Weeskinderen bij het derde gesticht Veenhuizen

Vergadering van den Raad van Tucht op den 13 Julij 1830


De Leeden van de Raad zijn alle tegenwoordig en de President opent alzoo de vergadering.-

Wordt voorgenomen:-

1e De klagte tegen het weesmeisje Grietje van Klaveren welke beschuldigd wordt van een vrouwen Muts en Halsdoekje uit de kisjes van de weezen Jannetje Hamerling en Helena Haarleger voor eenige tijd geleden te hebben weggenomen, en welke goederen thans waren toebehorende aan Jannetje Hakkert, dochter van den kolonisten arbeider van dien naam, dewelke deeze muts en doekje had gekocht voor 72 ½ cent van de dochter van den kolonisten arbeider Plas wiens overleden huisvrouw bij haar leven deeze goederen van den wees Grietje van Klaveren bovengenoemd, zoude gekocht hebben.-

Gehoord den wees G. van Klaveren welke bekend het doekje uit het kisje van J. Hamerling te hebben weggenomen doch dat zij van de muts niets wist op te geven, verders te kennen gevende dat zij dit doekje aan Vrouw Plas had gegeven, zonder daar eenige beloning voor ontvangen te hebben.-

In aanmerking nemende dat het mogelijk is dat door (wijlen) Vrouw Plas de muts van een andere persoon dan van G. van Klaveren is gekogt of gehandeld, aangezien deeze Vrouw zich wel eens aan dergelijke zaken plagt schuldig te maken.-

Wordt besloten dat G. van Klaveren zal gestraft worden met 4 dagen strafkamer arrest om den anderen dag te water en brood overeenkomstig art 4 van ’t reglement van Tucht, alsmede dat de voorhandene muts en doekje aan de eigenaressen zullen worden terug gegeven, dat de arbeider Plas zal restitueeren de Somma van 72 ½ cents, voor de eene helft aan Jannetje Hakkert en voor de andere helft aan de meergenoemde eigenaressen J. Hamerling & H. Haarleger voor de slijtaadje hunner goederen.-

2e De klager tegen de weesmeisjes A. Hopman, N. Kieft en L. Langendijk welken van een aan het 1e Gesticht recent opgenomen wees van hun plaats (Schagen) geld hadden weten af te praten onder voorwendsel van hetzelve voor haar te zullen bewaren doch met oogmerk om zich daarvan bij aanstaand verlof te bedienen.-

De beklaagden gehoord te kennen gevende dat zijl: de somma van f 1,10 van het weesmeisje met name J. Blom hadden ontvangen om hetzelve voor haar te bewaren.-

Overwegende dat dit voorgeven onwaarheid is, maar dat zijl: het werkelijk voor reisgeld bij aanstaand verlof wilden gebruiken, zoo als uit de mond van een hunner gehoord is, welke aan den Onder directeur gezegd had, reisgeld van hare Regenten te hebben ontvangen.-

De Raad verwijst alzoo de weezen A. Hopman, N. Kieft en J. Langendijk voor 2 dagen strafkamer arrest, en ontzegt hun het voorregt van met verlof te gaan, hetgeen aan hun waarschijnlijk anders zoude zijn geaccordeerd geworden.-


De werkzaamheden afgelopen zijnde, zoo wordt de vergadering gesloten.-

Aldus gearresteerd op dato als boven
De President en Leeden
A.de Geus, C. Hulst, L.N.Bandering,J. Emmelot, van der Kamp

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1622


Notities bij het zittingsverslag