Kolonistengezinnen - Veenhuizen-3

Vergadering van den Raad van Tucht

op den 13 Julij 1830


De Leeden van de Raad zijn alle tegenwoordig.-

De Raad heeft  vermeend voor haar te moeten doen verschijnen Vrouw Muisson behorende tot de Bedelaars Huisgezinnen van dit Gesticht, en heeft haar serieuselijk onderhouden over het verkoopen van gekookte aardappelen aan Weezen, en haar te kennen gegeven, dat wanneer zij zich wederom daaraan schuldig maakt, zij de gevolgen daarvan zoude kunnen verwachten.-

Alsmede neemt de Raad de klagte tegen het weesmeisje G. van Klaveren nader voor, in welke zaak de huisvrouw van den arbeiders kolonist Plas als koopster voorkomt.-

Overwegende dat de huisvrouw van den kolonist Plas reeds overleden is.-

Overwegende dat alsmee den kolonist Plas voor deze Raad dient gehoort te worden.-

Den kolonist Plas gehoord welke te kennen geeft dat hij  nimmer van de onderhavige goederen iets geweten heeft maar dat dezelve na doode van zijne vrouw onder diens kleedingstukken gevonden zijn.-

De Raad neemt deze verklaring voor waarheid aan, aangezien zij in Plas niet de man beschouwen, die zich met dergelijke zoude ophouden, doch vermaant denzelven omtrend zijne dochter een wakend oog te houden, dewelke aanvankelijk in navolging harer moeder kwanselarijen begon te bedrijven.-

Aldus gearresteerd op dato als boven
De President & Leeden
A. de Geus
C. Hulst
L. Nijenbandering
Coens
Blanke


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1622

Notities bij het zittingsverslag