Vergadering van den Raad van Tucht voor Weezen binnen het 3e Etablissement gehouden op den 8 Januarij 1833


De Leeden zijn allen tegenwoordig.

Geopend de  vergadering ten zes uuren.

Wordt voorgenomen de klagten der Zaalopzieners tegen de Weezen T. L. Cats en T. Roels Wilna welke zonder verlof de Kolonien hebben verlaten, en E. Dijkhoff, welke
van C. Casfor 42 ½ Cent Koloniale Munt uit haar kistje heeft weggenomen.

De President laat de twee eersten voorkomen en ondervraagt hen, of zij de Kolonien hebben verlaten zonder verlof en waar om zij dat gedaan hebben.
De beschuldigden geven beide te kennen dat zij gaarne eens hunne famielle wilden bezoeken, en dan weder naar het gesticht zouden terug komen.
De beschuldigden gaan naar buiten.

De Wees E. Dijkhoff komt voor.
President, hebt gij 42 ½ Cent gestolen van C: Casfor, waar hebt gij dit geld gelaten en wat reden hebben er bestaan dat geld maar zoo weg te nemen of dacht gij misschien komt mijn misdrijf niet uit?
De beschuldigde erkend haar misdrijf, en zegt dat zij dat geld heeft verloren, een uur na dat zij het weg genomen had en dat zij daarvoor eenige schulden welke zij had, wilde afdoen

De Raad overweegd dat T. L. Cats uit zich zelve aan het Gesticht is terug gekomen, wijders dat T. R. Wilna den volgende dag door den Zaalopziener Brecheizen is noch terug gehaald worden, en dat het 4e art. van het reglement 2e onderdeel op hen toepasselijk is.

Luidende:
Verwijdering uit de koloniën zonder verlof: hetzij die volvoerd en men van desertie terug gebragt is, hetzij die verhinderd is geworden.
Opsluiting van een tot acht dagen in de strafkamer, om den anderen dag te water en brood en bij herhaling met boeijen aan”

Overweegd eindelijk dat E: Dijkhoff zich schuldig gemaakt hebbende aan diefstal de straffen behoorde te ondergaan bepaald bij art 4, 8e onderdeel  van het reglement van Tucht voor Weezen.

Ontvreemding, verwaarlozing en beschadiging van eens anders goed

“Dubbele vergoeding van het ontvreemde, verwaarloosde of beschadigde uit zijn tegoed bij de Maatschappij, benevens opsluiting van één tot acht dagen in de strafkamer; om den anderen dag te water en brood, en bij herhaling met de boeijen aan.”

De Raad besluit de volgende straffen aan hen op te leggen.
T. L. Cats, 4 dagen strafkamer arrest om den anderen dag te water en brood.
T. R. Wilna, 6 dagen strafkamer arrest om den anderen dag te water en brood
E. Dijkhoff, 8 dagen strafkamer arrest om den anderen dag te water en brood met last tevens om uit de eerst te ontvangen oververdienste het bedrag van het gestolene te restitueren.

De President maakt hun na ieder eene ernstige vermaning te hebben gegeven, bekend met de bovengenoemde straffen, welke zij allen met schijnbaar gevoel van berouw aannemen en vertrekken.

Geene werkzaamheden meer zijnde, wordt de vergadering gesloten.

Aldus gearresteerd op dato als boven

De President en Leeden
S. B. Drijber, L. NBandering, C. Hulst, J. Emmelot, F. Meijer
Haarman, Secretaris

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1622


Notities bij het zittingsverslag