Weeskinderen bij derde gesticht Veenhuizen

Raad van Tucht gehouden op den 21e Augustus 1838 bij het 3e Etablissement te Veenhuizen.-


De Raad geconvoceert zijnde, wordt door den voorzitter geöpent.

Wordt voorgenomen de desertie van de Weezen C. Saarloos en C. E. Smits N. 1025 en 2086, die heimelijk op den 20e dezer de Kolonie verlaten hebben en op den volgenden dag door de Veldwagter van de Smilde zijn teruggebragt geworden.

De opgenoemde weezen worden binnen geroepen en gehoord, doch hebben niets intebrengen, als dat zij hunne famillien wilden gaan bezoeken, waar na zijl. aftreden.

Gezien art 4 van het Reglement van Tucht voor de weezen luidende:
“Verwijdering uit de koloniën zonder verlof”
“ hetzij die volvoerd en men van desertie terug gebragt is, hetzij die verhinderd is geworden.”
“Opsluiting van een tot acht dagen in de strafkamer, om den anderen dag te water en brood en bij herhaling met boeijen aan”

De President vraagt het gevoelen van de Raad ten dezen.

Met eenparige stemmen wordt besloten het bovenstaande artikel van het Reglement ten vollen toetepassen.
Condemneert alzo de weezen Saarloos en Smits tot opsluiting in de strafkamer gedurende acht dagen om den anderen dag op water en brood.-

De beide schuldigen worden binnen geroepen en met hun vonnis bekent gemaakt, en worden daar na naar de strafkamer gebragt.

De Raad wordt gesloten.

Aldus gedaan op dato als boven
De President en Leden

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1622


Notities bij het zittingsverslag