Weeskinderen

Extract uit de Notulen van de Raad van Tucht gehouden op den 4 Maart 1836 - aan het 3e Etablissement te Veenhuizen.


De Leden zijn allen tegenwoordig en de Voorzitter opent de vergadering.

Wordt voorgenomen de desertie van den wees P. de Vogel die tot dat einde wordt binnen geroepen.

De president vraagt hem naar de redenen zijner desertie waarop geen beduidend antwoord volgt, doch waaruit blijkt dat het niets dan moedwil is geweest, zoo als ook buiten dit misdrijf zich veele ondeugden in hem vereenigen.

De president beveelt dat hij zal aftreden.

Men zal tot de strafbepaling overgaan.

Gezien art. 4 van het Reglement van tucht voor weezen- luidende:
“Verwijdering uit de koloniën zonder verlof: hetzij die volvoerd en men van desertie terug gebragt is, hetzij die verhinderd is geworden.

Opsluiting van een tot acht dagen in de strafkamer, om den anderen dag te water en brood en bij herhaling met boeijen aan.”

De president vraagt het gevoelen van ieder lid in het bijzonder.-

Allen stemmen tot de volle straf en zijn bovendien van gevoelen dat men bij het geringste voorval dat er wederom met hem plaats mogt vinden de Permanente Commissie moet voorstellen om dit ondeugende sujet te willen verplaatsen naar de Ommerschans, aangezien men voor hem (de Vogel)  wel onafgebrokene zitting zoude moeten nemen, om zijne dagelijksche verkeerdheden alle oogenblikken te bestraffen.

Met algemeene Stemmen aangenomen.

De wees P. de Vogel wordt binnen geroepen en de Secretaris leest hem zijn vonnis voor waarna hij wederom aftreed.-

De vergadering wordt gesloten.-

Aldus gedaan op dato als boven

De President & Leden:
Was getekend, S: B: Drijber, C: W: Rensing, L: Nijenbandering, J: Emmelot, W: van Tellingen
Voor Extract conform, De Secretaris
Haarman

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1622


Notities bij het zittingsverslag