Vergadering van den Raad van Tucht voor Weezen, gehouden binnen het 3e Etablissement op
den 1e October 1833


De Leden zijn allen tegenwoordig.

De Vergadering wordt ten zes uren geöpend.


Ingekomen zijn de klagten van de zaalopzieners tegen de wezen:
Roelof Laagland, den 25e Augustus 1833 gedeserteerd, en den 8e September daaraanvolgende door een Politie beambte terug gebragt.
Hendrik Hazelhoff,     id: als boven
Hendrika Laagland    id: als boven

A: Kuvel, 25 Augs gedeserteerd en uit eigen beweging terug gekeerd

J: Verbeek, welke een Doek heeft ontvreemd die te bleke lag op het binnenplein

D. Gerrits, welke van het magazijn terwijl zij daar werkte, heeft gestolen een stukje Spek en nagenoeg 1 ½ once boter


De President laat de vier eerste beschuldigden voor zich komen, hebbende deze zich allen schuldig gemaakt aan desertie en vraagt hen ieder afzonderlijk, welke reden zij hebben gehad om het Gesticht heimelijk te verlaten.
Gene van de beschuldigden kan daaromtrent iets ter hunner verontschuldiging inbrengen, waarom de President verdere ondervraging onnodig oordeelt en hen verzoekt naar buiten te gaan.-

Wordt ingelaten de Personen J: Verbeek en D: Gerrits, beiden schuldig aan diefstal.
De President vraagt aan eerstgenoemde of hij en zoo ja wat redenen er bestonden dat hij het misdrijf begaan hadt, of dat hij misschien door een ander daartoe verleid was geworden.
Hij geeft te kennen dat een zijner speelmakkers hem daartoe hadt aangezocht en daarom ertoe was overgegaan.
De President brengt de wees D: Gerrits hare verkeerde handelwijze onder het oog en vraagt haar of zij wel bewust is dat zodanig eene verkeerdheid en vergrijp naderhand tot grotere ondeugd leidde.
Zij geeft met vele tekenen van berouw te kennen dat zij wel is waar dit nu misdaan hadt, maar belooft ook tevens zich nooit aan diergelijk of ander kwaad weder schuldig te zullen maken.

Zij worden naar buiten gebragt.

De raad overweegt, dat op de voorgenoemde personen van toepassing is, twee onderdelen uit het 4e Artikel van het reglement van Tucht, en wel onderdeel:
“2. Verwijdering uit de koloniën zonder verlof: hetzij die volvoerd en men van desertie terug gebragt is, hetzij die verhinderd is geworden.
Opsluiting van een tot acht dagen in de strafkamer, om den anderen dag te water en brood en bij herhaling met boeijen aan”
“8. Ontvreemding, verwaarlozing en beschadiging van eens anders goed
Dubbelde vergoeding van het ontvreemde, verwaarloosde of beschadigde uit zijn tegoed bij de Maatschappij, benevens opsluiting van één tot acht dagen in de strafkamer; om den anderen dag te water en brood, en bij herhaling met de boeijen aan.”

Wijders dat R. Laagland voor de derde maal is gedeserteerd, als op 3 maart en 7 Julij, voor welke desertien hij de straffen heeft ondergaan in het reglement bepaald en dat artikel 9 op hem alléén van toepassing is – daar hij een bij uitstek slecht sujet is, waar van nimmer eenig goed is te wachten.

Dat H. Hazelhoff, H. Laagland en A. Kuvel voor de eerste keer zijn gedeserteerd.

Dat J. Verbeek en D. Gerrits zich beide hebben schuldig gemaakt aan Diefstal, doch dat eerstgenoemde zijnde nog maar een Zeer Klein jongentje – zich waarschijnlijk tot deze misstap heeft laten verleiden.

Besluit de volgende straffen te bepalen, als:
R. Laagland, onder approbatie der P.C. naar de Kolonie Ommerschans
H. Hazelhoff, Agt dagen strafkamer arrest om den anderen dag te water en brood
H. Laagland, id als boven
A. Kuvel, id als boven
J. Verbeek, Drie dagen strafkamer arrest om den anderen dag te water en brood
D. Gerrits, Agt dagen idem

De President maakt een ieder der beschuldigden met het gewijsde door den raad bekend en vermaant hen nogmaals allen tot beterschap en stelt daar bij hun bedrevene fouten in het ergst daglicht voor, waarvan de meesten berouw schenen te gevoelen.
De beschuldigden vertrekken.

De werkzaamheden afgelopen zijnde, zoo wordt de vergadering gesloten.

Aldus opgemaakt op dag en jaar als boven.

De President en Leden
S. B. Drijber, C. Hulst, L. NBandering, J. Emmelot, W. van Tellingen
Haarman, secretaris

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1622


Notities bij het zittingsverslag