Raad van Policie en Tucht in de Gewone Kolonien,

op den 8 februari 1843


Kleine stukjes transcriptie, meeste (cursief) samenvatting

Alle leden zijn tegenwoordig met uitzondering van het lid C. Hulst, welke door ongesteldheid is achter gebleven.

Nieuwe gemeensmannen:
J. van Attekum
H. Hulsbring
M.A. Aspelslagh


Naar aanleiding van Raad van toezicht van kol 3 van den 6 dezer maand, houdende beschuldiging:

1) tegen de kolonistenkinderen Hendrikus, zoon van G. Fraterman, 21 jaar oud, en Romke Laverman, oud 23 jaren (waarvan de ouders overleden zijn), onzedelijke omgang en zwanger → voor onbepaalde tijd de een naar Veenhuizen en de ander naar de strafkolonie op de Ommerschans, waarop de goedkeuring van de heren hoofdambtenaren, tijdelijk belast met het bestuur der loopende zaken, zal worden ingewacht.



2) tegen Sophia Catharina, dochter van den kolonist F. Friess, 25 juli 1840 zonder bekomen verlof de kolonie verlaten en 31 december jl teruggekomen, in welke tuschentijd zij als bedelares een geruimen tijd te Ommerschans is geweest. Dus ze gaat wéér naar de de strafkolonie op de Ommerschans!



3) tegen den kolonist Jan Spel, welke aardappelen buiten de kolonie zoude hebben verkocht.
Spel zegt ze aan een arbeider te hebben gegeven die voor hem gewerkt had en aan de koe gevoerd. Man en vrouw zijn oud en de vrouw ziekelijk → arbeiders te Veenhuizen



4) tegen de bestedeling J. van Waalwijk, 17 jaar, welke een gat in den muur van de strafkamer zoude hebben gebroken. hij is meermalen gestraft en geheel ongeschikt voor de gewone kolonien → de strafkolonie op de Ommerschans



Naar aanleiding van Raad van toezicht van kol 2 van den 6 dezer maand, houdende beschuldiging

1) tegen den kolonist J. Inpijn, wegens verregaande mishandeling de overige leden van het huisgezin aangedaan, ten gevolge waarvan hij voorlopig reeds naar de Ommerschans is overgebragt, tot voorkoming van ongelukken.
De Raad, in aanmerking nemende, dat men man en vrouw niet willekeurig van elkanderen kan scheiden, en dat Inpijn reeds den 2 january 1841 en 27 april 1842, om dergelijke misdrijven is gestraft, → hele gezin gaat naar de strafkolonie op de Ommerschans.


2) tegen de bestedeling Thomas Breens (of Barends?), 16 jaar, verregaande luiheid en het plegen van onderscheidene diefstallen → de strafkolonie op de Ommerschans



Naar aanleiding van Raad van toezicht van kol 1 van den 6 dezer maand, houdende beschuldiging

1) tegen Apolonia Cornelia Aftenbach, 21 jaar, onzedelijken omgang met den gewezen wijkmeester J. Verhagen. Die blijft ontkennen. Zij blijft volhouden dat hij het wel is → het huisgezin van Verhagen naar Veenhuizen, Aftenbach naar de strafkolonie op de Ommerschans.


2) Tegen den kolonist R. Hill welke den opzichter Haakmeester zoude hebben beledigt.
De beschuldigde binnen geroepen zijnde verklaart, dat Haakmeester hem van luiheid had beschuldigt. Hierover ontstond een woorden wisseling.
De raad beschouwd deze zaak van weinig belang en besluit beiden met een ernstige vermaning na huis te laten gaan en Hill in eene andere wijk te doen verplaatsen.


3) tegen kolonist Ruurt Pieters Eckhardt, aanmerkelijk tekort op zijne aardappelen, zegt het te hebben opgegeten → arbeiders Veenhuizen


4) tegen de bestedeling Dirk Pauw, misbruik sterken drank. Is tweede keer dus eigenlijk maar hij naar de strafkolonie op de Ommerschans, maar de raad heeft liever 4 dagen strafkamer want men denkt dat Pauw voor verbetering vatbaar is.


5) tegen Geertrui, dochter van D. van Hoogmoed, zonder bekomen verlof kolonie verlaten → de strafkolonie op de Ommerschans, maar liever niet, want als ze naar de kleine raad gegaan was had ze verlof gekregen en verder is ze goed van gedrag.


6) tegen de kolonistenzoon Lambertus Schouten en bestedeling Pieter de l'Orme, zonder verlof de kolonie verlaten → de strafkolonie op de Ommerschans


7) tegen de kolonistenzoon Jan van Rooy, welke de kolonistendochter Jannetje Zandwijk zoude hebben mishandeld → 4 dagen strafkamer


Bijlage 1: Raad van toezicht van Willemsoord 06-02-1843


GEEN transcriptie.


Bijlage 2: Raad van toezicht van Wilhelminaoord 06-02-1843


Raad van Toezigt gehouden in kolonie N2

Op vrijdag den 6e januarij 1843 is den Onderdirecteur A.H. Idserda geroepen op verzoek van de huisvrouw van den kolonist J. Inpijn om tn hunne huize te komen ten einde te adsisteren wegens de grove mishandelingen door hare man, in het huisgezin aangerigt, en welke reeds bij voortduring hebben plaats gehad van 1e januarij af aan, en tot die graad is geklommen, dat hij zich niet ontzag, zelf het bed en anderen huishoudelijke voorwerpen te willen verkopen, vergezeld met dreigementen van messen te gebruiken enzo.
Zoo heeft de voorn: onderdirecteur vergezeld van den wijkmeester Keizer voorn: Inpijn naar de strafkamer gebragt, van waar hij naar de Ommerschans is getransporteerd.

Rest zitting niet getranscribeerd

Frederiksoord 7 januarij 1843



Bijlage 3: Raad van toezicht van Frederiksoord 06-02-1843


Raad van toezigt, gehouden in kolonie no 1,
maandag den 6 february 1843

Al de leden zijn tegenwoordig


Eerste gedeelte niet getranscribeerd

 
De kolonist M. Haakmeester beklaagt zich, in zijn functie van opzichter, door scheldwoorden beledigt te zijn, door de kolonist R. Hill, hoeve 35, en geeft als getuigen van het voorgevallene op  A. Spoel en G. Zeilemaker.

De kolonist Spoel zegt, dat hij aan Hill vroeg, of deze turf had ontvangen, hetwelk bevestigend was beantwoord, hierop had Haakmeester, Hill toegevoegd, dat hij dan wel wat beter en vlijtiger mogt werken om die turf te verdienen, en op dit gezegde was Hill begonnen met Haakmeester te schelden.

G. Zeilmaker getuigt ook de beleediging van Hill jegens den sectiebaas en de maatschappij in het algemeen gehoord te hebben.

R. Hill, die hierover onderhouden en gehoord wordt, doet het voorkomen als of de getuigen hem nijdig zijn, die hem volgens zijn zeggen, op de kop willen.


Rest zitting niet getranscribeerd


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, bij post van 27 februari 1843 N11, invnr 537

Notities bij het zittingsverslag