Extract uit het Register der Notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht te Ommerschans
Zitting van Zaturdag den 11 Maart 1843


Verschijnt voor den Raad, de Koloniste Anna Marwiets, N793 dewelke zich in eenen zwangeren staat bevind, en wel voor de 2e maal.

Zij zegt onzedigen omgang te hebben gehad met de Kolonist Paulus Borsje, N817 den welken wordt binnengeroepen en zijn begane feit erkend.

Gezien Artikel 16 van het Reglement van Tucht,luidende als volgt

dit gedeelte is niet getranscribeerd, zie voor de tekst van het artikel bij Reglementen

wordt besloten hun te straffen met 8 dagen opsluiting. Zij worden weer binnengelaten en door de Secretaris het vonnis kennelijk gemaakt, waarna zij aftreden.


Ten tweede verschijnt voor den Raad Grietje Willemse,strafkoloniste N44, schuldig aan het verkoopen van twee hemden. Zij heeft niets ter harer verschooning in te brengen. Men laat haar buiten staan

Gezien Artikel 13 van het Reglement van Tucht, luidende als volgt

dit gedeelte is niet getranscribeerd, zie voor de tekst van het artikel bij Reglementen

Met eenparigheid van stemmen wordt beslooten haar te straffen met dubbele vergoeding a f 4.40 en 14 dagen opsluiting.


Zij worden weer binnengelaten en de Secretaris maakt haar het vonnis bekend, en treeden weer af.

Geene der Leeden iets meer hebbende voor te stellen wordt de vergadering door de Voorzitter geslooten.

Aldus gedaan op dato als boven (was getekend) A. Hulst, J.F. Krieger, P. Postema, J. Steenbeek, Otterbeen, Uhl en Hameetman,allen Leden van de Raad. Mij present, Pous.


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1623