Proces Verbaal van het verhandelde bij den Raad van Tucht voor Weezen, Vondelingen en Verlatene Kinderen bij het 1e Gesticht te Veenhuizen

Zitting van Dingsdag den 12 February 1833


De Raad door den Heere President geconvoceert zijnde waren alle de Leden tegenwoordig.
Door den Heere President wordt ter tafel gebragt aanklagte tegen de wees Ono Dijkstra N. 1766 de welke op den 3. November de Kolonie zonder voorkennis had verlaten en den 10 dezer van desertie is teruggebragt.

De Raad heeft den beschuldigde doen binnen staan om hem hier over te horen.
De beschuldigde heeft bekend de Kolonie met voorbedachten rade te hebben verlaten, en dat hij zich gedurende zijn desertie had opgehouden in de Gritenij Haskerland, en in zijn onderhoud had voorzien door bedelarij en het uitvente van liederen.

Het is aan de Heer President gebleken, dat dit overeenkomend was met de door hem ingewonnen informatie ter dier zake gegeven door den Policie dienaar genaamd Lucas Hoeksema, den welke met zijn overvoering naar hierwaarts was belast door den Heer Grietman van Haskerland 5 February 1833 volgens onder hem berustende Schriftelijke last bij de overbrenging van de gedeserteerde Sjours Wennings doch had zich ter dier tijd zoek gemaakt.

De Raad heeft de beschuldigde doen buiten staan om over de aan hem op te leggen straf te delibereren.

De aangeklaagde zich hebbende schuldig gemaakt aan overtreding van 3e Art. van het Reglement van Tucht vervat bij § 2,” Zich zonder verlof uit de koloniën verwijderen” waarop de straf bij Art 4 is toegekend en wel, “Verwijdering uit de koloniën zonder verlof: hetzij die volvoerd en men van desertie terug gebragt is, hetzij die verhinderd is geworden.
Opsluiting van een tot acht dagen in de strafkamer, om den anderen dag te water en brood en bij herhaling met boeyen aan.”

De Raad in aanmerking nemende dat de beschuldigde zich reeds voor den tweede malen aan desertie heeft schuldig gemaakt, de eerste maal op …..? Augustus,……..? Proces Verbaal………..? het daaraanvolgende, en dat hij beide die zegden zich zijne kleeding stukken had geeigend en mede genomen en zoo zulks nader is gebleken die te hebben verkocht, thans haveloos, en onrijn zijnde teruggebragt, zal men genoodzaakt zijn andermaal aan hem kleiding stukken te verstrekken  en daar het niet dan te vermoeden is dat hij zoo hij opnieuw in het bezit daar van is gesteld,  hij zal trachten andermaal de Kolonie te verlaten, om zich wederom aan het bedelen en een vagebondig over te geven, zoals hij gedurende zijn desertie gedaan heeft blijkens de verklaring van de Policie dienaar R. Zomer die hem alhier heeft aangebragt.

De Raad heeft verders besloten zoo als dezelve besluit op heden aan de Permanente Commissie voor te stellen genoemde Onno Dijkstra te doen overvoeren naar de Strafkolonie de Ommerschans te verkoming van weder ontvluchting en hier van aan Haar onverwijld ’t tegenwoordige ter inwachting van Advies en Aprobatie.
En is hiervan Proces Verbaal opgemaakt , na dat men de beschuldigde heeft doen binnen staan en is na aan hem gedane voorlezing de tegenswoordige ……….? door ieder der Raad ondertekend

Gedaan te Veenhuizen aan het 1e Gesticht op dag en datum als boven is gemeld.
J. Poelman, adj dir.
J. Kluvers, ond dir binnen
Kuipers
L. Vrieze, zaalopziener
J.H. Kloekers, zaalopziener
Coelen, secretaris

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1618

Notities bij het zittingsverslag