Nota:

Klagten van H. Hoogstra ingebragt aan de raad van tucht tegen den Kolonist L. Lolkema


zie hier voor de tuchtzitting waar deze nota behandeld wordt


1e De markt aan de Dedemsche vaart is Lolkama dronken geweest en is om 10 uren des avonds te huis gekomen.

2e De volgende zondag dronken te huis gekomen, de zaalopziener gebrutaliseert is door dezelde geconcineerd maar is vervolgens stilletjes wederom de poort uitgeloopen.

3e Den 6 December 1835 meen ik heeft hij een mes met zilver beslag gestolen uit het huis van Kris de Bakker en een ander van een boerenjongen uit de zak geligt, deze messen heeft hij aan kolonisten welke tegenwoordig nog in ’t gesticht zijn, de eene koper is Reinier Vermeulen, en den ander Jan Sjordema; ook heeft hij mispels uit mijnen tuin gestolen.-

4e Spoedig daarna heeft hij 3 halve flesschen genever aan de vaart gehaald en bij die gelegenheid heeft hij een jongen Willemse genaamd een steek met een mes in de zijde gegeven.-

5e Boeken gestolen uit de School en onderscheidene goederen van eenen Pokij welke hij mij meerendeels aan stukken heeft teruggegeven.-

6e Hoe ik de Consistoriekamer ook mogte toesluiten, Lolkama kon er altijd in breken door middel van eenen grooten spijker of met de pook van de kagchel.-

7e Nu komt er nog bij dat hij bij den Heer Krusinga aan de Dedemsche vaart beneden alle kritiek van mij gebabbeld heeft, doch hij was dronken, en heeft zich vervolgens bij onderscheidene menschen vervoegd, onder anderen bij eenen Huibert de Bruin, dewelke hij om inlichting verzocht hoe hij er mede aan moeste en hoe hij nu verder met deze Praterij moeste handelen waarop besloten werd dit maar door te zetten. De aanleidende oorzaak van deze praterij is geweest dat ik hem een week voor dien tijd een pak slagen heb gegegeven omdat hij brutaal was tegen den Zaalopziener en tegen mij.-

8e Zondag acht dagen zijnde den 13 December heeft hij aan kolonisten verspeeld een hoed, een lakens buis en ik meen zijne beste schoenen.-

9e Lolkama moest op verzoek van Hoogstra in de raad van tucht zijn buis uittrekken en toen werd ontdekt dat Lolkama eene dweil om zijn ligchaam had welke hij Hoogstra had afgestolen en dit zelf bekende.-

10e Bij gelegenheid der vorming der Roomsch Catholijke heeft hij een glaasje gestolen bij eenen Geert de Timmerman, doch onderweg gebroken.-

11e Ook heeft hij meer dan waarschijnlijk koloniale goederen verkocht bij eenen Verbeek aan de Dedemsche vaart

12e Wat moet men van zulk een voorwerp veronderstellen dat hij of leugen of waarheid spreekt? Is het zoo iemand niet juist hetzelfde wat hij zegt?-


Zijn gedrag in de School.

1e Onderscheidene kinderen heeft hij wel eens onfatsoenelijk geslagen hoezeer ik hem dit meermalen met harde woorden heb gezegd baatte dit mij niets.

2e Het jongetje van een Onder Direkteur heeft hij in de verledene week onderscheidene reizen in het rond gedraaid zoodat hetzelve met het hoofd tegen het bord viel en een ijselijk geschrei aanhief.-

3e Een kind van den Bakker de Bruin mede in die week voorgevallen heeft hij met spellen gestoken.

4e Het bord waarop hij daaglijks moeste schrijven maakte altijd eenen jongen voor hem schoon, onderscheidene keeren heb ik dit zelf voor hem gedaan.

5e Onderscheidene keeren liep hij uit School als hij Onderwijs moeste geven ik meende meerendeels naar de Wal en dan moeste ik de kinderen wederom naar hunne plaats laten gaan om dat ik dan altijd andere werkzaamheden moeste verrigten.-


Antwoord op eene Vraag.

1e De vrouw van Wiemes heeft dan de kagchel gepoest dan het kamertje geschoont dan het goed voor het Avondmaal het bekken voor het doopen of iets dergelijks wel eens gedaan of komen halen.

Ommerschans den 28 December 1835
H. Hoogstra


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1623