Weeskinderen

Kolonie Veenhuizen 3 Gesticht
Vergadering van de Raad van Tucht op den 9e November 1839


De Raad wordt door den Voorzitter ge opent.

De Jongelingen J. van Huizen en A. B. Gevers behorende tot de bedelaars-Kolonisten-kinderen benevens den Wees H. Roger zijn op gister door politie beambten, de beide eersten uit Rhoden eene gemeente 2 uren van hier en laatst genoemde uit de gemeente Oldebroek bij Kampen gelegen, alhier van desertie terug gebragt, en verschijnen na dien tengevolge thans voor de Raad van Tucht.

De President vraagt hun naar de reden voor hunne ontvlugting, daar zijl: onbeduidend op antwoorden, waarop hun onder het oog gebragt wordt hoe verkeerdelijk zijl: gehandelt hebben, en treden daarna wederom af.

Gezien art 4 van het Reglement van Tucht voor de weezen luidende:
“Verwijdering uit de koloniën zonder verlof: hetzij die volvoerd en men van desertie terug gebragt is, hetzij die verhindert is geworden.
Opsluiting van een tot acht dagen in de strafkamer, om den anderen dag te water en brood en bij herhaling met boeijen aan”

Gehoort de leden

wordt besloten op alle drie opgenoemde jongelingen buiten de boeijen, de volle straf toe te passen en den Heer Directeur der Koloniën de terug plaatsing naar het 2 Gesticht der beiden eerstgenoemde jongens voor te dragen.

Dit vonnis wordt ter hunner kennisse gebragt.

De Raad wordt daar na gesloten
.
Aldus gedaan op dato als boven
De President & Leden
S. B. Drijber, C. W. Rensing, L. NBandring, J. Damens, R. Smies

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1622


Notities bij het zittingsverslag