Weeskinderen derde gesticht Venhuizen

Vergadering van den Raad van Tucht op den 19e Augustus 1830


De Leeden zijn allen tegenwoordig.

De President opent de Raad en brengt ter kennisse van dezelve dat door Zijn WelEd benevens door den Onder Directeur binnen, aan den Wees. J van der Mark is opgelegd 3 dagen strafkamer arrest overeenkomstig art 4 van het Reglement wegens weigering van gehoorzaamheid aan den Onder Directeur binnen.-

Verders wordt voorgenomen:

1e De aanklagte tegen de Weezen A. Steijger en A. Verkruissen welke beschuldigd worden, van zich niet ontzien te hebben om de huisvrouw van den zaalopziener Bloemeijer op eene ongemanierde wijze te brutaliseren.-
De beklaagden kunnen geene reden ter verschoning inbrengen.-

De Raad neemt in aanmerking dat Steiger voor de tweede maal voor de Raad is.-

De Raad  verwijst Verkruissen voor 3 dagen en nagten strafkamer arrest terwijl de straf van A. J. Steiger op 8 dagen en nachten om den anderen dag te water en brood, gesteld word.-


2e Die tegen C. Verhoef beschuldigd wegens het ontvreemden van Planken welke aan de kolonie waren toebehorende.-
De beschuldigde kan geene reden ter verschoning inbrengen.
De Raad verwijst C. Verhoef voor 2 maal 24 uur in de strafkamer.-


3e Die tegen A. Bouwman welke zich niet ontzien heeft om Erwten van de Menage der Weezen te ontvreemden.
De Beklaagden gehoord, edoch zonder grond van defensie.
De Raad verwijst A. Bouwman voor 4 maal 24 uur in de strafkamer.-


4e Die tegen J. Sikkers houdende dat hij uit de tuinen der Geemployeerden wortels gestolen heeft en van een wees een linnen buis heeft ontvreemd, en welke zich mede daaromtrend niet kan verontschuldigen.-
De Raad neemt in aanmerking dat Sikkers reeds ten derde male voor de Raad verschijnt.-
Is besloten de straf van Sikkers te bepalen op 8 dagen strafkamer arrest om den anderen dag te water en brood met de boeijen aan.


5e Die tegen A. de Leeuw en J. Schaas beschuldigd wegens het ontvreemden van een tinnen lepel bij een Boer in de Buurschap Een.
De beklaagden worden schuldig bevonden en gestraft met 4 dagen strafkamer arrest, terwijl de lepel door hun onder geleide wederom aan den eigenaar zal ter hand gesteld worden.-


6e Die tegen P. Gebuis en M. Schippers welke zich niet ontzien hebben om van het werk weg te lopen, naar het 1e Gesticht te gaan, en niet voor des avonds weder te huis te komen.-
De beschuldigden bekennen hunnen misstap.-
De Raad verwijst Gebuis en Schippers ieder voor 4 dagen in de strafkamer.


7e Die tegen J. de Metzelaar en B. van den Brink welke zich hebben schuldig gemaakt aan het ontvreemden van aardappelen uit de tuinen der Geemployeerden.-
Metselaar en van den Brink worden verwezen ieder voor 4 dagen in de strafkamer.-


8e De klagte tegen J. Happee welke zijn linnen buis verkogt heeft aan A. J. Steijger welke laatste reeds met ontslag vertrokken is.-
Gehoord den beklaagden J. Happee, edoch zonder grond van defensie.-

Overwegende dat Happee op den 20 October 1829 en 15 Meij 1830 ook reeds voor den Raad is teregt gesteld geworden, doch dat deze straffen zonder vrucht gebleven zijn daar hij steeds tot zijne oude misstappen terugkeerd.-
Overwegende dat hij in de termen valt van art 9 van het reglement houdende overplaatsing naar de Ommerschans.-
De Raad verwijst alzoo op grond van ’t bovenstaande artikel den wees J. Happee onder approbatie van de Permanente Kommissie naar de kolonie Ommerschans, gelijk geschied bij deze.-


Alle overige in deze voorkomende misdrijven zijn gestraft volgens het 1e, 2e en 8e onderdeel van art 4 van het Reglement van Tucht voor de Weezen.-

De zaalopzieners van de in deze betrokkene Weezen worden respectivelijk met de executie der bepaalde straffen belast.-

Aldus gearresteerd op dato als boven
De President & Leeden
A.de Geus, C. Hulst, L. NBandering, van der Kamp, J. Emmelot

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1622


Notities bij het zittingsverslag