Tuchtraad voor bedelaarskolonisten op de OMMERSCHANS

Donderdag den 30 November 1854


Tegenwoordig
de Adjunct-Directeur A. Hulst, President
de Onderdirecteur Van der Schroeff
de Onderdirecteur P. Postema
de Fabrieksbaas J. Steenbeek
de zaalopziener Muller
de zaalopziener Benning
de boekhouder M.J.van de Meij de Bie, secretaris


Voor den Raad wordt gebragt

Franciscus Reekstal wegens onzedelijken omgang met Johanna Berendina Vossebelt, dochter van de Weduwe Vossebelt alhier.

De beklaagde, gehoord zijnde, erkent het hem ten laste gelegde misdrijf waarna men hem laat aftreden.

De Raad

gelet op Artikel 16 van het Reglement van Tucht, luidende ”Onzedelijk gedrag, in woorden als vloeken, ruzien of met daden door zedenlijken omgang met anderen, zal met verplaatsing in de disciplinezaal van een tot acht dagen worden gestraft en bij herhaling daarvan met opsluiting zonodig in boeijen en te water en brood om den anderen dag”,

Heeft besloten

Franciscus Reekstal N2304 te straffen met 8 dagen opsluiting om den anderen dag water en brood en boeijen.

De beschuldigde wordt nader binnengeroepen en met zijne straf bekendgemaakt, waarna men hem ter opsluiting laat wegbrengen.

Niets meer aan de orde zijnde, wordt de vergadering gesloten.

Aldus gearresteerd
Was get.
A. Hulst
Van der Schroeff
P. Postema
J. Steenbeek
Muller
Benning
M.J. van der Meij deBie

Voor extract conform
De secretaris
M.J. van der Meij deBie


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, bij post van 19 december 1854 N3, invnr 794

Notities bij het zittingsverslag