Extract uit het Register der Notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht te Ommerschans

Raad gehouden op Vrijdag den 23 Juny 1843


De Leden zijn tegenwoordig, de President opend de Vergadering.

Wordt voor dezelve gebragt

de Kolonist Dirk van Houten N2704, nu onder de naam van Olderik van der Hune, N1381, van Leijden aangebragt, deserteur voor de 3e maal. Hij weet geen redenen tot verschooning in te brengen. Men laat hem aftreden.

Gezien Artikel 11 hiervoren gemeld
wordt besloten de schuldige te straffen met 14 dagen opsluiting, waarvan de 3 eerste en de 3 laatste te water en brood, het dragen van een onderscheidingspak voor den tijd van 4 maand en 25 rietslagen


Ten tweede verschijnt voor den Raad Derk de Waard P.K. N39 aan ontvluchting voor de eerste maal. Hij heeft geen reden tot verschooning. Men laat hem aftreden.

Gezien Artikel 11 hiervoren gemeld
De Raad besluit hem te straffen met 8 dagen opsluiting, de twee eerste te water en brood en het dragen vaan een distinctief pak voor de tijd van 4 maanden.


Ten derde wordt voor de Raad gebragt den Kolonist Johan Carel Willem Hardege Groenewei N1770, welke zich heeft schuldig gemaakt aan het verkoopen van een hemd, een paar kousen, en een voerlaken broek. Geene reden tot verschooning wetende in te brengen, wordt hij buitengelaten.

Gezien Artikel 13 hierboven vermeld
Na gehouden deliberatie wordt besloten de schuldige te straffen met 8 dagen opsluiting en dubbele vergoeding a f 0,60.


Ten vierde brengt men voor de Raad den Kolonist Adrianus Steeman, N381, schuldig verklaard aan het ontvreemden van boter en vleesch , hetwelk hij als kok had ontvangen. De President, hem vragende, wat de oorzaak is dat hij van de menage steelt, gaf hij te kennen dat hij de boter uit de winkel had en dat het vleesch bij het uithalen van de ketel in het zand was gevallen en uit dien hoofde het niet durfde bij het ander vleesch te leggen. De Voorzitter overtuigd hem, dat het niet in het zand heeft gelegen, dewijl de groene erwten ,waar het in gekookt was, rondom hetzelve zigtbaar waren, verklaard hen strafbaar aan Artikel 13 hiervoren. Men laat hem aftreden.

De Raad besluit hem te straffen met 8 dagen opsluiting zonder meer.


Ten vijfde verschijnt voor den Raad Klaas de Liefde Geraad, N1218, dewelke zich heeft schuldig gemaakt aan het ontvreemden van f 1.00 van de Kolonist Bouweling. Hij bekent zijn begane feit en zegt dat hij hem de f 1,00 met payement weer terug zal geven. Men laat hem aftreden.

Gezien Artikel 13 hiervoren omschreven
Met gemeen overleg wordt besloten den schuldige te straffen met veertien dagen opsluiting, om den anderen dag te water en brood en dubbele vergoeding a f 2.00.


 De schuldigen worden alle weer binnengeroepen, de Secretaris leest hun de geslagen vonnissen voor, waarna zij aftreden en ter opsluiting weggevoerd.

Aldus gedaan op dato als boven (was getekend) A. Hulst, J.F. Krieger, P. Postema, Uhl, J. Steenbeek, Smies, Borman en Hameetman, alle Leden van de Raad. Mij present, Pous.


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1623