Tuchtraad Ommerschans

Zitting van den 20de Meij 1829


Jan Sparreboom, zich schuldig gemaakt hebbende aan desertie voor de 2e maal, zal ingevolge Art: 11 van het Reglement van Tucht met vijf dagen opsluiting in de boeyen, om de anderen dag water en brood, en met vijftien rietslagen gestraft worden en het dragen van het distinctief pak.

Joseph Cornelis Kandelaar, zich schuldig gemaakt hebbende aan desertie voor de 1e maal, zal ingevolge bovengemeld Reglement met vijf dagen in de boeyen gestraft worden, om den anderen dag water en brood en het dragen van het distinctief pak.

J. Andries Peters, zich schuldig gemaakt hebbende aan desertie voor de 1e maal, zal insgelijks ingevolge Art: 11 van bovengemeld Reglement voor vijf dagen in de boeyen, om den anderen dag water en brood gestraft worden, en gecondemneerd tot het dragen van het distinctief pak.

Gedaan en gevonnisd in den Raad als boven en door derzelver leden onderteekend

(handtekeningen moeilijk leesbaar:)

P. van de Wal
J. Frederiks (onderdirecteur-binnen)
J.A. Bosscha (onderdirecteur-buiten)
G. ten Broek (fabrieksbaas)
P. Schnatz (zaalopziener)
M. Mensink (zaalopziener)
Donniger (zaalopziener)
Müller (zaalopziener)
Pous (boekhouder)




BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1623