Proces Verbaal van het verhandelde bij den Raad van Tucht voor Weezen, Vondelingen en Verlaten Kinderen bij het 1e Gesticht te Veenhuizen.

Zitting van Woensdag den 10 April 1833


De Raad door den Heere Praesident geconvoceert zijnde waren alle de Leden tegenwoordig.
Door den Heere Praesident werd ter tafel gebragt aanklachte tegen den wees Cornelis van Opzeeland welke op den 8 dezer uit de strafkamer te zijn ontslagen (zie hier bij geannexeerd Proces Verbaal van de zitting van den 2 dezer) op gisteren den 9 dezer andermaal getracht van te ontvluchten, en de Kolonie te verlaten, dat daar men in tijds was van zijne verwijdering onderrigt is hij door den zaalopziener Meijer achterhaald (echter buiten de Kolonie) en door hem terug gebragt: bij hem vindende eenige goederen toebehorende aan de Maatschappij die hij ontvreemd had.

De Raad heeft den aangeklaagde doen buiten staan na dat hij bekend had andermaal te hebben getracht van te ontvluchten met voornemen van desertie en dat hij van voornemen was om de bij hem gevondene goederen te verkopen ten einde zijne rijs te ??  zoo hij hier niet in verhinderd was geworden – ten einde over een en ander te delibereren.

Na rijpelijk alles in  overweging te hebben genomen heeft de raad besloten zoo als dezelve besluit op heden, om, door dien er geen andere termen van straf zijn tegen desertie vervat in Art 3 § 2 “Zich zonder verlof uit de koloniën verwijderen”, waar op Art 4 is toegepast en wel, “Verwijdering uit de koloniën zonder verlof: hetzij die volvoerd en men van desertie terug gebragt is, hetzij die verhinderd is geworden.
Opsluiting van een tot acht dagen in de strafkamer, om den anderen dag te water en brood en bij herhaling met boeyen aan.”

De  ??  misdaad door hem begaan, vervat bij Art 3 van meergenoemd Reglement bij § 8:
”Ontvreemding, verwaarloozing en beschadiging van eens anders goed of dat der Maatschappij,  tot welk laatste mede gerekend wordt te behooren de eigen kleeding der kinderen en de bij hen in gebruik zijnde koloniale goederen.” waar op de straf bij meergemeld Art 4 is toegepast “Dubbelde vergoeding van het ontvreemde, verwaarloosde of beschadigde uit zijn tegoed bij de Maatschappij, benevens opsluiting van één tot acht dagen in de strafkamer; om den anderen dag te water en brood, en bij herhaling met boeijen aan.”

in het gevoelen van den Heer President mede te stemmen, met aan de Permanente Commissie voor te stellen, zoo de Raad bij deze doet, om genoemde Cornelis van Opzeeland te doen overvoeren naar de Straf Kolonie de Ommer Schans daar het blijkbaar is zoo daar zich de mogelijkheid voordoet, hij andermaal zal trachten te ontvluchten, het geene nog meerder blijkt uit zijn eigen gezegdens tegen andere weezen, dat hij vernieuwde pogingen hier toe zoude aanwenden & zoo danige maatregelen zoude beramen men hem niet meer zoude achterhalen.-

En is hier van dit tegenswoordig Proces verbaal opgemaakt, waar na men den beschuldigde heeft doen binnen staan en is na de hem gedane voorlezing dit met den Heer President door alle de Leden ondertekend.

Gedaan te Veenhuizen op dag en datum als boven vermeld.
J. Poelman
J. Kluvers ond dir binnen
Kuipers, ond
L. Vrieze, zaalopziener
J.H. Kloekers, zaalopziener

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1618

Notities bij het zittingsverslag