Weeskinderen bij het derde gesticht Veenhuizen

Extract uit de Notulen van het Verhandelde in de Raad van Tucht gehouden op den 20 April 1837.-


De President opent de Raad, de Leden zijn alle tegenwoordig.

Wordt voorgenomen de terugkomst uit eigen beweging van den Wees Hendrik Meijer op den 18: April 1837, die op den 25 Junij 1836 gedeserteerd en den 25 Septb: van datzelfde jaar reeds afgevoerd was.

De persoon van H. Meijer wordt ondervraagt naar de reden van zijne terugkomst en waar hij zich heeft opgehouden.-

Hij zegt bij een boer in de nabijheid van de Leek dienstbaar geweest te zijn, en terug gekomen is, om te Assen voor de Militaire raad te verschijnen, waarvan de tijdsbepaling even als in het afgelopen jaar, volgens zijne mening dáár was.-

De Raad beschouwt zijne terugkomst uit een ander oogpunt, en vermeent dat hij alleenlijk is teruggekomen om opnieuw gekleed te worden en daar na weder te vertrekken.

Gelet op zijn misdadig bedrijf bij terugkomst van desertie in het vorige jaar, waar voor hij op den 13 aug. 1835 voor de Raad van Tucht heeft teregt gestaan, en overigens op zijne slegte hoedanigheden waar van hij onderscheidene malen blijk heeft gegeven.

Gezien art 9 van het Reglement van Tucht bepalende eene overplaatsing naar de Ommerschans wanneer het bleek dat vorige straffen vrugteloos bleven en het sujet in het kwade bleef volharden.-

De Raad beschouwt dit artikel geheel toepasselijk op H. Meijer en verwijst hem alzo onder approbatie van de Permanente Kommissie naar de Ommerschans.-

Aldus gedaan op dato als boven

De President en Leeden
S. B. Drijber, Rensing, L. NBandring, D. van den Tempel, J. Emmelot

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1622


Notities bij het zittingsverslag