Kolonie Ommerschans
Raad van Tucht gehouden op Maandag den 10 Maart 1834


Alle de Leden zijn tegenwoordig.-

Bij ontstentenis van een Adjunct Directeur, neemt de Onder Directeur binnen de functien waar, van Voorzitter.-

De Kolonist Wackee is voor de 5e maal gedeserteerd en terug gebragt, en wordt binnen geroepen, om daar omtrend gehoord te worden.

Binnen komende verklaart hij dat hij het zoo lang zal ondernemen tot dat het hem gelukken zal voortvlugtig te blijven, en dat niets in staat is, hem in het gesticht te kunnen houden.

Wordt buiten gesloten.

Overwegende dat op deze Kolonist alle de straffen zonder vrugt zijn toegepast geworden, en dat men zelfs voor eenigen tijd geleden het aan een blok sluiten van dezen persoon, aan de permanente kommissie heeft voorgesteld waar in echter niet heeft kunnen getreden worden.

Gezien art 11 van het Reglement van Tucht, luidende als volgt.

(fiat insertio)

De Leeden zijn allen van gevoelen dat de volle straf andermaal op hem moet worden toegepast.

Wordt gearresteerd

Wackée komt binnen en het vonnis wordt hem voorgelezen waarin hij gecondemneerd wordt tot veertig rietjes slagen opsluiting gedurende veertien dagen de drie eerste en de drie laatste te water en brood.-

De president beveelt dat het vonnis dadelijk zal worden geexecuteerd.

Aldus gedaan op dato als boven.
H. Steenbeek
Rensing
An Bak
A J Wijkstra
P Samson


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1623