Proces Verbaal van het verhandelde bij den Raad van Tucht voor Arbeiders Huisgezinnen bij het 1e Gesticht te Veenhuizen
Zaturdag den 5 September 1829


De Raad door de President geconvoceerd Zijnde waren alle Leden tegenwoordig –

Door de President is aan den Raad voorgelegd eenen Aanklagte tegen Pieter Post, zoon van Kolonist David Post welke Zig op den 1 September Zonder permissie van de Kolonie verwijderd heeft, Zijn werk verzuimde en des avonds laat teruggekomen, andermaal op den 3de daaraanvolgende dag geabsenteerd Zijn werk verlaten en wederom des avonds teruggekomen –

De Raad heeft daarop de beschuldigde voor Zich doen komen ten einde hem te hooren in Zijne middelen van defensie.

De Beschuldigde heeft ter Zijner verontschuldiging ingebragt, dat hij vermeende, als tot de nationale Militie behorende, het hem vrij stond om zonder voorkennis Zich 24 Uuren te kunnen verwijderen.

De Raad heeft zich met dit voorgeven niet kunnen vereenigen, maar vermeend dat art 3 van het reglement van tucht voor arbeiders Huisgezinnen op den aangeklaagde van volle toepassing konde worden gemaakt (: als wordende bij gezegd art. stellig verboden dat geene der Kolonisten Zonder daartoe vooraf bekomen verlof Zich van de kolonie mag verwijderen. -:) En ingevolge van dien met Eenparigheid van stemmen besloten,

De beklaagden te verwijzen naar luid (?) van gezegd art. tot opsluiting in de Strafkamer voor den tijd van Drie agtereenvolgende dagen. –

Verlangende de Raad dat hieraan onverwijld Executie Zal worden gegeven.-

Gedaan te Veenhuizen de Datum als boven
Poelman
Textor
Kuiper
Holsteyn secretaris
C. Hagen
J. van Eyle

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1618