Extract uit het Register der Notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht te Ommerschans
Zitting, gehouden op Maandag 13 february 1843


Wordt ter tafel gebragt:

een Proces-Verbaal. luidende dat in het kasje van de Kolonist Johannes Friethoff N2629 bevonden de navolgende goederen als: 1 breekijzer, geschat op f 0,60; 1 kalkbakker geschat op f 0,50; 2 troffels geschat op f 2,00; 8 voegspijkers geschat op f 2,00; 1 hever geschat op f 1,50; en 4 vijlen geschat op f 1,00. Tesamen f 7,60.

Men laat gemelde Kolonist binnenkomen, dewelke verklaarde dat hij genoemde goederen of gereedschappen ontvangen heeft van den smitsknegt Nicolaas Duivelaar N2899, welk Kolonist mede wordt binnengelaten, verklarende dat hij bovenstaande gereedschappen van tijd tot tijd in de smederij had aangemaakt, en verkocht aan Friedhoff voor de somma van f 1.80.

De President geeft zijn misnoegen in dezen te kennen en verklaart hun strafbaar aan Artikel 13 van het Reglement hiervoren omschreven. Geen reden ter verschooning wetende in te brengen worden zij gelast af te treden.

De Raad, in aanmerking nemende, zij beide schuldig zijn aan bovengemeld misdrijf.

Heeft besloten hun te straffen met de vergoeding op hun tegoed bij de Maatschappij en wel ieder voor de helft der dubbele vergoeding ter somma van f 7,60 en bovendien met opsluiting voor den tijd van 14 dagen te water en brood om den anderen dag.

De schuldigen worden weer binnengeroepen, de Secretaris leest hun het vonnis voor, waarna zij aftreden en ter opsluiting weggebragt.

In de kantlijn bijgeschreven, waarschijnlijk door de permanente commissie: Zoude zij dit later doorgeven? Neen. De verkoper is de dubbele vergoeding alleen schuldig, maar hoe is het met de koper, welke straf heeft het Reglement daarop gesteld? Volgens Artikel 13 van het Reglement is alle medewerking strafbaar evenals het misdrijf zelf. Ieder der delinquenten is dus verpligt de dubbele vergoeding.

Niemand op de rondvraag van den President iets meer hebbende voor te stellen, wordt de vergadering gesloten.

Aldus gedaan op dato als boven (was getekend) A. Hulst, J.F. Krieger, P. Postema, J. Steenbeek, Uhl, Bourland en Smies, alle Leden van de Raad. In kennisse van mij, Pous.


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1623