Weeskinderen bij het derde gesticht Veenhuizen

Raad van Tucht gehouden in het 3e Gesticht Veenhuizen op den 9e februarij 1839

De Raad geconvoceert zijnde wordt door den voorzitter geöpent.

Wordt voorgebragt de Jongeling Hendrik Steenbergen die op den 8 febr: door een politie beämbte uit Balk provincie Vriesland is terug gebragt van desertie die op den 18 Novb a.p. heeft plaats gehad.

De President vraagt hem naar de reden van zijne ontvlugting, waarop hij te kennen geeft, dat de zugt naar zijne famille, hem daar toe had aangespoort, waarop de voorzitter hem het verkeerde zijner handelings onder het oog brengt en daar na doet aftreden.

Gezien art: 4 van het reglement van Tucht voor weezen luidende:
“Verwijdering uit de koloniën zonder verlof: hetzij die volvoerd en men van desertie terug gebragt is, hetzij die verhinderd is geworden.
Opsluiting van een tot acht dagen in de strafkamer, om den anderen dag te water en brood en bij herhaling met boeijen aan”

De Leden zijn van gevoelen dat deze straf dient toegepast te worden.

De Wees H. Steenbergen komt wederom binnen en wordt zijn vonnis bekent gemaakt, waarna hij wederom aftreed.

Niemand der Leden iets meerder hebbende in te brengen wordt de Raad gesloten.

Aldus gedaan op dato als boven

De President en Leden
S. B. Drijber, C. W. Rensing, L. NBandring, D. van den Tempel, J. Emmelot

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1622


Notities bij het zittingsverslag