Arbeiders bij het derde gesticht Veenhuizen

Vergadering van den Raad van Tucht aan het 3e Etablissement Binnen op den 25 Meij 1832

onvolledige transcriptie


De Vergadering wordt ten zes uuren geopend.

De Leeden zijn allen tegenwoordig.

De President brengt ter kennisse der Leeden dat voor ruim een maand geleden, zich bij hem had vervoegd de Arbeiders Kolonist Mollenbeek, alhier woonachtig, verzoekende verlof voor hem en zijne Vrouw naar ’s Gravenhage, doch dat hij hun had te kennen gegeven, het verlof niet te kunnen toestaan, alvorens den Heere Directeur daarover te hebben gesproken, tot wiens komst, welke op handen was, hij hun in alle gevalle geen verlof zou toestaan.

Niettegenstaande dit weigerend antwoord, heeft Mollenbeek en Vrouw goed kunnen vinden zonder permissie de Kolonie te verlaten, en zich van daar veertien dagen te verwijderen, waarom hij president nodig geacht heeft, hierover Raad te beleggen om de straffen bij het reglement bepaald, op hen toe te passen.-

De Personen van Mollenbeek en Vrouw worden binnen geroepen.

President: Zeg mij eens Mollenbeek wat heeft U bewogen om zonder eenig verlof de koloniën te verlaten?-

De Beschuldigde: Ik moest tegen den 1e Meij in ’s Gravenhage zijn, om de verkoop van mijn Moeders huizen bij te wonen.

President: Ik had U immers gezegd dat gij zoo lang zoude wachten tot dat den Heer Directeur was geweest.-

De Beschuldigde: Dat konde nog wel zoo lang geduurd hebben, want veertien dagen voor mijn aankomst in den Haag was er ook al een huis verkogt en dat zoude zonder mij maar zoo snel zijn afgelopen, dat ik er niets van had gekregen.-

President: Hoe lang zijt gij weg geweest en wanneer heengegaan?

De Beschuldigde: Ik ben in dertien dagen heen en weder geweest en ben den 21e April ’s middags een uur van hier vertrokken.-

Zij worden naar buiten gebragt.-

De Raad,

Overwegende dat de ingebragte redenen van verontschuldiging haar niet grondig genoeg zijn voorgekomen.-

Overwegende dat Mollenbeek voor de 3e maal voor de Raad verschijnt als op den 25 febr 1830 wegens schelden en slaan met den arbeiders kolonist van Kampen, waarvoor hij gestraft is volgens art 3 van ’t reglement met 3 nachten strafkamer arrest en op den 12 Aug 1830 voor verwijdering zonder permissie uit de kolonie en dronkenschap waar voor hem een straf is opgelegd van 8 nagten strafkamer arrest volgens art 3 van het reglement.

Overwegende wijders dat de Vrouw van Mollenbeek ??? dat zij voor de 4e maal voor de Raad wordt geroepen, zijnde de eerste maal op den 18 febr als betrokken In het geval tusschen van Kampen en hare man

Rest van de zitting niet getranscribeerd


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1622

Notities bij het zittingsverslag