Tuchtraad voor Bedelaars Kolonisten in de OMMERSCHANS

Woensdag den 29 November 1854.


Tegenwoordig
de Adjunct-Directeur H. Hulst
de Onderdirecteur Van der Schroeff
de Onderdirecteur P. Postema
de Fabrieksbaas J. Steenbeek
de zaalopziener De Bruin
de zaalopziener Scheijon
de boekhouder M.J. van de Meij de Bie, secretaris


Voor den Raad worden gebragt

1. Hendrik van Beek, N4328 en Barend van Elst N3549, beide wegens desertie voor de tweede maal.

Niets ter hunner verschooning kunnende aanvoeren laat men hen aftreden.

De Raad

Gelet op Artikel 11 van het Reglement van Tucht luidende, hiervoren omschreven

Heeft besloten

Hendrik van Beek N4328 en Barend van Elst N3549 elk voor zich te straffen met veertien  dagen opsluiting om den anderen dag te water en brood In boeijen en het dragen van een onderscheidingspak voor den tijd van vier maanden.


2. Louis Noel Wusten, N3506 wegens het voor de eerste maal verkoopen van Koloniale kleedingstukken bestaande in een pet, een broek, een hemd, een doek en twee paar kousen maat 1 taille, benevens een keteltje, een bord, een vork, een lepel, een grove en een fijne kam.

Niets ter verschooning kunnende aanvoeren en voorgevende de kopers zijner goederen niet te kennen laat men hem aftreden.

De Raad

Gelet op Artikel 13 van het Reglement van Tucht, luidende hiervoren omschreven

Heeft besloten

Louis Noel Wusten N3506 te straffen met acht dagen opsluiting om den anderen dag te water en brood in boeijen en dubbelde vergoeding van het verkochte a
f 15,17.

De beschuldigden worden weder binnengeroepen en met hunne straffen bekend gemaakt, waarna men hen ter opsluiting laat wegbrengen.

Niets meer aan de orde zijnde wordt de vergadering gesloten.

Aldus gearresteerd
Was get. A. Hulst
Van der Schroeff
P. Postema
De Bruin
(...)
(...)


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, bij post van 19 december 1854 N3, invnr 794

Notities bij het zittingsverslag