Arbeiders Veenhuizen-1

Proces Verbaal van het verhandelde bij den Raad van Discipline bij het 1 Etabl. Veenhuizen

Zondag den 16 April 1826


De Raad door den President geconvoceerd zijnde waren alle Leden tegenwoordig.

Door den President is aan den Raad voorgesteld eene aanklagte van den wijkmeester Roelof Oost tegen den arbeider Willem Brauckman welke laatstgenoemde gezegde wijkmeester met woorden & daden in zijne ambtsbetrekking heeft beledigd op den 6e dezen hetwelk hoofdzakelijk hierop neerkomt:

Dat gemelde wijkmeester hem Brauckman heeft aangespoord om zijn werk volgens de bestaande Reglementen ten uitvoer te brengen, waarop gezegde Brauckman aan hem wijkmeester ten antwoord gaf dat indien hij niet van de mestbult afging en hem wijders iets omtrent zijne werkzaamheden gelaste hij alsdan gezegde wijkmeester van de mestbult zoude schoppen.

Waarop de wijkmeester antwoorde zulks wel eens te willen zien.

Waarop meergemelde Brauckman met dadelijkheden is te werk gegaan en gezegde wijkmeester voor de mond geslagen dat er bloeding naar volgde en van de mestbult afgesmeten heeft.

Waarop gezegde wijkmeester hem een slag met de stok heeft gegeven en op de rug nedergelegd hem vragende of hij regt wist wat hij deed, waarop hij Brauckman, antwoordde: Bliksems goed en zijn zoon welke daar bij tegenwoordig was gelaste de kantschop te brengen teneinde gezegde wijkmeester de kop in te slaan,
hebbende gezegde wijkmeester hem daarna losgelaten en meergemelde Brauckman hem met de mestvork agtervolgd, onder bezweerende bedreigingen hem wijkmeester daarmede te doorsteken – zijnde gezegde wijkmeester hem Brauckman ontvlugt, en dadelijk van het voorgevallene aan den WelEdHeer Adjunct Directeur rapport gedaan.

De Raad, gehoord de beklaagde in zijne middelen van defensie na alvorens opgezegde aanklagte aan hem was voorgelezen.

Denzelve niets tot zijne defensie hebbende kunnen inbrengen, als komende het door hem ingebragte geheel overeen met de aanklagte van gezegde wijkmeester alsmede met de verklaringen van de getuigen in het hieraan geannexeerde proces verbaal vermeld.

Heeft besloten

Gezegde Brauckman ter zake van de hierboven vermelde gepleegde insubordinati te verwijzen naar de kolonie Ommerschans onder nadere approbatie van den WelEdGestrHeer Directeur der koloniën,

En zal hiervan afgeschrift gezonden worden aan den Heer Direkteur voornoemd ter fine van approbatie of executie.

Gedaan bij het 1e etablissement te Veenhuizen den 16 april 1826,

Den Raad voornoemd,
J: Poelman, adjunctDirecteur
Textor, onderDirecteur-Binnen
Kuypers, OnderDirecteur
??
D. Mulder, kolonist
Dit X is het merk van de kolonist ?? welke verklaart niet te kunnen schrijven, mij presente Holsteijn

Voor eensluidend afschrift,
F. Holsteijn, secretaris


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1618

Notities bij het zittingsverslag