Raad van Policie en Tucht in de Gewone Kolonien van

den 2 Maart 1839


Paar stukjes transcriptie, rest (cursief) samenvatting.

Alle leden zijn tegenwoordig.


Nav raad van toezicht van Frederiksoord van 29 januari:

- kolonist Landsbach (K1H117) heeft bedreigende uitdrukkingen gebruikt tegen de assistent bij een der katoenfabrieken Evers. Ernstige vermaning.


Nav raad van toezicht van Frederiksoord van 1 maart:

- Joseph Viacensky (K1H11): zakje met roggemeel uit de broodbakkerij weggenomen. 8 dgn strafkamer



Verder wordt gelezen een proces verbaal van de Raad van Toezigt van kolonie No 2, van den 1st dezer maand, houdende beschuldiging tegen de huisvrouw van den kolonist B: Goossens, welke zonder daartoe verlof te hebben bekomen, op zondag de katoenfabriek in die woning geplaatst, voor eenige jongens zoude hebben geopend.

De beschuldigde binnengeroepen zijnde verklaart zij de sleutel aan haar kinderen te hebben afgegeven, en dat daarop eenige jongens waren binnen gelopen.

De Raad deeze zaak overwegende, beschouwd dezelve van weinig aanbelang, en Besluit, vrouw Goossens met eene ernstige vermaning, om in het vervolg aan niemand buiten last van de fabrieksbaas de sleutel af te geven, heen te laten gaan.
De beschuldigde binnengeroepen zijnde, wordt haar zulks door den President kenbaar gemaakt.


Nav raad van toezicht van Willemsoord van 1 maart:

- Arnoldus, zoon van kolonist Arnoldus Brinkman, zonder verlof naar Veenhuizen gegaan. Hij had verlof gevraagd te gaan, had dat niet gekregen en toen had zijn moeder hem toch gestuurd. Maar hij is een goede werker die zijn weektaak in de weverij er al op had zitten, dus men beschouwt het niet als desertie (waar Ommerschans op staat), maar als een ongehoorzaamheid. 3 dgn strafkamer


Voorts wordt gelezen in hetzelfde proces verbaal de beschuldiging tegen den kolonist Nicolaas Batink hoeve No 47 welke ruim 3 mud rogge minder heeft ingeleverd, dan waarvoor hij getaxeerd was.

De beschuldigde binnengeroepen zijnde verklaart 52 kop te hebben verkocht, en geeft daarbij te kennen dat het overige door de muizen zoude zijn vernield.

De Raad in aanmerking nemende dat dit huisgezin zeer slordig en achteloos is, en gelet op Art 2 § e & g en Art 3 § 3 van het Reglement van tucht, waarbij overplaatsing als Arbeiderskolonist op dat misdrijf is gesteld,
Besluit:
Het huisgezin van N. Batink te verwijzen als arbeidershuisgezin naar een der gestichten te Veenhuizen, waarop de goedkeuring van de Permanente Commissie zal worden ingewacht.
De beschuldigde binnengeroepen zijnde wordt hem zulks door den President kenbaar gemaakt.

In de kantlijn bijgeschreven door de permanente commissie: Op contract met de administratie van den algemeenen onderstand te Kampen, vroeger  regenten van het arm- en Weeshuis.
En in de kantlijn een onleesbare zin waarin voorkomem 'ontvreemding' en 'O.S.'


- kolonist Johannes van der Zeijde (K3H45): tekort ingeleverde rogge, maar dit vergt nader onderzoek


Mededeling president:

- Anthonie Hartgens, ingedeeld bij kolonist De Vroeg (K1H57b), is gedeserteerd en na te zijn opgepakt naar de Ommerschans gebracht.


Bijlage 1: Raad van toezicht van Frederiksoord 29-01-1839


GEEN transcriptie


Bijlage 2: Raad van toezicht van Frederiksoord 01-03-1839


GEEN transcriptie


Bijlage 3: Raad van toezicht van Wilhelminaoord 01-03-1839

Raad van Toezicht gehouden in kolonie No 2 op vrijdag den 1e maart 1839

Alle leden present zijnde, moest compareren de huisvrouw van den kolonist Goossen wonende in de 1e wijk No 25, om reden zij op zondag den 17 februarij jl de weefzaal No 25 zonder bekomen permissie of order geopend heeft, voor onderscheidene jongens die volgens kennisgeving van den fabrijksbaas Kolkers in dezelve eenige baldadigheden hebben gepleegd.

Vrouw Goossens binnengeroepen, en na de reden gevraagd hebbenden, wegens het ontsluiten van voorn: weefzaal.

Heeft geantwoord, dat hare beide dochters bij haar waren, en alzoo aan hare zoon permissie gaf om de kagchel in de weefzaal, waarvoor zij hem van haare turf gaf, te mogen aanleggen om zich daar te warmen,
doch dat naderhand eenige jongens in de zaal kwamen -
die door haar ontdekt wierden op het horen van de weefgetouwen,
en welke dan ook dadelijk door haar uit dezelve zijn gejaagt, na vernoomen te hebben dat door Johannes Lagcher een hevel en drie draden waren gebroken.

Aldus te Frederiksoord ten dage en jare als boven opgemaakt en ondertekend
A.H. Idserda
J. Verhagen
A. Croll
P. Soeverijn
Morrien


Bijlage 4: Raad van toezicht van Willemsoord 01-03-1839


GEEN transcriptie


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1616

Notities bij het zittingsverslag