Extract uit het Register der Notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht te Ommerschans
De Raad gehouden op Zaturdag den 25 February 1843


 Verschijnt voor dezelve de Kolonist Frederik Willem Carel Bender N232 en Willem de Vos, N1749. De eerste schuldig aan desertie voor de 1e maal en de tweede schuldig aan desertie voor de 4e maal. Niets te hunner verschooning wetende in te brengen, worden zij gelast buiten te staan.

Gezien Artikel 11 hiervoren gemeld…

Na gehouden deliberatie besluit de Raad F.W.C. Bender te straffen met 10 dagen opsluiting, de twee eerste te water en brood en N. de Vos voor 14 dagen opsluiting, waarvan de drie eerste en den drie laatste te water en brood en 40 rietslagen en beide het dragen van een onderscheidingspak voor den tijd van 4 maanden.


Ten tweede verschijnen voor den Raad de Kolonisten Antje Pros, N2754, Anna Dorothea Stollenberg, N490 en Hermina Everdina Frereks N4066, de eerste schuldig aan het ontvreemden van 20 kop aardappelen en de laatste ieder van 5 kop aardappelen. Ze hebben niets ter hunner defensie in te brengen. Men laat haar aftreden.

Gezien Artikel 13 hiervoren gemeld.

Wordt besloten hun te straffen ieder met 14 dagen opsluiting en dubbele vergoeding, als de eerst voor 40 cent en de laatste ieder voor 10 centen.


De schuldigen worden binnengeroepen, de Secretaris maakt hun de vonnissen kennelijk, waarna zij aftreeden.

Niemand op rondvraag van den President iets meer hebbende voor te stellen, wordt de vergadering gesloten.

Aldus gedaan op dato als boven (was getekend), A. Hulst, J.F. Krieger, P. Postema, J. Steenbeek, Uhl, Borman, en Otterbeen, alle Leden van den Raad. Mij present, Pous.


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1623