Extract uit het Register der Notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht te Ommerschans
Zitting, gehouden op Zaturdag den 11 February 1843


Verschijnt voor den Raad

de Kolonist Jan Lammerse, N4650, schuldig aan poging tot desertie, zijnde door de veldwachter agtervolgd en weer binnengebragt. Hij weet niets ter verschooning in te brengen. Hij wordt buitengelaten.

Gezien Artikel 11 van het Reglement van Tucht luidende als volgt

dit gedeelte is niet getranscribeerd, zie voor de tekst van het artikel bij Reglementen

De Raad besluit de schuldige te straffen met acht dagen opsluiting, de twee eerste te water en brood en het dragen van een distinctief pak voor den tijd van vier maanden.


Ten Tweede wordt voor den Raad gebragt: Idzert Klases Elsinga, N721 den welk zich niet ontzien heeft om van den bleek bij de veearts Wilhelm een hemd mede te neemen. Hij verzoekt om verschooning en belooft dat niet weer te zullen doen. Men laat hem aftreden.

Gezien Artikel 13 hiervoren gemeld..

Na gehouden deliberatie wordt door den Raad besloten hem te straffen met dubbele vergoeding a f 2,50 en 14 dagen opsluiting.


Men laat de schuldigen weer binnenkomen en door den Secretaris het vonnis kennelijk gemaakt.

Op rondvraag van den President niemand der Leden iets meer hebbende voor te stellen, sluit men de vergadering.

Aldus gedaan op dato als boven (was getekend) A. Hulst, J.F. Krieger , P, Postema, J. Steenbeek, Smies, Bourland en Borman, alle Leden van den Raad.


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1623