Extract uit het Register der Notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht te Ommerschans
Raad gehouden op Zaturdag den 27 mei 1843


De president opend de Vergadering, daar alle Leden tegenwoordig zijn.


Wordt voor dezelve gebragt

de Kolonist Jan Kroese, N1544, schuldig aan het ontvreemden van aardappelen uit de vlasschuur, bij gelegenheid van het omscheppen van dezelve ten bedrage van 16 kop.
Hij heeft geen bijzondere redenen ter verschooning.
Men laat hem aftreden.

Gezien Artikel 13 hiervoren.

De Raad besluit hem te straffen met acht dagen opsluiting en dubbele vergoeding ad 32 cents.


Ten tweede verschijnt voor den Raad Leendert Philippus Johannes Hofhout, N1816 schuldig aan desertie voor de eerste maal, door de veldwagter achtervolgd en weer binnengebragt.
Niets ter verschooning wetende in te brengen laat men hem aftreden.

Door den Raad wordt besloten L.P.J. Hofhout te straffen met acht dagen opsluiting, de twee eerste te water en brood en het dragen van een onderscheidingskleed voor den tijd van vier maanden.


Men laat de schuldigen binnenkomen, de Secretaris leest hun de geslagen vonnissen voor, waarna zij aftreeden.

Niemand op de rondvraag van den President iets meer hebbende voor te stellen, wordt de Vergadering gesloten.

Aldus gedaan op dato als boven (was getekend) A. Hulst, J.F. Krieger, P. Postema, J. Steenbeek, Uhl, Blijstra en Borman, alle Leden van de Raad. Mij present, Pous.


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1623