Extract uit het Register der Notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht te Ommerschans

Zitting van Zaturdag den 1 July 1843


De Leden zijn tegenwoordig, de President opend de Vergadering.

Wordt voor dezelve gebragt:

Elisabeth Koolzaad N3488, schuldig aan het verkoopen van een hemd, een doek en een paar kousen. Zij weet niets ter harer verschooning in te brengen. Zij wordt gelast af te treden.

Gezien Artikel 13 van her Reglement van Tucht luidende als volgt

dit gedeelte is niet getranscribeerd, zie voor de tekst van het artikel bij Reglementen

De Raad besluit haar te straffen met dubbele vergoeding a f 4,40 en veertien dagen opsluiting.


Ten tweeden verschijnt voor den Raad: Simon Philip de Jonge, N2827 deserteur voor de 1e maal, geene redenen ter verschoning wetende in te brengen, wordt hij gelast af te treden.

Gezien Artikel 11 van het Reglement van Tucht luidende als volgt

dit gedeelte is niet getranscribeerd, zie voor de tekst van het artikel bij Reglementen

Wordt besloten den schuldigen te straffen met acht dagen opsluiting waarvan de 2 eerste te water en brood en het dragen van een distinctief pak voor den tijd van 4 maanden.


De schuldigen worden weer binnengelaten en door de Secretaris het vonnis kennelijk gemaakt, waarna zij aftreden.

Geene der Leden iets meer hebbende voor te stellen, wordt de Vergadering gesloten. Aldus gedaan op dato als boven (was getekend). A. Hulst, J.F. Krieger, P. Postema, J. Steenbeek, Uhl, Smies, en Blijstra,alle Leden van de Raad. Mij present, Pous.


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1623