Weeskinderen bij het derde gesticht Veenhuizen

Raad van Tucht gehouden in het 3e gesticht op den 16e Maart 1838


De Raad geconvoceerd zijnde wordt door den voorzitter geöpent.-

Onderscheidene ingekomene Klagten van weezen worden voorgenomen, als

1e Tegen den wees C. Bodegraaf, W. Blizewskie en H. Lutgendorp, wegens onbehoorlijk gedrag op den avond van den 12e Maart JL gehouden, zoo op het bureau bij gelegenheid hunner uitbetaling van de oververdiensten, als rondom het gesticht, welk laatste niet vrij van Straatschenderij was.-

2e Tegen den wees Tilburg, die van het hek binnen het Gesticht een wollen deeken van de Ziekezaal genomen heeft, dezelve aan stukken gesneden en in de zalen voor dwijlen heeft te koop gepresenteerd.-

3e Tegen C. Tes en H. A. Boland wegens ontvreemding van wortelen uit de te veld staande kuilen, en K. Zwart, Y. Hoornstra, J. Egmond en H. Assing wegens op dezelfde wijze stelen van aardappelen.-

Men doet alle opgenoemde weezen één voor één binne komen, om hunlieden in defensie te horen.-

Geen van allen echter kan iets inbrengen dat eenige mate in zijn voordeel kan gebragt worden, allen zijn schuldig aan het hun ten laste gelegde.-

De aangeklaagden treden af.-

Men gaat over tot de strafbepaling.

Gezien art 4 van het Reglement van Tucht voor weezen, en wel sub 8 luidende:
Ontvreemding, verwaarlozing en beschadiging van eens anders goed
Dubbelde vergoeding van het ontvreemde, verwaarloosde of beschadigde uit zijn tegoed bij de Maatschappij, benevens opsluiting van één tot acht dagen in de strafkamer; om den anderen dag te water en brood, en bij herhaling met de boeijen aan.”
en sub 9
Die baldadigheden bedrijven
Opsluiting van een tot drie nachten in de strafkamer en, bij herhaling, van een tot acht dagen, om den anderen dag te water en brood.”

In aanmerking nemende dat de wees Tilburg geen te goed bij de Maatschappij bezit.

Wordt besloten

De weezen C. Bodegraaf, W. Blizewski en H. Lutgendorp te verwijzen tot drie nachten, Tilburg tot 8 dagen en Tes, Boland, Zwart, Hoornstra, Egmond en Assing tot 6 dagen opsluiting in de strafkamer. De zeven laatsten om den anderen dag te water en brood.-

De weezen worden allen met hun vonnis bekent gemaakt en daar na wordt de Raad gesloten.

Aldus gedaan op dato als boven

De President & Leden
S. B. Drijber, C. W. Rensing, L. NBandring, R. Smies, J. Damens

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1622


Notities bij het zittingsverslag