Tuchtraad Ommerschans

Zitting van den 15 Meij 1829


Hendrik Franken zich schuldig gemaakt hebbende aan brutaliteiten jegens zijne superieuren, zal ingevolge Art: 9 van het Reglement van Tucht, met drie dagen opsluiting gestraft worden.

Jan de Wit, zich schuldig gemaakt hebbende aan desertie voor de eerste maal, zal ingevolge Art: 11 van bovengemelde Reglement zal met vijf dagen in de boeyen, om den anderen dag water en brood gestraft worden als mede gecondemneerd tot het dragen van het distinctief pak.

Gedaan en gevonnisd in den Raad als boven en door derzelver leden onderteekend.

(handtekeningen moeilijk leesbaar:)

van der Wal, Adj. Direct.
J.A. Bosscha (onderdirecteur-buiten)
G. ten Broek (fabrieksbaas)
M. Mensink (zaalopziener)
Müller (zaalopziener)
Schnatz (zaalopziener)
A.J. Vorman (zaalopziener)
Breemer(?)
Pous secr.




BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1623