Raad van Politie en Tucht in de gewone kolonien
van den 29 april 1837

Alle leden zijn tegenwoordig

Gelezen een proces verbaal van den raad van toezicht te willemsoord van den 17 dezer houdende de beschuldiging van Jan en Willem, zoonen van den kolonist W. Jansen, hoeve No 77 van brutaliteit , en verdere beledigingen jegens den wijkmeester Jan van Buiten.

De beschuldigden binnengeroepen zijnde, blijkt het dat Jan Jansen alleen is verschenen, welke nog wel eenige reden tot zijne verschoning wil inbrengen, die echter door den raad niet voldoende worden geacht, en hij dus schuldig verklaard.
Willem Jansen niet verschenen zijnde wordt hoewel minder als Jan, meede schuldig verklaard.

De Raad, gelet op Art. 2 § a en art. 3 § 1, waarbij eene opsluiting in de strafkamer van drie tot acht dagen wordt bepaald,

Besluit:

Jan Jansen de straf van acht dagen, en Willem Jansen de straf van drie dagen opsluiting in de strafkamer toetewijzen, hetwelk Jan Jansen hij daartoe binnengeroepen zijnde, wordt kenbaar gemaakt, met de noodige vermaning van den President om zich vooraan rustiger te gedragen.
Aldus gedaan in den Raad te Frederiksoord den 29 April 1837

Bijlage 1: Raad van toezicht van Willemsoord 17-04-1837


Alle leden tegenwoordig zijnde wordt den wijkmeester van Buiten binnengeroepen welke de volgende klagt inbrengt

dat Jan en Willem, zonen van den kolonist W. Jansen hoeve 77 bij de uitgifte van turf de vrijheid hadden genomen, van de hen ten deel gevallenen eenige te verruilen hetgeen door Jan gedaan werd,
de wijkmr. dit ziende wil de wagen waarop zij de turf geladen hadden weer leeg maken en hun andere van den bult voorhallen, doch Willem hield hem van den wagen af zoodat de wijkmeester om de wagen heen loopende er niet aan kon komen, waarna Jan den wijkmeester met zijn eigen stok die hij had neergelegd om de wagen om te keren eenige slagen op het hoofd gaf en hem daarna met eenige turven heeft gesmeten, waaraan Willem geen deel genomen heeft
Daarna wordt Willem binnengeroepen, welke verklaart niets te hebben gedaan dan de wijkmeester van den kruiwagen gehouden, daar zij de turf er met moeite hadden opgeladen, wilde hij dezelve niet weer omgesmeten hebben.
Daarna wordt Jan binnengeroepen, die zegt dat het wel mogelijk is dat hij de wijkmeester gegooid en geslagen heeft doch weet het zeker als hebbende hij dit dan in drift gedaan, doch weet wel dat hij 4 á 5 turven verruild heeft, uit hoofde zij zoveel natte turf ontvangen hadden.

Eindelijk komen nog binnen den kolonist J.Verhagen H.74 en den bestedeling H. Lagrange die door Van Buiten zijn medegebragt en overeenkomstig de aanklagte getuigen alsmede dat de wijkmeester zich verder in geene deele tegen hen heeft verzet.

Aldus gedaan te Willemsoord den 17 April 1837

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1615

Notities bij het zittingsverslag