Extract uit het Register der Notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht te Ommerschans
Zitting van Zaturdag den 13e mei 1843


Daar alle Leden tegenwoordig zijn wordt de Vergadering door de President geopend.

Verschijnt voor dezelve:

De Kolonist Willem van der Most, N3240, schuldig aan desertie voor de 1e maal met medeneeming van een mestvork en in complot. Niets ter zijner verschooning wetende in te brengen laat men hem aftreden.

Gezien Artikel 11 van het Reglement van Tucht luidende als volgt

dit gedeelte is niet getranscribeerd, zie voor de tekst van het artikel bij Reglementen

De Raad besluit W. van der Most te straffen met veertien dagen opsluiting, de 3 eerste en de 3 laatste te water en brood, het dragen van een distinctief pak voor den tijd van 4 maanden en dubbele vergoeding van de mestvork a f 2.80.


Ten tweede verschijnt voor den Raad Hendrik Selp N1313, schuldig aan desertie voor de 4e maal.

Gezien Artikel 11 hiervoren omschreven ,wordt besloten de schuldige te straffen met 14 dagen opsluiting waarvan de 3 eerste en de 3 laatste te water en brood, het dragen van een distinctief pak voor de tijd van 4 maanden en 40 rietslagen.


Ten derde verschijnd voor den Raad Hermina van der Vaart, N2327 schuldig aan het ontvreemden van een doek van de Kolonist De Wilde. Zij verzoekt om verschooning onder belofte dat het nooit weer gebeuren zal. Men laat haar aftreden.

Gezien Artikel 13 van het Reglement van Tucht,luidende als volgt

dit gedeelte is niet getranscribeerd, zie voor de tekst van het artikel bij Reglementen

wordt besloten haar te straffen met dubbele vergoeding a f 0.90 en 14 dagen opsluiting.


De schuldigen worden allen binnengeroepen, de Secretaris leest hun de geslagen vonnissen voor, waarna zij aftreden en ter opsluiting weggevoerd.

Op rondvraag van de President niemand der Leden iets meer hebbende voor te stellen, wordt de Vergadering gesloten.

Aldus gedaan op dato als dezes(was getekend) A. Hulst, J.F. Krieger, P. Postema, J. Steenbeek, Borman, Bourland en Otterbeen, alle Leden van de Raad. In kennisse van mij, Pous.


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1623