni 1848 te Vledder met:

Jean Baptist Wibier, geboren 4 september 1827 te Ommerschans toen zijn vader daar hoevenaar was. Hij is een zoon van de Belgische vrije kolonist GabriŽl Wibier, zie diens pagina, en Marguerite Delauve.

Jean Baptiste is een paar maanden vůůr het huwelijk, 27 februari 1848, van de kolonie gedeserteerd, dus hij heeft waarschijnlijk gediend als kwartiermaker voor het jonge stel.

Kinderen van Jean Baptiste en Aaltje worden aangegeven te Vledder, dus ze wonen wel dichtbij maar niet op de kolonie.

Overlijden Aaltje Krommendijk

■ Op 26 oktober 1848 overlijdt Aaltje Krommendijk weduwe Krabshuis weduwe Smies. In huis zijn dan, behalve enkele ingedeelden:
dochter Johanna, bijna 28 jaar,
zoon Lucas, 26 jaar, en
zoon Hendrikus, 23 jaar.

Blijkbaar vindt de directie dit nog genoeg gezin om niet in te grijpen en ze bij andere gezinnen in te delen. Ze laat ze lekker op hoeve 29 zitten.

■ Op 30 april 1850 overlijdt de jongste van het stel, Hendrikus Krabshuis.

Huwelijk Johanna

■ En drie weken later treedt Johanna Krabshuis in het huwelijk. Op 22 mei 1850 te Vledder met:

Thijs Jacobus Verboom, geboren 6 januari 1827 te te Ommerschans, toen zijn vader daar hoevenaar was, als zoon van de uit Dordrecht afkomstige kolonist Teunis Verboom en Hendrika van der Linde, over welk gezin deze pagina gaat.

Dan is er alleen nog Lucas, maar die doe ik op een aparte pagina.

Met een maandje vertraging worden op 27 juni 1850 Thijs Jacobus Verboom en Johanna Verboom-Krabshuis erkend als kolonistenechtpaar op hoeve 29. Dat gebeurt dankzij de subcommissie van weldadigheid Dordrecht. In de stamboeken staan de volgende kinderen van het echtpaar:

Hendrikus Verboom, geboren 2 juli 1850 (dat is wel snel na het huwelijk, maar blijkbaar zegt niemand er iets van),
Hendrika Margareth Verboom, geboren 12 februari 1852,
Aaltje Verboom, geboren 7 februari 1854,
Teuntje Verboom, geboren 16 mei 1856,
Harm Verboom, geboren 9 mei 1858,
Margaretha Verboom, geboren 20 maart 1861, en
Wilhelmina Verboom, geboren 16 juli 1864.

Koloniale carriŤre Johanna en gezin

■ Thijs Jacobus Verboom wordt aangesteld als vrijboer 12 september 1851, maar op 21 november 1861 teruggezet in de rangen van gewone kolonisten.

■ Na de dood van de vader van Thijs Jacobus gaan ze op 28 februari 1862 over naar die hoeve, nummer 2 van Frederiksoord, zie de locatie, en nemen ze de moeder van Thijs Jacobus in huis, maar op 4 mei 1862 gaat die bij een schoonzoon op de kolonie inwonen.

■ Op 19 augustus 1864 worden ze overgeplaatst naar hoeve 51, zie de locatie.

■ Ze staan in de stamboeken:
invnr 1357 bij hoeve 29,
invnr 2999 bij hoeve 29,
invnr 3000 bij hoeve 2,
invnr 3000 bij hoeve 51.

■ Op 30 maart 1865 verlaten ze de kolonie met ontslag en vertrekken ze naar Nijverdal.

Zie ook de archiefstukken over Krabshuis van 1818 tot 1825 of uit de periode 1825 tot 1836 of over de jaren 1836 tot 1840 of zie het verdere leven van Lucas Krabshuis of ga terug naar de overzichtspagina van Krabshuis.