Raad van Policie en tucht in de gewone Kolonien van

den 27 October 1838


Alle leden zijn tegenwoordig.

Wordt voorgelezen een Proces-verbaal van den Raad van toezigt van Kolonie Nr 3, van den 24e dezer maand, houdende beschuldiging tegen de huisvrouw van den kolonist J: G: Pennink als zich te hebben verzet tegen den Wijkmeester J: van Buiten
De beschuldigde binnen geroepen zijnde, ontkent zij haar misdrijf, en is de Raad ook niet genoeg van hare schuld overtuigd waarom zij besluit, haar met eene ernstige vermaning heen te laten gaan.



Verder wordt binnen geroepen den Kolonist J: J: Smit, welke al mede den Wijkmeester J: van Buiten door scheldwoorden zoude hebben beleedigd.
Den beschuldigde beklaagt zich niet goed door den Wijkmeester te worden behandeld, en hem daardoor in drift te hebben gescholden.
De Raad gelet op Art 2 § a, en art 3 § 1 van het Reglement van tucht , waarbij opsluiting van drie tot acht dagen in de strafkamer op diergelijke misdrijven is gesteld

Besluit

J: J: Smit de straf op te leggen van vier dagen opsluiting in de strafkamer, hetwelk hem, hij daartoe binnen geroepen zijnde door den President wordt kenbaar gemaakt, daarbij tevens onder het oog brengende dat hij voortaan, zoo hij zich wederom over zijne Wijkmeester te beklagen heeft, daarover zich kan vervoegen bij de Directie.



Voorts wordt gelezen in het zelfde Proces verbaal, de beschuldiging tegen de kolonisten Zoonen Anthonie Beekman oud 16 jaren en Evert van der Hulst oud 15 jaren, welke onderling zouden hebben gevochten.
De beschuldigden worden binnen geroepen, en bekennen beiden hun  misdrijf.
De Raad gelet op Art 2 § 6 en Art 3 § 1 van het reglement van tucht, waarbij opsluiting van drie tot acht dagen in de strafkamer op diergelijke misdrijven is gesteld

Besluit

Anthonie Beekman zes dagen en Evert van der Hulst als de meest schuldige acht dagen opsluiting in de strafkamer toe te wijzen, hetwelk hun, zij daartoe binnen geroepen zijnde, door den President wordt kenbaar gemaakt.



Verder wordt in hetzelfde Proces-Verbaal gelezen de beschuldiging tegen:
G: C: Morees, oud 21 jaren
Jan Werf, oud 14 jaren
H: J: van Nunspeet, oud 14 jaren
en Pieter van Putten, oud 15 jaren

allen welken zeer gerove baldadigheid zouden hebben gepleegd in de katoenfabrijk.

en  G: IJsbach, oud 16 jaren
G: Snoek, oud 14 jaren
en W: Klijzen, oud 14 jaren
beschuldigd wordende van verregaande luiheid in de katoenfabriek.

De beschuldigden binnen geroepen zijnde kunnen zij niets tot hunne verschooning inbrengen.
De Raad gelet op Art 2 § a, en Art 3 § 1 van het reglement van tucht, waarbij opsluiting van drie tot acht dagen in de strafkamer op diergelijke misdrijven is gesteld

Besluit

De vier eersten de straf van acht dagen, en de drie laatsten ieder zes dagen opsluiting in de strafkamer op te leggen, hetwelk zij daar toe binnen geroepen zijnde door den President wordt kenbaar gemaakt.



Voorts wordt gelezen in hetzelfde Proces-verbaal de beschuldiging tegen den kolonist G: Jager wegens het misbruiken van sterken drank en verregaande beleediging tegen den opziener W: Taatgen.
Den beschuldigde binnen geroepen zijnde bekent hij zijn misdrijf, gevende daarbij te kennen, dat de dronkenschap daar van alleen de oorzaak was, waarover hij een waar berouw gevoelt.
De Raad gelet op Art 2 § c, en Art 3 § 1 van het Reglement van tucht, waarbij opsluiting van drie tot acht dagen in de strafkamer op diergelijke misdrijven is gesteld.

Besluit

G: Jager de straf op te leggen van drie dagen opsluiting in de strafkamer , hetwelk hem  hij daartoe binnen geroepen zijnde, door den President wordt kenbaar gemaakt.



Nog wordt gelezen in hetzelfde Proces-verbaal de beschuldiging tegen A: van Bruchem welke in plaats van groote aardappelen van zijne hoeve af te leveren, daarvoor poters zoude hebben aangekocht.
Den beschuldigde binnen geroepen zijnde, verklaart dat hij pooters zoude hebben gekocht, met oogmerk om die een volgend jaar op land buiten de kolonie te poten, waarvan waarschijnlijk eenigen onder zijne afgeleverde aardappelen waren geraakt.
De Raad houdt het er voor dat hij het voornemen wel heeft gehad, doch daarin is belet geworden en

Besluit

A: van Bruchem in zijne betrekking als opziener door een geschikt persoon te doen vervangen en hem voor het overige met eene ernstige vermaning te laten heengaan, hetwelk hem hij daartoe binnen geroepen zijnde, door den President wordt kenbaar gemaakt.



Eindelijk wordt nog in datzelfde Proces-verbaal gelezen de beschuldiging tegen den bestedeling J: C: Voorbrood welke zich zoude hebben schuldig gemaakt aan het misbruiken van sterken drank.
Den beschuldigde binnen geroepen, bekent hij zijn misdrijf.
De Raad gelet op Art 2 § c en Art 3 § 1 van het reglement van tucht, waarbij opsluiting van drie tot acht dagen in de strafkamer is gesteld, voor hem die zich voor de eerste maal aan dit misdrijf schuldig maakt.

Besluit

J: C: Voorbrood de straf op te leggen van drie dagen opsluiting in de strafkamer hetwelk hem hij daartoe binnen geroepen zijnde, door den President wordt kenbaar gemaakt.



Verder wordt gelezen een proces-verbaal van den Raad van toezigt van Kolonie No. 2 van den 24e dezer maand, houden de beschuldiging tegen de kolonisten kinderen
Johannes Puper
Francis Burks
Willem Stuiver
en Pieter van der Sluis
welke allen den kolonist Gerritsma door scheldwoorden zouden hebben beleedigd.
De beschuldigden binnen geroepen zijnde, bekennen zij hun misdrijf, daarbij te kennen gevende, dat Gerritsma daartoe zelf aanleiding zoude hebben gegeven.
De Raad houdt het ervoor dat Gerritsma door zijn gedrag hiervan zelf mede oorzaak is en

Besluit

Hen allen met eene ernstige vermaning heen te laten gaan.



Voorts wordt gelezen een proces-verbaal van den Raad van toezigt van Kolonie No. 1 van den 25 dezer maand houdende beschuldiging tegen den bestedeling C: N: Goudsblom, wegens het misbruiken van sterken drank.
Den beschuldigde binnen geroepen zijnde, bekent hij zijn misdrijf
De Raad gelet op Art 2 § c en Art 3 § 1 van het reglement van tucht, waarbij opsluiting van drie tot acht dagen in de strafkamer is gesteld, voor hem die zich voor de eerste maal aan dit misdrijf schuldig maakt.

Besluit

C: N: Goudsblom de straf op te leggen van vier dagen opsluiting in de strafkamer hetwelk hem hij daartoe binnen geroepen zijnde, door den President wordt kenbaar gemaakt.



Verder wordt gelezen in hetzelfde Proces-verbaal de beschuldiging tegen de kolonisten kinderen
Hendrik Huisman
Maria Vermeulen
en Anna Hilkemeijer
welke zich allen een dag buiten de kolonie hadden begeven om te Vledder aardappelen te rooijen.
De beschuldigden niet binnen geroepen, daar de Raad deze zaak beschouwd als de schuld van den Wijkmeester Mulder, welke daarop had moeten toezien, waarom hem door de Directie het gemis van eene halve week tractement is opgelegd.



Daarna wordt gelezen in hetzelfde Proces-verbaal de beschuldiging tegen den kolonisten zoon Ferdinand Götz, oud 14 jaren, welke den ingedeelde Johannes Hendrikus Smit oud 13 jaren met de klomp een gat in het hoofd zoude hebben gegooid.
Den beschuldigde binnen geroepen zijnde, geeft hij te kennen, dat zulks bij ongeluk zoude zijn  geschied, alhoewel de Raad genoeg van zijne schuld en ondeugd overtuigd is.
De Raad gelet op Art 2 § b en Art 3 § 1 van het Reglement van tucht, waarbij opsluiting van drie tot acht dagen in de strafkamer op die misdrijven is gesteld.

Besluit:

Ferdinand Götz de straf op te leggen van acht dagen opsluiting in de strafkamer, hetwelk hem hi daartoe binnen geroepen zijnde, door den President wordt kenbaar gemaakt.



Verder wordt nog in hetzelfde Proces-verbaal gelezen de beschuldiging tegen
Gabe Hoekstra, oud 16 jaren
Lourens Augustijn, oud 16 jaren
Jan van Limbeek, oud 14 jaren
en Jan van der Hoef, oud 14 jaren
welken allen baldadigheid hebben gepleegd aan de katoen fabriek in een der koloniale woningen.
De beschuldigden binnen geroepen zijnde, kunnen zij niets tot hunne verschooning inbrengen.
De Raad gelet op Art 2 § a en Art 3 § 1 van het reglement  van tucht waarbij opsluiting in de strafkamer van drie tot acht dagen op die misdaden is gesteld

Besluit

G: Hoekstra, L: Augustijn, J: van Limbeek en J: van der Hoef ieder de straf op te leggen van acht dagen opsluiting in de strafkamer, hetwelk hun zij daartoe binnen geroepen zijnde, door den President wordt kenbaar gemaakt.



Eindelijk wordt nog in hetzelfde Proces-verbaal gelezen de beschuldiging tegen de kolonisten zoon Johannes van Cleef welke zich zoude hebben verzet tegen den Wijkmeester Uhl.
Den beschuldigde binnen geroepen zijnde kan hij niets tot zijne verschooning inbrengen.
De Raad gelet op Art 2 § a en Art 3 § 1 van het reglement van tucht, waarbij opsluiting van drie tot acht dagen op dat misdrijf is gesteld

Besluit

Johannes van Cleef de straf op te leggen van zes dagen opsluiting in de strafkamer, hetwelk hem, hij daartoe binnen geroepen zijnde, door den President wordt kenbaar gemaakt.



Nog deelt de President de Raad mede dat de bestedelingen Johannes Staats oud 18 jaren en Dirk de Vries oud 15 jaren, de eerste van Kolonie No. 3, welke den 11e Augustus JL, en de laatste van Kolonie No. 2, welke den 6e dezer maand van desertie zijn terug gekomen, onmiddellijk na hunne terugkomst naar de Ommerschans zijn overgebragt tot voorkoming van vernieuwde desertie.
De Raad gelet op Art 2 § d en Art 3 § 1 van het reglement van tucht, waarbij overplaatsing voor eenen onbepaalden tijd naar de Ommerschans op dat misdrijf is gesteld.

Besluit:

De overplaatsing eenparig goed te keuren.-

J. van Konijnenburg (Pres)
C. Hulst
??
J. K. Veldmeijer
F. Mandos
C. van Weert
T: H: P: van Marle


Bijlage 1: Raad van toezicht van Willemsoord 24-10-1838

Raad van toezigt gehouden in kolonie No. 3

Alle leden zijn  tegenwoordig.

Wordt binnengeroepen de Vrouw van den Kolonist J.G. Pennink Hoeve No. 73, die de Wijkmeester J. van Buiten op een verregaande wijze beleedigd heeft met schelden, ja zelfs bedreigd hem te slaan; zij ontkend  zulks gedaan te hebben, alhoewel de raad het er wel voor houd dat zij zich aan het vorenstaande heeft schuldig gemaakt daar zij altijd zeer brutaal is.

Daarna wordt binnen geroepen den kolonist J: J: Smit Hoeve No. 75 die zich mede  heeft schuldig gemaakt met den Wijkmeester J. van Buiten te schelden voor schelm en meer diergelijke onbetaamde uitdrukkingen, dat door den Onder Directeur is gehoord geworden.
Smit is echter niet gekomen, maar wel zijne Vrouw die verklaart dat haar man ongesteld is, waardoor hij niet heeft kunnen komen.

Nog worden binnen geroepen Anthonie, Zoon van den kolonist Beekman, oud 16 Jaar, en Evert, zoon van den kolonist van der Hulst, oud 15 jaren, die met elkander op het werk hebben getwist, en eindelijk heeft E. van der Hulst, A. Beekman een steek met een mes in de rug gegeven, waardoor hij wel geen gevaarlijke, maar toch eene ernstige wonde bekomen heeft.
E. van der Hulst bekend zijn misdrijf en vraagt daarvoor verschooning.

Nog komen binnen G: C: Moores oud 21 Jaren, Jan Zoon van de Wed Werf, oud 14 Jaren van Hoeve No. 11, H: J:  Nunspeet bestedeling van kampen oud 14 Jaren van Hoeve No. 4, Pieter, Zoon van den kolonist van Putten Oud 15 Jaren, van Hoeve N0. 42.
G: IJsbach, bestedeling van de Rijp oud 16 Jaren van Hoeve N0. 29.
G: Snoek voordochter van den kolonist Leunissen Oud 14 Jaren van Hoeve No. 15
W. Kleijzen, Bestedeling van Monnikendam oud 14 Jaren alle welke in de katoenweverijen baldadigheden plegen en niet willen werken.

Daarna komt binnen den kolonist W. Taatgen van Hoeve No. 92, die door den kolonist G: Jager van Hoeve N). 113, zeer beleedigend, en zelf met de dood bedreigd is, als zijnde laatstgemelde beschonken, die zich wel meer aan misbruik van Sterken drank schuldig maakt;
Jager is niet voor den raad willen komen.

J: C: Voorbrood bestedeling van voorschoten uit Hoeve No. 58 oud 55 Jaren die zich aan misbruik van Sterken drank schuldig maakt wordt het verkeerde daarvan onder het oog gebragt, hij weet niets ter verontschuldiging intebrengen, doch beloofd al weder om beterschap.-

En eindelijk wordt binnen geroepen den kolonist A van Bruchem van Hoeve No. 32, die kleine aardappelen (kriel) van den Godsdienstige Onderwijzer Jacobson gekocht heeft om die aan de brood bakkerij in te leveren, en daarvoor dus groote of Eet aardappelen in plaats dacht te houden, hetgeen hem echter is verhinderd geworden; van Bruchem bekend zijn misdrijf en beloofd zulks nimmer weder te zullen doen.

Aldus gedaan te Willemsoord den 24 October 1838
J.L. Hoving
B: Kuperus
P. Hazeloop
F. Mandos
S. de Plot


Bijlage 2: Raad van toezicht van Wilhelminaoord 24-10-1838

Raad van Toezigt gehouden in kolonie No. 2 op Woensdag den 24 October 1838

Alle Leden present

Binnengeroepen den onderstaanden, als aangeklaagd zijnde door G: Gerritsma, van hem op Zondag den 21 October JL bij het passeeren der oostvierde parten in de 2e wijk, gescholden en beledigende woorden aan hem hebben toegevoegd;

hen ondervraagd hebbende is door Johannes Pupper wonende in de 2e wijk hoeve No. 55 geantwoord dat hij Schinder tegen hem heeft gezegd en anders niet.
 
Francis Burks, Zoon van J Burks in voorn. Wijk op No. 60 verklaard niets tegen hem te hebben gezegd maar gelagchen heeft van zijn gekke manier van gaan.

Willem Stuiver, Zoon van den kolonist P: J. Stuiver in voorn wijk op No. 62 – Bekend tegen hem gezegd te hebben het woord Vilder.

Pieter van der Sluis, Zoon van den kolonist P. van der Sluis in voorn. wijk op no. 63 Bekend het woord Schinder tegen hem te hebben uitgeroepen.

Allen getuigen eenpaarlijk dit alles niet met een kwaad inzicht te hebben gedaan, maar door zijne malle en winderige gang hier toe aangezet zijn geworden.

De Raad van oordeel zijnde dit aan de Raad van Tucht te moeten kenbaar maken, is aldus gesloten en door ons onderteekend.
De President
A. H. Idserda
J. Verhagen
A. Keizer
C. van Weest
Morriën, Secrt


Bijlage 3: raad van toezicht van Frederiksoord 25-10-1838

Raad van Toezigt gehouden in Kolonie No. 1

Donderdag den 25 October 1838

De leden zijn alle tegenwoordig

Achtervolgens worden gehoord:

Cornelis Nicolaas Goudsblom, oud 54 jaren, ingedeelde bij de weduwe Winkelhuis die tusschen den 19 en 24 September JL zich schuldig gemaakt heeft aan misbruik van Sterken drank, bij gelegenheid van het laten teekenen van administrative stukken, bij de kolonisten, zijnde hij door den Onder Directeur en wijkmeester beschonken gevonden.-
De beschuldigde bekent zijn misdrijf.

Hendrik Huisman, voorzoon van den kolonist Leloux, Maria Vermeulen en Anna Hilkemeijer, welke op donderdag den 18e dezer bij K: H: de Wit te Vledder aardappelen hebben gerooid; op ondervraging van den president, of hun ook door een der koloniale ambtenaren daartoe vrijheid is verleend, wordt zulks door hun ontkennend beantwoord.

Johannes Hendrikus Smits, oud 13 jaren, ingedeelde bij den kolonist Althoff als getuige tegen Ferdinand Götz, voorzoon der vrouw van den kolonist Perijn, welke hem Smits, in de katoenweverij, waar beiden werken, met een klomp naar het hoofd heeft gegooid, hetwelk door den adsistent in de weverij, A. Biemans mede aan den President is te kennen gegeven.-
Ferdinand Götz, oud 14 jaren tracht zich te verontschuldigen en zegt dat hij Smits slechts gedreigd had, toen deze zijne spoel, die van het getouw gevallen was, wilde oprapen.

Gabe Hoekstra, Lourens Augustijn, Jan van Limbeek en Jan van der Hoef, oud 16, 16, 14 en 14 jaren, katoenwevers op hoeve N. 69, welke herhaaldelijk door den voorzitter en wijkmeester van hun werk bevonden zijn, bezig met het plegen van allerlei baldadigheden, zoo als het vastmaken van inslag katoen aan de boomen in den tuin bij de woning, enz. zijnde er laatstelijk door den loopenden adsistent C. Verhoeks eenige pijpjes bedorven inslag garen, in den koestal gevonden.
Hunne verontschuldiging heeft niets te beduiden.-

Johannes van Cleef oud 19 jaren, die op den 19 dezer maand, den wijkmeester J. Uhl geweigerd heeft, het hem door denzelven opgedragen werk te doen.

De Raad is van gevoelen het bovenstaande aan den Raad van Policie en tucht te moeten onderwerpen.
Aldus gedaan te Frederiksoord in den Raad aldus boven
H. Faaken
J. Uhl
J. Mulder
J. K. Veldmeijer
L. Mensink, secrt



BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1616

Notities bij het zittingsverslag