Tuchtraad Ommerschans

Zitting van den 29ste Meij 1829


Jacob de Groot, zich schuldig gemaakt hebbende aan desertie voor de eerste maal, zal ingevolge Art: 11 van het Reglement van Tucht met vijf dagen opsluiting in de boeyen om den anderen dag water en brood, en het dragen van het distinctief pak gestraft worden.

Jan Gallacher, veldwachter, zich schuldig gemaakt hebbende aan twist en kwaade bejegening tegen zijne kameraden, is uit dien hoofde uit deszelfs post ontslagen, als hebbende zich van tijd tot tijd te buiten gegaan aan sterken drank, is alsdan van een zeer twist zieken aard, hetwelk bij vroegere gebeurtenissen reeds aan verscheidene kolonisten en laatselijk aan den Brigadier-Veldwachter op eene zeer onbeleefde wijze heeft doen blijken, zijnde in deszelfs plaats benoemd Johannes Augustinus Niessen.

Gedaan en gevonnisd in den Raad als boven en door derzelver leden onderteekend

(handtekeningen moeilijk leesbaar:)

P. van de Wal
J. Frederiks (onderdirecteur-binnen)
J.A. Bosscha (onderdirecteur-buiten)
G. ten Broek (fabrieksbaas)
P. Schnatz (zaalopziener)
Donniger (zaalopziener)
A.J. Vorman (zaalopziener)
C. Seijl (zaalopziener)
Pous (boekhouder)



.


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1623