Weeskinderen

Kolonie Veenhuizen 3e Gesticht

Extract uit de notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht op den 23 Januarij 1836


De Leden zijn allen tegenwoordig en de voorzitter opent de raad.-

Er wordt voorgenomen eene klagte tegen de weezen P. Troost en R. Fekkes, dewelken in den vroegen morgenstond aardappelen uit den kelder van het Magazijn hebben ontvreemd, zijnde zijl. een open staand kelder gat ingekropen.-

De beschuldigden komen binnen, en belijden hunne misdrijven, zeggende het voornemen gehad te hebben om de aardappelen, die men in hunne kleding zakken gevonden heeft, in de kagchel te braden.-

Gezien art: 3 van het Reglement van Tucht voor weezen luidende als volgt:
“Ontvreemding, verwaarloozing en beschadiging van eens anders goed of dat der Maatschappij,  tot welk laatste mede gerekend wordt te behooren de eigen kleeding der kinderen en de bij hen in gebruik zijnde koloniale goederen”

Zal volgens art 4 litt 8 gestraft worden met
“Dubbelde vergoeding van het ontvreemde, verwaarloosde of beschadigde uit zijn tegoed bij de Maatschappij, benevens opsluiting van één tot acht dagen in de strafkamer; om den anderen dag te water en brood, en bij herhaling met de boeijen aan.”

De president beveelt dat de beschuldigden aftreden.-

De gevoelens van ieder lid in het bijzonder vraagt den Voorzitter.-

Algemeen is het gevoelen dat beide weezen voor den tijd van 8 dagen moeten opgesloten worden in de strafkamer om den anderen dag te water en brood.

De president vereenigt zich hier mede, en alzo wordt deeze straf gearresteerd.-

De weezen worden weder om binnen geroepen en wordt hun vonnis voorgelezen, waar na zij weder aftreden.-
Niemand der Leden meerder hebbende voor te dragen zoo wordt de Raad gesloten.-

Aldus gedaan op dato als boven

De president & Leden

Was get., S. B. Drijber, C. W. Rensing, L. Nijenbandering, Zuidema, van der Tempel
Voor Extract Conform
De Secretaris
Haarman

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1622


Notities bij het zittingsverslag