Weeskinderen

Kolonie Veenhuizen 3e Gesticht
Vergadering van de Raad van Tucht op den 10 December 1839


De Raad vergadert zijnde wordt door den voorzitter geöpent.

Worden voorgebragt de Weezen Munter, Ten Bokum, Leenders, Spring en Tichelaar de drie eersten wegens bedrijving van ongeregeldheden aan het meisjes kwartier en de beide anderen wegens desertie.-

De drie eerstgenoemden komen binnen en worden overtuigt, dat zijl. den geenen zijn die zich in den laten avond in de meisjes zaal N. 6 hebben doen zien, en de meisjes die reeds te ruste waren hebben verschrikt gemaakt.- de twee laatstgenoemden hunne desertie blijkt enkel uit moedwil en zonder eenige aanleiding te hebben plaats gegrepen.

De beschuldigden treden daar na wederom af.

Gezien art 4: Sub 2 van het Reglement van Tucht voor weezen luidende:
“Verwijdering uit de koloniën zonder verlof: hetzij die volvoerd en men van desertie terug gebragt is, hetzij die verhinderd is geworden.
Opsluiting van een tot acht dagen in de strafkamer, om den anderen dag te water en brood en bij herhaling met boeijen aan”

alsmede hetzelfde artikel sub 9 luidende
“Vechten, slaan, schelden en baldadigheden bedrijven
Opsluiting van een tot drie nachten in de strafkamer en, bij herhaling, van een tot acht dagen, om den anderen dag te water en brood”

De Raad na hier over gehandelt te hebben besluit aan de drie eerstgenoemde weezen strafkamer arrest gedurende drie nachten op te leggen en de beide anderen te straffen met 8 dagen provoost arrest en terugplaatzing daar na van Tichelaar naar het 2e gesticht van waar hij onder het getal bedelaars-kolonisten-kinderen is overgenomen geworden.-

De opgenoemde vijf jongelingen worden binnen geroepen en wordt hun vonnis bekent gemaakt.

De Raad wordt gesloten.

Aldus gedaan op dato als in het hoofd vermeld

De President en Leeden
S. B. Drijber, C. W. Rensing, L. NBandring, R. Smies, J. Damens

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1622


Notities bij het zittingsverslag