Arbeiders - Veenhuizen-1
Proces Verbaal van het verhandelde bij de Raad van Policie en Tucht voor Kolonisten Huisgezinnen bij het 1e Gesticht te Veenhuizen
Zitting van Maandag den 3 October 1836


De Raad door den President geconvoceert zijnde waren alle de Leden tegenswoordig.

Door den President werdt aan de Raad te kennen gegeven een bij hem ingekomen aanklachte gedaan door de Boekhouder P. Posthema, waarnemende de functie van wijkmeester tegen de kolonist Cornelis Wopkes Smidt wegens misbruik maken van sterken drank en tegen de koloniste Zwanetje(?) Lindemius(?) wed. Rendswaag wegens slordigheid op kleeding en Onzindelijkheid in de Huishouding.

De Raad heeft den aangeklaagde ieder in het bijzonder doen binnen staan om hen ten deze te horen. daar de eerste aangeklaagde op de misdaad was betrapt en de laatst genoemde de aanklachte overeenkomstig de waarheid bekend te zijn, was er niets ter hunner Verschoning in te brengen en na hen te hebben doen buiten staan is de Raad overgegaan tot de deliberatien der aan hen op te leggen straf.

Daar zij beiden Art 2 van het reglement van tucht hebben overtreden, D “Misbruik maken van sterken drank” en A “Slordigheid op de kleeding en Onzindelijkheid in het Huishouden” waar op Art 3 van meergemeld de strafbepaling toepast 

1 Opsluiting van drie tot acht dagen in de strafkamer, naar gelang der omstandigheden, van hem, die zich voor de eerste maal aan de misdrijven onder La a tot c vermeld heeft schuldig gemaakt. (Zie herziening van het Reglement van Policie en Tucht door de Permanente Commissie van den 21 July 1829, No. 31)

2 Verplaatsing voor een onbepaalden tijd naar de kolonie aan de Ommerschans van hem die zich andermaal aan de verkeerdheden schuldig maakt of de ongeregeldheden en misdrijven onder de La d en f genoemd begaat

Bij meerderheid van stemmen heeft de Raad op voordragt van den President de aangeklaagde na aanleiding van het Reglement van Policie en Tucht voor Kolonisten Huisgezinnen d.d 8 July ?? 1829 N. 19 Art 3 van het gemeld ?? en zo het besluit d.d. P.C.van den 21 July 1829 No. 31- No 1 L:A de aangeklaagde gecondemneerd tot opsluiting in de strafkamer voor den tijd van Drie dagen.
Verlangende de Raad dat aan dit vonnis onverwijld Executie zal worden gegeven-

Waar op men de gecondemneerde heeft doen binnen staan en is na aan hun gedane voorlezing dit tegenswoordige door den President met alle de Leden der raad ondertekend.

Gedaan te Veenhuizen, 1e Gesticht  op dag en datum als boven is gemeld
Poelman, pres.
Laarman, Ond
Kuipers, Ond
Dikland
K. Bronsema
L. Coelen, secr.


BRON:
Drents Archief, toegang 0186, invnr 1618

Notities bij het zittingsverslag