Weeskinderen bij het derde gesticht Veenhuizen

Extract uit de Notulen van het verhandelde in de Raad van Tucht op den 25 Mei 1836


De Raad geopend zijnde wordt door den Voorzitter geopend.-

De navolgende klagten worden voorgenomen als:
Tegen de Weezen Troost, Cuperus, Bartholm, van der Zwaag & K. Sijbel welke allen op den 24e JL van het Land zijn weggeloopen, en naar Norgh zijn gegaan alwaar het Jaarmarkt was, en zich nog bovendien hebben schuldig gemaakt aan het ontvreemden van eenige goederen, zoo als, tabaksdoozen, potlooden, etc. van kooplieden die aldaar hadden uitgestald;

Voorts tegen Kappe, Bouwman, Kramer, ten Bokum, Coset, van der Werf, R. Feckes & Drosser dewelke, allen insgelijks zonder voorkennis van iemand naar Norgh zijn geweest, doch omtrent welken men geene sporen van diefstal heeft ontdekt.-

De President beveelt dat alle de beschuldigden binnen komen

De ontvreemde goederen zijn bij hun gevonden dus geene verontschuldiging van wat aard ook, kunnen ter verzagting der straf in aanmerking komen-

De President brengt hunlieden serieuselijk hunne misdrijven onder het oog, en beveelt daarna dat zij wederom aftreden.

Men gaat over tot de strafbepaling-

Gezien  Art 4 van het Regelement van Tucht voor Weezen Vondelingen en Verlatene Kinderen in dato 8 Julij 1829 luidende als volgt.-
“1e enz
2e Verwijdering uit de koloniën zonder verlof: hetzij die volvoerd en men van desertie terug gebragt is, hetzij die verhinderd is geworden.
Opsluiting van een tot acht dagen in de strafkamer, om den anderen dag te water en brood en bij herhaling met boeijen aan.”

alsmede het bepaalde sub 8 zijnde van den volgenden inhoud
Ontvreemding, verwaarlozing en beschadiging van eens anders goed
Dubbelde vergoeding van het ontvreemde, verwaarloosde of beschadigde uit zijn tegoed bij de Maatschappij, benevens opsluiting van één tot acht dagen in de strafkamer; om den anderen dag te water en brood, en bij herhaling met de boeijen aan.”-

De President hoort het gevoelen van ieder lid in het bijzonder.

Allen zijn van gedachten dat art 4 sub 2 & 8 op eerstgenoemde weezen en wat laatstgenoemden aanbelangt alleen de sub 2 vermelde strafbepaling dient toegepast te worden, intusschen zijn de kooplieden of eigenaren der goederen niet bekend-

Aangenomen met algemeene stemmen-

De beschuldigden komen wederom binnen om hun vonnis te hooren-

De Weezen Troost, Cuperus, Bartholm, van der Zwaag & K. Sijbel worden verweezen tot opsluiting in de strafkamer gedurende den tijd van 14 dagen om den anderen dag te water en brood terwijl de weezen Kappée, Bouwman, Kramer, ten Bokum, Coset, van der Werf, Feckes & Drosser dezelfde straf gedurende acht dagen zullen ondergaan.-

De weezen treden daarna allen wederom af.-

Aangezien niemand der Leden iets meerder heeft in te brengen zoo wordt de  vergadering gesloten..

Aldus gedaan op dato als boven

De President & Leden

Was getekend, S. B. Drijber, C. W. Rensing, L. Nijenbandering, J. Emmelot, D. van den Tempel
Voor Extract Conform
De Secretaris bij de Raad
Haarman

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1622


Notities bij het zittingsverslag