Arbeiders bij het derde gesticht Veenhuizen

Vergadering van de Raad van Tucht op den 11 Februarij 1830


Tegenwoordig zijn de Leeden:
A. de Geus, Adjunkt Directeur, President
C. Hulst, Onder Dir. Binnen
L. Nijenbandering, Onder Directeur buiten
C. Blanke, Veteraan
C. Koens, arbeiders kolonist,
benevens den Secret. C.W.Rensing, boekhouder binnen

Art 1
De Voorzitter maakt de Leeden bekend met een bij zijn WelEd ingekomen proces verbaal opgemaakt door den Geneesheer & Vroedmeester D. P. van Steenwijk in zake de arbeiders koloniste de Wed. J. van den Berg, en zijnde van den volgende inhoud:

(fiat insertio) zie onderaan

Art 2
De Leeden zulks noodzakelijk achtende, hebben hier over dadelijk Raad van Tucht belegt.

Art 3
Gehoord de Wed. van den Berg welke op den inhoud van het proces verbaal geene aanmerkingen heeft te maken, bekennende dat de omstandigheid zich zodanig heeft toegedragen, als daar in vermeld is.

Uit verdere belijdenis van haar constateerd echter:

1e Dat de gunstbewijzingen welke den Veteraan Krijnberg (welke zij voor de vader van het kind opgeeft) haar betoverde, door haar van zijne verstrekking van brood en aardappelen mede te deelen, en waar door de behoefte van haar huisgezin eene aanmerkelijke soulage ondervond, de grootste aanleiding tot het onderhavige feit gegeven heeft.

2e Dat hij, Krijnberg, onder den schijn van in dezen weldadig te zijn, hier mede niet anders beöogd heeft, dan genoemde Wed. te verpligten aan zijne onbetamelijke begeerte gehoor te geven.

3e Dat meergenoemden Veteraan, schoon niet met zovele woorden, evenwel dikwijls haar, Wed. van den Berg, wanneer zij op gevolgen beducht was, wel zoo veel te kennen had gegeven, dat hij haar in eene onverhoopte situatie tot zijne huisvrouw zoude nemen, en het geen uit zijne woorden die hij haar toevoegde, toen zij hem van de teekens van het aanstaande onheil verwittigde, ook wel is op te maken, namentlijk:
“bekommer u hier niet over, dat is niets, laat slegts mij daar voor zorgen”.-

Art 4
Gehoord de huisvrouwen van de kolonisten arbeiders Gijben & Duveiller, welke bij de verlossing als buren zijn tegenwoordig geweest, doch welke geene andere verklaringen kunnen doen, dan die welke door den Geneesheer in het in dezen omschreven proces zijn gesuppediteerd.-

Art 5
Gezien Art 3 van het Reglement van Tucht voor de Kolonisten Huisgezinnen ten gevolge van welk artikel het onderhavige feit moet gestaaft worden, met verwijzing voor eene onbepaalde tijd naar de Kolonie aan de Ommerschans.

Art 6
De Leeden conformeren zich allen met het gevoelen van den Voorzitter om de straf op vorenstaand artikel toe te passen.

Art 7
Gelet op Art 14 van hetzelfde Reglement van Tucht

Art 8
De Raad verwijst onder approbatie van de Permanente Kommissie, het huisgezin van de Wed van den Berg voor eene onbepaalde tijd naar de kolonie aan de Ommerschans

Aldus gearresteerd op dato als boven
De President & Leeden
A. de Geus, C. Hulst, L.N. Bandering, Blanken, Coens
Ter ordonnantie van dezelve
De Secretaris C.W.Rensing



Bijlage verklaring van de arts van het derde gesticht Douwe Petrus van Steenwijk


Proces Verbaal

Op heden, den tweeden December, achttien honderd negen en twintig, des morgens, ongeveer acht uur, heb ik ondergetekende, D. P. v. Steenwijk, genees-heel-en vroedmeester in dienst der Maatschappij van Weldadigheid en wonende aan het Gesticht N. 3 te Veenhuizen, mij begeven naar de woning van de Weduwe van J. v.d. Berg aan even gemelde Gesticht, en zulks op een den vorigen avond aan mij gedaan verzoek van den veteraan J. Krijnberg, gevestigd in N. 39 van het zelfde Gesticht, ten einde desnoods verloskundige hulp toe te brengen aan bovengenoemde weduwe, gevestigd in N. 86.

Ik onderget. had deze vrouw, welke zich, als aan koorts laborerende, op het ziekenrapport had doen melden, reeds een paar dagen als zoodanig behandeld, maar uit deze en gene omstandigheid eenige achterdocht opgevat, die echter grootendeels weder verdween bij het bedenken dat zij ter goeder naam en faam scheen te staan;

met eenige bevreemding dus, begaf ik mij, op het verzoek des bovengenoemden veteraans, naar gemelde Weduwe en woonde hare verlossing van een ruim vijf maanden oud-zijnde kind van het mannelijk geslacht bij.

Tegenwoordig waren de vrouwen van de arbeiders kolonisten P. Gijbe uit N. 87 en Duveiller uit N. 88.

En heb ik van dit geval bovenstaand Proces Verbaal opgemaakt op datum als boven, en aan den Heere Adjunkt directeur van meer gemelde Gesticht behandigd, om daarmede te handelen, zoo als zijn W.E.G. zoude verstaan te behooren.

D.P: v Steenwijk

BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1622


Notities bij het zittingsverslag