Raad van Policie en tucht in de gewone Kolonien op 27 October 1832

Al de leden zijn tegenwoordig

1. Komt voor de kolonist Peters van kolonie No 3, welke benevens de na ten ?? volgens voorgelezen procesverbaal van den raad van toezigt van heden den wijkmeester gehoorzaamheid geweigerd heeft en zijn kinderen van het aangewezen werk terug te houden.
Peters zegt dat gebrek aan klompen daarvan de oorzaak geweest is.
Hij daarin zelf voorzien hebbende en daarop van zijne weigering spoedig teruggekomen zijnde oordeelt de Raad hem ditmaal met ene vermaning te moeten vrijlaten, dewelke dan ook door den President gegeven wordt.


2. Hetzelfde gebeurt met den kolonist Lodewijks die het verkeerde diens ongehoorzaamheid schijnt in te zien en daar zijne vrouw meer dan hij daarvan oorzaak blijkt te wezen, ook vermaand wordt om te zorgen dat deze zich niet minder naar de koloniale wetten gedrage.


3. Hierna verschijnt de kolonist Hartog die wel ontkent den wijkmeester Koppe het eerst te hebben mishandelt doch waartegen de getuigen door de kolonisten  Brands, Hommerig en Atsma gegeven zoo zeer inloopen en die met de aanklagt des wijkmeesters zoo volkomen overeenstemmen, dat de Raad overtuigd wordende van de grove misdaad van Hartog dewelke den Wijkmeester heeft geslagen en gestoten en daarna met den kantschop heeft willen kwetsen, dat de wijkmeester naauwelijks dit met zijnen stok heeft kunnen afkeeren

Besluit

Overeenkomstig art 20 van het Reglement den wijkmeester aan te raden zich met de getuigen naar den Burgemeester van Steenwijkerwold te begeven ten einde de zaak door den gewonen Regter worde vervolgd, waartoe de President op zich neemt een brief van aanbeveling den Burgemeester te schrijven op dat het Regt hierin zijn loop hebben en de ambtenaren veiligheid voor hunnen  personen behouden.


4. Wijders verschijnt vrouw le Loux van kolonie No 1, welke volgens voorgelezen proces verbaal van den Raad van Toezigt beschuldigd wordt van dieverij, ongehoorzaamheid brutaliteit en de verwaarlozing van haren koeien en veldvruchten
Zij kan zich van dit alles niet verontschuldigen
De raad overwegende dat zij in hare buurt steeds op allerlei wijze de rust verstoort en zich in alle opzigten misdraagt en dat haar nu in militaire dienst zich bevindende man herhaaldelijk den Directeur is komen verzoeken om toch van dit ongelukkige schepsel te mogen gescheiden worden, dat natuurlijk niet geschieden kan.

Overwegende dat hare verkeerde handelingen meer het gevolg zijn van boosaardigheid dan van redeloosheid

Besluit

Op voordragt van den President haar op grond van het reglement van tucht art 2  L a, b, c en g en art 3 dit huisgezin te verwijzen naar de Ommerschans en de vrouw dáár afgescheiden van hare kinderen in de zalen te doen indeelen of er van haar nog iets goeds of beters mogt kunnen worden en ten einde althans hare kinderen van zulk een kwaad voorbeeld zou worden ontheven

Vrouw le Loux andermaal binnen geroepen zijnde wordt van dit besluit zoo veel noodig kennis gegeven.


Eindelijk staan binnen de drie bestedelingen
Evert Hageman
Albert Jansen
en  Klaas Vos       
bij Bultman in kolonie No 1 ingedeeld dewelke blijkens genoemd proces verbaal zich wederom schuldig gemaakt hebben aan vechterij, schelden en verregaande brutaliteit
Dezelve kunnen niet met grond tegen de ingebragte klagten inbrengen en zij zijn bekend voor zeer kwade en ondeugende jongens
De Raad besluit alzoo op grond van art 2 en 3 eerst genoemde voor vijf en de beide andere voor drie dagen in de Strafkamer te doen opsluiten met ernstige waarschuwing daarbij aan eerstgenoemde dat hij bij de minste herhaling van zijner euveldaden stellig naar de Ommerschans zal worden verwezen

Aldus gedaan in den Raad te Frederiksoord den 27 October 1832
J van Konijnenburg  Pres
M. Bersma
Onleesbaar
L: Lucassen
P Soevereijn
P. v.d. Bil

Bijlage 1: Raad van Toezicht van Willemsoord

Proces Verbaal van het verhandelde door den Raad van Toezigt in Kolonie N 3 op den 27 October 1832

De wijkmeester Koppe door den OnderDirecteur gelast zijnde om zijne Kolonisten aan te zeggen dat diegene welke kleine aardappelen uitgerooijd hadden, hunne kinderen na wijk N1 te zenden ten einde de hulp behoevende te assisteren, heeft
De wijkmeester ter volbrenging zijner orde zich vervoegd bij de Kolonisten Peters, Lodewijk & Hartog en hun nevens andere Kolonisten dezer last gegeven.

Waarop Peters hem tot antwoord gegeven heeft, dat zijn kinderen niet van klompen voorzien waren en dat hij ze niet wilde wegsturen. Dan daar er geen klompen aanwezig waren heeft hij een paar geleend en des anderen daags naar t land gestuurd.

Jan Lodewijk & Vrouw heeft meede niet aan deze order willen voldoen, doordien zij voorgaven dat zij hun best gedaan hadden om de aardappelen van het land te krijgen, en zijne onafgedorste rogge in te leveren.

Hartog waarbij de wijkmeester het laatste kwam heeft deze last op eene hooge toon geweigerd doordien hij voorgeeft dat Koppe op zijne weigering hem met de stok een slag op den arm heeft toegebragt, waarop hij hemzelve had verdedigd met een kandschop en zeide na onderbehandeld zijn maar niet met slaag of dwang Zo hebben wij hierop ingewonnen de verklaring der onderstaande getuigen als:

Van den Kolonist Hommering, welke zegt gezien te hebben dat de Wijkmeester bij Hartog is over de wal gekomen & datzelve de wijkmeester met de schop is aangevallen & dat hoed van t hoofd is geslagen.

Jan Brands getuigt gehoord te hebben dat de Wijkmeester Hartog vermaand heeft, om zijne kinderen na het land te zenden en daar zulks niet hielp met dreiging van inhouding van brood waarop hij in eene brutale uitdrukking hem met de kantschop is aangevallen & een blessuure aan zijn hoofd ontdekt heeft.
 
Atsma verklaard meede hij gezien heeft dat Koppe door Hartog is geslagen geworden.
Daar deze zaak van te groot gewigt zijnde onderling af te doe heeft men gemelde personen na de raad van tucht verwezen.

Aldus opgemaakt te Willemsoord ten dage maand & Jaar als  boven
Schuurer
P. v.d. Bil
L. v. Buiten   
B. Kuipers
Schuurman

Bijlage 2: Raad van Toezicht van Frederiksoord

Proces Verbaal van het verhandelde door den Raad van Toezigt in Kolonie N 1 op den 25 October 1832

Is verschenen
Willemina Huisman huisvrouw van FJ le Loux oud 35 jaar
De Voorzitter vraagt haar of zij op den 11 dezer maand des avonds ongeveer om 10 uur zig niet aan het verlaten huis van Kooijstra Hoeve 112 zig heeft begeven en daar eenige turf en stroo heeft weggenomen zonder daartoe permissie te hebben bekomen en of zij de woning open of gesloten gevonden heeft
welke reden bestonden er tegens deze ontvreemdingen
had gij gebrek aan een of ander
hierop geeft zij ten antwoord dat zij wel geen gebrek aan turf of stroo had als hebbende 25 stok turf door van der Heijden laten steken en slegts 100 bosjes stroo in huis had

Voorts is zij beschuldigd van verregaande ongehoorzaamheid en achteloosheid jegens de Onder-Directeur en Wijkmeester welke beiden haar aan verregaande pligtsverzuim herinnerde haar onder meer andere onder de aandagt bragten, dat zij de aardappels op de akkers door de koeien liet afvreten in plaats van die behoorlijk te rooien en dan nog de gerooijde door de koe liet opeeten
Waarom zij eindelijk niet meer zorg droeg dat haar koe niet tot last van haren buren verstrekte, waarover men zoo veel klagten wordt vernomen, ja zelfs haar eigen tuin door haar koe liet vernielen
Den voorzitter vraagt haar wat zij hier tegen had in te brengen
Zij bleef hierop het antwoord schuldig en de raad kan van haar niets verder eenig antwoord bekomen.

Hendrik Rietberg oud 19 jaar welke verzogt had voor den Raad te willen doen brengen
Evert Hageman
Klaas Vos
en
Albert Jansen,
alle ingedeeld bij den huisverzorger Bultman welke zig niet ontzien hebben van op den avond van den 12 dezer onder en naar Schooltijd veele beschimpingen omtrent zijne Zuster te hebben gebezigd en wel dat
Evert Haverman hem bij het uitgaan der School een slag op het hoofd heeft toegebragt, waarop hij wederkeerig hem een slag wilde toebrengen, dan door het ontvangen van een slag op de arm verhinderd wordt
Tusschen de school en den woning des Doctors zijnde wierd hij door opgenoemde jongelingen tegen de grond geworpen en geslagen hierop is Jan Hopman komen aanschieten wien hem onder de jongens vandaan trok en vervolgens door de meester van de school is ontzet geworden.
Zijn voorts verschenen ieder afzonderlijk
Evert Haverman oud 17
Klaas Vos oud 16
en
Albert Jansen oud 19 jaren
Welke door den voorzitter ondervraagd wordende wat zij tegens dese beschuldiging hebben in te brengen
Ontkennen zij eenpariglijk alles
Evert Haverman intusschen zegt heeft hij getuigen dat ik hem geslagen heb of een slag op den arm heb toegebragt?
Ik heb hem in het geheel niet geslagen al zegt meester Aukes dat ook, dan heeft hij mis gezien.
Albert Jansen zegt mede niets van slagen geven te weten, ik heb hem op school alleen voor Hakselmes uitgescholden en Klaas Vos houdt vol van niets te weten.

Den voorzitter  ondervraagt hun verder hoe het komt dat gij den jager (Steve Schrekking) eergisterenavond zo onvergeten gescholden hebt
Zij  antwoorden alle hiervan niets te weten
De verregaande brutaliteit op het land als ongehoorzaamheid aan hunne Superieuren en huisvader nopen de Raad te verzoeken dat de 3 opgenoemde jongelingen ijder voor drie dagen met opsluiting in de Strafkamer mogen gestraft worden

Aldus opgemaakt te Frederiksoord den 25 October 1832
De voorzitter H. Faalenr
A van  Anker
L: Lucassen
I A De Jong
Greving Secretaris
   

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1615

Notities bij het zittingsverslag