Extract uit de notulen van het verhandelde bij den raad van policie over de vrije koloniën
Zaterdag den 20 October 1827


Present
de Heer Bersma, LP
de Heer Brouwer,   
de kolonist Zwier, gemeensman
de kolonist Hoffman, gemeensman
de kolonist Gutsloo, gemeensman
en Van Wolda, Secr.

Zijn opgeroepen en voor den raad verschenen de na te melden kolonisten, alle van Willemsoord, waarvan de processen verbaal van den raad van toezigt dier kolonie, in dato 19 dezer, alhier zijn ontvangen en gelezen

1  Naatje van der Wulp, welke onder toelating van den opziener, onder schafttijd, eenige onder hen zoogenaamde braadaardappelen mede naar huis genomen, en de op die wijze vergaderde aardappelen, gezamenlijk uitmakende drie schepels buiten weten harer ouders verkocht zoude hebben aan hare buurvrouw:

2  De wed. Luthering, alhier tegenwoordig, voor weinig geld, en welke laatste diezelfde aardappelen met eenig gewin wederom overgedaan of verkocht had aan den Baarsmulder

3  Scheffer, die nadat zijn tuinaardappelen op waren zonder verlof, de dagelijks benoodigde aardappelen uit zijn land gerooid zoude hebben, en dat wel op verschillende plaatsen

4  Vrouw Brinkman, welke echter geweigerd had voor eenen raad te compareren, dus absent, aan den wijkmeester te kennen hebbende gegeven, dat men in zoodanige gevallen haren man kon roepen, die als hoedemaker steeds buiten de kolonie werkt en thans aan de Oldemarkt is. Hier was ook op eene ongepaste wijze in de aardappelen gerooid.

De drie eerstgenoemde gehoord hebbende, is bevonden dat het mede naar huis nemen, verkoopen en andermaal verkoopen der aardappelen waarheid is.
Dat Scheffer aardappelen uit zijn land heeft gerooid, omdat hij die tot instandhouding van zijn gezin noodig had; zullende dit naar zijn zeggen niet gevraagd hebben, omdat hij wist dat hem zulks geweigerd stond te worden.
Het gebeurde op het land van Vrouw Brinkman is niet nader onderzocht kunnen worden, daar de man buiten werkt en de vrouw absent gebleven is; alleenlijk is het den raad uit een geloofwaardig verhaal kenbaar geworden, dat er bij Brinkman een zwijn regt goed vet is gemest, dat, naar alle waarschijnlijkheid wel van de aardappelen genoten zal hebben.

Is na alles overwogen en de gevoelens der leden van den raad, die met elkanderen overeenkwamen, ingewonnen te hebben

Besloten,

a  Naatje van der Wulp, twee etmalen op water en brood op te sluiten in het cachot van kol 1

b  De wed. Luthering, idem en haar de winteraardappelen af te nemen, opdat zij hoegenaamd geen gelegenheid hebbe op gelijke wijze met hare eigene aardappelen te handelen.

c  Scheffer, over het voorgevallen ernstig te onderhouden, en
d  Vrouw Brinkman, als boven een etmaal op te sluiten in het gewone kachot van kol 3


Er zal van dit verhandelde, bij afschrift dezes, worden kennis gegeven aan de Permanente Kommissie der Maatschappij van Weldadigheid.

Voor extract conform,
De Direkteur der Kolonien
Visser

Er onder geschreven:
Bovenstaande besluiten door den raad genomen, zijn zoo ondergetekende voor gekomen niet te zwaar te zijn, dog verzoekt hij de Perm. Komm voor ditmaal met haren goedkeuring te willen vereeren
Visser

Daaronder is bijgeschreven door de secretaris van de permanente comissie: Goedgekeurd door den Perm. Komm van MvW. Den 4 dec. 1827, VK


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1615

Notities bij het zittingsverslag